Patrice Toye

Frank Vercruyssen, Sara De Roo, Muzaffer Özdemir, Koen De Graeve

Materieel bezit maakt niet gelukkig. De duizenden anderen met wie je het dagelijkse leven moet delen, vormen ook al geen pretje. En dan heb je het nog niet eens over de stompzinnige jacht naar voorgekauwd geluk, het hersendode gewauwel op radio en tv. Of de belachelijke koppen van de politici die het straatbeeld en de journaals met hun smoelwerk bevuilen. Je zou voor minder de hele santenboetiek voor eens en altijd vaarwel willen zeggen. Zo ook Tomas (Frank Vercruyssen) in (N)iemand, die de discussies over de carport en de barbecuefeestjes hartgrondig beu is en zonder zijn lieftallige echtgenote ervan op de hoogte te brengen plots voor het ruime sop kiest.

Officieel wordt Tomas dood verklaard. In werkelijkheid zit hij op een zonnig eiland in de Caraïben. Maar hoelang kunnen een hagelwit strand, een bruisende oceaan en wuivende palmbomen je een paradijselijk gevoel geven? In hoeverre kun je van nul een nieuw leven beginnen, emotioneel verleden incluis? En keer je uiteindelijk toch terug naar de heimat?

De mix van sociaal realisme en droomfragmenten uit Pa-trice Toyes bejubelde debuut Rosie (1998) maakt hier plaats voor een meer etherische stijl. Het vakblad Variety greep dat aan om te poneren dat de prent nergens heen gaat. Maar werd dit destijds ook niet beweerd over L'Avventura van Michelangelo Antonioni, een cineast wiens ravissante vertelstijl een echo vindt in (N)iemand?

Toye neemt haar tijd om in het eerste deel de innerlijke malaise van haar protagonist voelbaar te maken. Haar beeldregie is strak en to the point. Geen zin, woord of shot is er te veel aan. De Antonioni- touch laat zich het duidelijkst voelen in deel twee, waarin Tomas' ontreddering én ontnuchtering worden gesitueerd op een eiland waar hij als een toeristische attractie beschouwd wordt en helemaal niet welkom is. Ook hier slaagt Toye erin om met een verbluffende mise-en-scène in de geest van haar hoofdpersonage te kruipen. Tomas' verleden brandt bijna letterlijk in zijn rug en stoïcijnse kop. Er rest hem slechts één vraag: wordt hij weer opgesloten of volhardt hij in de vrijheid?

Het derde en laatste deel is zuiver claustrofobisch en bovendien een knappe scenariovondst. Maar ga de finale vooral zelf bekijken. (N)iemand is het soort film dat bij elke visie rijker wordt. De vleugjes surrealisme neigen deze keer niet naar een droomwereld, wel naar de tragedie van het menselijke bestaan, de existentiële angst en de bijna absurde drang naar vrijheid en ontheemding.

Piet Goethals