Neil Diamond ****

12 SONGS
...

12 SONGS (AMERICAN/COLUMBIA) 'Een Johnny Cash doen'. Het is een begrip in de muziekwereld geworden sinds Rick Rubin - dankzij zijn werk met Red Hot Chili Peppers, Beastie Boys en Slayer een producer met een reputatie als een wolkenkrabber - in 1994 The Man In Black zijn studio binnen lokte om het verpletterende American Recordings in te blikken. Het recept: men neme een Artiest met een Stem die door verkeerde carrièrezetten in de vergetelheid is geraakt en duwt hem een akoestische gitaar in de handen. Toen een tijd geleden bekend raakte dat Rubin 'een Johnny Cash' plande met Neil Diamond, krabde de muziekpolitie zich in de kruin. Velen zien in Diamond een schmaltzfiguur. Voer voor oma's. Ik weet wel beter: hij verdient deze rehabilitatie. In de jaren 70 kocht ik niet enkel singles van The Sweet, Elvis Costello & The Attractions en AC/DC, zoals iedereen, maar ook van de toen al volledig onhippe Neil Diamond. Onsterfelijk bijvoorbeeld was If You Know What I Mean, een nummer zo sterk dat zelfs Sergio er onlangs in De Laatste Show niet in slaagde het de nek om te wringen. Rick 'De Baard' Rubin onderkent de songschrijfkunst van de man uit Brooklyn, auteur van klassiekers als I'm A Believer, Cracklin' Rosie, Kentucky Woman en Sweet Caroline. Vandaar dat Rubin, in tegenstelling tot zijn samenwerking met Johnny Cash, zijn toevlucht niet tot covers zocht, maar Diamond stimuleerde om eigen materiaal te pennen. De Baard mag dan ooit op hoongelach onthaald zijn toen hij deze troubadour een Bruce Springsteen avant-la-lettre noemde, met 12 Songs bewijst hij zijn gelijk. Stem en folkgitaar, een instrument dat Diamond in dertig jaar studiowerk niet meer had aangeraakt, staan centraal. Op het eerste gezicht mag de plaat nogal bloot ogen, wie de moeite neemt om ze te ontleden, merkt dat ze behept is met heel wat tintelend frisse klankkleuren. De helft van Tom Petty's huisorkest The Heartbreakers (gitarist Mike Campbell en toetsenman Benmont Tench) tekent present, evenals de legendarische organist Billy Preston, al houden deze topmuzikanten het over de hele lijn subtiel en puur. Een drumstel komt er niet bij te pas, Lenny Castro strooit voor het ritmisch fundament enkel wat percussie rond. Fijnproevers kunnen heel wat lekkers ontdekken in het al bij al rijke geluid. Een piano verhoogt met grote efficiëntie de dramatische kracht van het refrein in Hell Yeah, een bottleneckgitaar siert het jubelende Delirious Love, dat als bonustrack hernomen wordt met Brian Wilson in vocale steun, waardoor het meteen het Beach Boys-territorium in wordt gesleurd. Save Me A Saturday Night nodigt op de tonen van een xylofoon uit tot een dans: het is Summer Nights uit Grease vertraagd en overgoten met een fikse geut weemoed. Even uitdagend en verleidelijk toont Diamond zich in What's It Gonna Be, waarbij opvalt dat hij eerder naar under- dan naar overacting neigt, en dat is in het verleden wel eens anders geweest. Je treft op de cd sporen aan van de Amerikaanse rootsmuziek in haar vele facetten: hier en daar sijpelt wat blues binnen, maar er zijn ook echo's van gospel ( Man Of God), country ( Captain Of A Shipwreck), croonerjazz ( I'm On To You) en blanke soul à la Burt Bacharach ( Face Me). Soms verwijst Diamond ook naar zijn eigen oeuvre. Hell Yeah, dat naar de melodie van het oude Beautiful Noise verwijst, lijkt een balans van leven en werk: 'This crazy life around me/it confuses and confounds me/but it's all the life I've got until I die'. Hij maakt van zijn hart een open boek, voelt de drang om iets te delen en meent duidelijk elk woord dat hij zingt. Hier is een 65-jarige aan het woord die zijn littekens toont en niet zonder zelfkennis levenswijsheden debiteert. Diamond is een loner (zijn eerste hit heette veelbetekenend Solitary Man) die universele snaren raakt. 'I've been lost before but not lost this way' getuigt hij in het desolate Evermore. Bij elke beluistering geeft 12 Songs iets meer van zijn schoonheid prijs. Dat niemand het nog waagt hem een veredelde charmezanger te noemen: 12 Songs is een singer-songwriteralbum zoals er nu te weinig worden gemaakt. Peter Van Dyck