Ergens in 1989 krijgt José Saramago 's ochtends telefoon - het scheerschuim hangt nog aan zijn wangen. Er volgt een kort gesprek en de Portugese schrijver haast zich de deur uit om iets later terug te komen met het typoscript van Bovenlicht, de roman die hij 36 jaar eerder onder een pseudoniem instuurde naar een uitgeverij. Die had zich toen zelfs niet verwaardigd om een beleefd afwijzingsbriefje te sturen - de befaamde 'u past niet in ons fonds'-briefjes die elke beginnende schrijver weleens in de bus krijgt.
...

Ergens in 1989 krijgt José Saramago 's ochtends telefoon - het scheerschuim hangt nog aan zijn wangen. Er volgt een kort gesprek en de Portugese schrijver haast zich de deur uit om iets later terug te komen met het typoscript van Bovenlicht, de roman die hij 36 jaar eerder onder een pseudoniem instuurde naar een uitgeverij. Die had zich toen zelfs niet verwaardigd om een beleefd afwijzingsbriefje te sturen - de befaamde 'u past niet in ons fonds'-briefjes die elke beginnende schrijver weleens in de bus krijgt. De anekdote die Harry Lemmens, vertaler en leverancier van het nawoord, ophaalt, past wonderwel bij Bovenlicht. In deze verloren gewaande roman, die ook bij dag en dauw aanvat, bespiedt Saramago de bewoners van een klein pand in Lissabon. Zoals vaak bij Saramago zijn het eenvoudige lieden: een schoenmaker en zijn mollige vrouw die beslissen om een kostganger in huis te nemen, de boerse letterzetter die pas is thuisgekomen van zijn nachtwerk bij de krant en stilte eist, de buurvrouwen die samen een klein naaiatelier runnen, de mooie maar luie, negentienjarige Maria Claudia die ziekte veinst om een snipperdag te nemen, maar toch het kantoor op de hoogte wil brengen en daarvoor aanbelt bij de bevallige Lídia, die van haar lijf leeft en zich laat onderhouden door een patserige zakenman. Saramago laat zijn alziende camera vlot rondzwiepen door het pand. De geesten van de bewoners worden allemaal geplaagd door kleine besognes die meestal neerkomen op nijpend geldgebrek. Bij schoenmaker Silvestre wordt dat hopelijk opgelost door kostganger en dwaalgeest Abel die zijn individuele vrijheid als hoogste goed koestert; zodra hij zich gebonden voelt door de tentakels van het leven, gaat hij er weer vandoor, nieuwe armoede en avontuur tegemoet. Ook Maria Claudia verwacht veel van haar nieuwe betrekking, een job die ze via Lídia bij diens rijke minnaar weet te versieren. De vraag is alleen of de zakenman wel geïnteresseerd is in Maria's typekunsten, of eerder in haar jonge lijfje, met als resultaat een bitsige en sluwe strijd tussen beide dames. Nog kleine gevechten achter de dunne wanden van het pand: de leesverslaafde Isaura worstelt met lesbische fantasieën na het lezen van Diderot, terwijl Carmen zich samen met haar zoontje Henriquinho wil onttrekken aan haar liefdeloos huwelijk met vertegenwoordiger Emilio, die op zijn beurt ook hunkert naar de vrijheid. Saramago naait de kleine strijdjes allemaal naadloos aan elkaar in zijn mooie deurenkomedie. Toch liet hij het werk terecht pas na zijn dood uitgeven. De latere Saramago, de schrijver die geniale plotvondsten combineerde met soepel taalgebruik, zag ook wel in dat Bovenlicht niet zijn beste werk was. Zeker de drammerige eindmonoloog en de statische dramatiek pasten niet meer in zijn rijpere oeuvre. Toch gloort duidelijk het talent dat hem later de Nobelprijs opleverde, en kan Bovenlicht zich makkelijk meten met de meeste hedendaagse uitgaves. BOVENLICHT (CLARABOIA) *** José Saramago, Meulenhoff, (originele titel: Caraboia), 288 blz., ?19,95. RODERIK SIXCENTRALE ZIN: Moeten wij allen getrouwd, onbeduidend en dienstbaar zijn?