Easy Rider (Dennis Hopper, VS 1969)
...

Easy Rider (Dennis Hopper, VS 1969) Five Easy Pieces (Bob Rafelson, VS 1970) Carnal Knowledge (Mike Nichols, VS 1971) The Last Detail (Hal Ashby, VS 1973) Chinatown (Roman Polanski, VS 1974) One Flew Over the Cuckoo's Nest (Milos Forman, VS 1975) The Shining (Stanley Kubrick, VS 1980) Heartburn (Mike Nichols, VS 1986) Batman (Tim Burton, VS 1989) Mars Attacks! (Tim Burton, VS 1996) A Few Good Men (Rob Reiner, VS 1992) As Good As It Gets (James L. Brooks, VS 1997) Met de rol van George Hanson, een zuidelijke beroepsdronkaard en advocaat die in Hoppers baanbrekende cultfilm twee born-to-be-wild-bikers vervoegt, opende Nicholson Hollywoods ogen. Zijn vertolking staat in het teken van het vogelvrije, rebelse bestaan, want Hanson flappert met zijn armen als hij een ochtendlijke scheut alcohol aan D.H. Lawrence opdraagt of aan zijn eerste joint lurkt. In de meest innemende scène zit hij achteraan op de motor met een grijns van het ene oor tot het andere en een gouden football-helm met blauwe middenstreep op het hoofd. Terwijl op de soundtrack If You Want to Be A Bird van The Holy Modal Rounders speelt, klapwiekt hij met de armen. Nicholsons zinderende portret van de emotioneel verkilde Bobby Dupea, die een job als olieveldwerker kiest boven een loopbaan als klassieke pianist, trok iedereen over de streep. De befaamde 'chicken salad sandwich'-scène in een wegresto verwoordde/verbeeldde de minachting van een hele generatie voor een maatschappij van regelneven zonder verbeelding. Dupea gaat er een verbaal duel aan met een strikte, onbehouwen dienster die geen afwijkingen van het menu toestaat. 'No substitutions', zegt ze, wijzend op het menu, als hij een omelet wil bestellen met tomaten in plaats van met aardappelen en een side order van gewone toast. Het gekibbel mondt uit in de omzeilende bestelling van een toast met kippensalade, maar gaat van kwaad naar erger. Als Bobby de dienster vraagt 'to hold the chicken', en de dienster hem uitdagend nazegt: 'You want me to hold the chicken?', riposteert hij: 'I want you to hold it between your knees.''Is this an ultimatum? Answer me, you ball-busting, castrating, son of a cunt bitch! Is this an ultimatum or not?', tiert Jonathan Fuerst (Nicholson) ergens tot Bobbie (gespeeld door Ann-Margret), in wie hij de verpersoonlijking ziet van vrouwen die de mannelijke individualiteit van hun partner willen tenietdoen. Een lezing met dia's over zijn veroveringen - 'Ballbusters on Parade!'- is de cynische culminatie van zijn seksuele angst, die enkel in de slotscène met een hoertje verlossing kent. Een van Nicholsons meest onderschatte rebelvertolkingen uit de jaren zeventig is die als Billy 'Bad Ass' Budduskey: een vuilbekkende marinesoldaat die met zijn partner de veroordeelde matroos Meadows naar zijn eindbestemming moet brengen. De Navy wordt echter voorwerp van Budduskeys existentieel ongenoegen en het tweetal besluit Meadows eerst nog eens van de goede dingen des levens te laten genieten. Met meer snauwende energie dan een horde wolven samen, neemt Budduskey de 'chicken-shit detail' ter harte, want de sukkelaar moet en zal zich te pletter zuipen en een wip maken. 'I am the motherfucking shore patrol, motherfucker! I am the motherfucking shore patrol! Give this man a beer', schreeuwt hij. Als de gevangene tegenpruttelt: 'I don't want a beer', is Budduskey formeel: 'You're gonna have a fuckin' beer!'Regisseur Polanski steelt de show als hij de neus van private dick Jake Gittes met een springmes bewerkt ( 'You're a very nosy fellow, kitty-cat, huh? You know what happens to nosy fellows? Huh, no? Want to guess? Huh, no? OK. They lose their noses.'), maar hoe Nicholson de rest van de film met loszittende neuspleister uitspeelt, is vintage