Het eerste seizoen van Into the Night speelt zich bijna integraal af aan boord van een nachtvlucht richting Moskou, waar een groep overlevenden vlucht voor de opkomende zon. In de eerste Belgische Netflix-productie is de zon immers de boosdoener: wie met het licht in aanraking komt, sterft. In seizoen 2 zoekt de groep toevlucht in een Sovjetbunker in Bulgarije, waar door een technisch defect de voedselbevoorrading in het gedrang komt.
...

Het eerste seizoen van Into the Night speelt zich bijna integraal af aan boord van een nachtvlucht richting Moskou, waar een groep overlevenden vlucht voor de opkomende zon. In de eerste Belgische Netflix-productie is de zon immers de boosdoener: wie met het licht in aanraking komt, sterft. In seizoen 2 zoekt de groep toevlucht in een Sovjetbunker in Bulgarije, waar door een technisch defect de voedselbevoorrading in het gedrang komt. Het eerste seizoen werd geregisseerd door Belgisch regieduo Inti Calfat en Dirk Verheye, nu zit de Brusselse regisseur Nabil Ben Yadir aan het roer. De voormalige elektromecanicien brak in 2009 door met de gelaagde komedie Les Barons en schreef in 2018 mee aan het scenario voor Patser. Into the Night is zijn eerste tv-reeks. Hoe is Netflix bij jou terechtgekomen? Nabil Ben Yadir: De producers hebben me benaderd. Na een gesprek met de Amerikaanse showrunner en producer Jason George over het eerste seizoen, voelde ik meteen een klik. We zaten op dezelfde golflengte, hielden van dezelfde dingen. En ik was vooral blij om eindelijk met Jan Bijvoet (foto) samen te werken. Op de set lopen mensen van de meest uiteenlopende culturen rond. Hoe nerveus was je voor de opnames? Ben Yadir: Nerveus. (lacht) Maar angst is voor mij ook een motor. Tijdens de opnames van Les Barons werd ik het gewoon om met acteurs te werken die verschillende talen spreken. Ik heb mijn tijd genomen. We maken een serie, maar ook cinema. Ook al ligt het tempo veel hoger, het draait voor mij nog steeds in de eerste plaats om de acteurs. Je bent opgegroeid in Molenbeek, een smeltkroes van culturen. Voel je je thuis in de diverse cast van Into the Night? Ben Yadir: Molenbeek is een enorm internationale gemeente. Er wonen Walen, Vlamingen, Turken, Marokkanen, Afrikanen ,... Toch zijn er geen interraciale spanningen, enkel spanningen met de politie. (lacht) Ik ben een Belg, maar fysiek lijk ik een buitenlander. Ik ben opgegroeid met mensen zoals Ayaz, de held van het verhaal. Het is uitzonderlijk dat een tv-reeks zoveel personages met verschillende achtergronden samenbrengt als Into the Night. Of die nu Turks, Arabisch, Nederlands, Spaans of Pools spreken: je leeft met ze mee. Niet vanwege hun achtergrond, maar omdat het normale mensen zijn in een benarde situatie. Vandaag lijkt de premisse van Into the Night - een groep mensen die zich voor de buitenwereld verschuilen - minder onwaarschijnlijk dan pakweg een paar jaar geleden. Ben Yadir: Ik heb het eerste seizoen in één keer uitgekeken, thuis tijdens de lockdown. De personages in de reeks begrijpen niet wat hun overkomt, net zoals ik toen niet begreep wat er gebeurde. Corona, quarantaines, complotdenkers: de apocalyps is vandaag bijna sociaal realisme geworden. Op dat vlak ben ik nogal pessimistisch. (lacht) Veel series met een apocalyptische setting dreigen in stereotiepen te vervallen. Bij Into the Night is dat niet het geval. Ben Yadir: Het eerste seizoen was op dat vlak heel verfrissend. De openingsminuten spelen zich af in de luchthaven van Zaventem. De man die het vliegtuig kaapt, is géén Turkse of Arabische terrorist, maar een Italiaanse NAVO-militair die iedereen aan boord wil rédden. Dat zie je niet snel gebeuren in een Amerikaanse film. Wat verkies je nu eigenlijk: cinema of televisie? Ben Yadir: In cinema kan ik me persoonlijker uitdrukken, maar in België sta je er als filmmaker doorgaans alleen voor. Into the Night is een grote serie, met veel middelen. Netflix - en het geld dat de streamingdienst met zich meebrengt - zorgt voor een unieke artistieke vrijheid. Heb ik een vliegtuig nodig? Geen probleem. Een helikopter? Die krijg je standaard mee.