Iedereen die net als ondergetekende een kat heeft, weet welke existentiële vragen zo'n dier uitlokt. Wat denkt het? Droomt het over muizen? Houdt het van me of ziet het mij enkel als een grote vlezige voedselautomaat? En wat vreet zo'n beest de hele dag buiten uit?
...

Iedereen die net als ondergetekende een kat heeft, weet welke existentiële vragen zo'n dier uitlokt. Wat denkt het? Droomt het over muizen? Houdt het van me of ziet het mij enkel als een grote vlezige voedselautomaat? En wat vreet zo'n beest de hele dag buiten uit? Charles Foster wilde ook weten wat dat betekent, dier zijn, en vond er niets beter op dan als een dier te gaan leven. Dat klinkt sjamanistisch - u weet wel, in een zweethut gaan zitten om uw innerlijke konijn te ontdekken - maar daar is Foster te nuchter voor. Geef hem maar ruwe ongepolijste ervaring. Dus als Foster wil weten hoe een das zijn dagen vult, trekt hij samen met zijn zoon het bos in, graaft hij een tunnel in een heuvelflank en blijven ze daar een weekje in wonen. Lekker gezellig in een zelfgemaakte burcht op varens slapen, wormen eten en op handen en voeten naar het beekje kruipen. Klinkt knullig maar Foster, die regelmatig met veel zelfspot zijn eigen methode bekritiseert, steekt er wel wat van op en merkt dat zijn zintuigen tot veel meer in staat zijn dan hij vermoedde. Lees: hij leert verschillende soorten poep te onderscheiden en merkt dat zijn smaakpapillen de terroir van een worm kunnen bepalen. Zo gaat hij ook te werk om de Londense vossen in kaart te brengen: als een dakloze door de stad sluipen, slapen onder struiken tot een bobby je ontdekt en vuilnisbakken doorploegen op zoek naar restjes. Of hij wil als ex-jager weten hoe dat voelt om als edelhert opgejaagd te worden door bloedhonden. Ooit vol bewondering naar sierlijke otterfilmpjes gekeken op het internet? Foster trekt een wetsuit aan en springt de ijskoude rivier in om met blote handen paling te vangen. Dergelijke tactieken leveren vaak hilarische passages op, maar Foster kan ook bijzonder cynisch uit de hoek komen. Zo is hij ongemeen scherp voor zijn oude jagende zelf, en in het hoofdstukje wolf begint hij doodleuk de mens te beschrijven, dat neoliberale dier dat alles op zijn weg verslindt - de Latijnse spreuk homo homini lupus werd zelden treffender geïllustreerd. Tussen kolder en kritiek zit gelukkig een stevige brok wetenschap, en het is die combinatie die Leven als een beest vermakelijk en verheffend maakt; je leert heel wat bij over beest én mens. Eén persoonlijk minpuntje: Foster houdt niet van katten. 'Ze zijn intrinsiek onaangenaam: ijdel, koud en wreed. Katten zijn op hun best in de handen van een taxidermist.' Met het eerste deel ben ik het alvast eens - daarom vind ik ze net zo leuk. Leven als een beest **** Charles Foster, Signatuur (oorspronkelijke titel: Being a Beast), 240 blz., ? 19,99. Roderik SixCentrale zin Wetsuits zijn condooms die voorkomen dat je verbeelding wordt bevrucht door bergbeekjes.