Jack. In een symbolische scheldpartij met Loach, een van zijn ex-collega's bij de politie, wordt de neus het fallisch symbool waarmee de speurneus in slaapkamers gaat snuffelen. Op Loach' vraag of iemand een slaapkamerraam tegen zijn kokkerd dichtsloeg, antwoordt Gittes: 'Nope. Your wife got excited. She crossed her legs a little too quick. You understand what I mean, pal?''Which of you nuts has got the guts?', vraagt McMurphy aan zijn collega-gekken, als Nurse Ratched een stemming voorstelt over zijn verzoek om de World Series baseball op tv te mogen volgen. De stemming draait uit op een gelijkspel, tot de immer zwijgzame Chief (verteller in Ken Keseys boek) rijkelijk laat toch zijn hand opsteekt. Big Nurse beschouwt de stemming als gesloten, waarna McMurphy haar gezag uitdaagt en zijn ballen laat zien door een partijtje baseball uit te beelden voor het uitgeschakelde televisiescherm, daarbij het hele gezelschap in rep en roer zettend. De krankzinnig geworden schrijver Jack Torrance begint een klopjacht op vrouw en zoon in het verlaten Overlook Hotel. Met een brandweerbijl in de hand groet hij zijn vrouw alsof hij in een typische sitcom over suburbane families thuiskomt: 'Wendy, I'm home.' Daarna wordt hij de Grote Boze Wolf uit een cartoonversie van De Drie Biggetjes: 'Little pigs, little pigs, let me come in... Not by the hair on your chinny, chin chin... Then I'll huff, and I'll puff, and I'll blow your house in!' Maar de coup de théâtre is een demonische imitatie van Ed McMahons crescendo-aankondiging van presentator Johnny Carson in de talkshow The Tonight Show. Terwijl hij boosaardig grijnzend de bijl door de badkamerdeur jaagt, schreeuwt Jack: 'Heeeeeeere's Johnny!'Gebaseerd op Nora Ephrons relaas van haar verhouding met Watergate-journalist Carl Bernstein, biedt dit pijnlijke relatiedrama een Nicholson-moment van spontane over-the-top-bravoure: hij barst uit in een versie van de song Soliloquy ( My Boy Bill) uit de musical Carousel van Rodgers en Hammerstein (1956). Het is een knipoog naar Nora Ephrons ouders, Henry en Phoebe Ephron, die respectievelijk producent/scenarist en coscenariste waren. Nicholsons haaiengrijns leek wel voorbestemd voor de eeuwig lachende Joker, die zowat overal de show steelt en zijn vleermuisnemesis ruim overschaduwt. Te onthouden is evenwel zijn dichterlijke ontboezeming aan het adres van reporter Vicki Vale (die Bruce Wayne zowel van masker als van broek ontdoet): 'I'm only laughing on the outside / My smile is just skin deep / If you could see inside I'm really crying / You might join me for a weep.'Zijn vertolking als de pacifistische, mediageile VS-president Dale, op zich een satirisch gegeven, wordt onvergetelijk in een ultieme vrede-op-aarde-speech tot de leider van de Marsmannetjes: 'Why can't we work out our differences? Why can't we work things out? Little people, why can't we all just get along?' Een traan biggelt over de wang van het monster, maar even later hangt Dale gespietst aan een vlaggenstok. Als de kortgeschoren Colonel Jessup krijgt Nicholson een prompt tot 'klassiek' gebombardeerde scène in Rob Reiners voor de rest onuitstaanbare rechtbankthriller. 'What do you want?', schreeuwt hij. 'I want the truth!', schreeuwt Tom Cruise terug. Waarop Jack met militaire verve terugbriest: 'You can't handle the truth!''Oh, you were talking about your dog. I thought you were referring to that colored man inside your apartment.' Dit is een van de uithalen die Nicholson als de homofobe, racistische en honden hatende bestsellerschrijver Melvin Udall mag debiteren tot zijn buurman 'Simon the Fag'. Met gepaste subtiliteit kieperde hij diens keffer in de afvalkoker van hun flatgebouw. Nicholson is zichtbaar oud geworden, maar de titel spreekt voor zich. Door Jo Smets