Dorothée Van den Berghe met Anna Franziska Jaeger, Matthias Schoenaerts, Déborah François, Maria Kraakman, Nico Sturm
...

Dorothée Van den Berghe met Anna Franziska Jaeger, Matthias Schoenaerts, Déborah François, Maria Kraakman, Nico Sturm De Summer of Love, mei 68, flower power, teenslippers... Net wanneer je denkt dat je er eindelijk van verlost bent, zijn er altijd wel filmmakers die je per se aan die leeg gelekte natte droom van de babyboomers willen herinneren. Nadat Ang Lee recent nog het Woodstockfestival herbezocht in Taking Woodstock is het deze week de beurt aan Dorothée Van den Berghe om zich aan een nostalgietrip vol love, peace and happiness te wagen. En dat met een semiauto-biografisch coming of age-drama waarin de regisseuse terugblikt op haar kinderjaren in de jaren 70 die ze samen met haar geëngageerde ouders in Amsterdam doorbracht. Protagoniste is de tienjarige Karo (Anna Franziska Jaeger, dochter van choreografe Anne Teresa De Keersmaeker) die samen met haar vader Raven (Matthias Schoenaerts) en haar moeder Dalia (Déborah François) en enkele gelijkgestemde provo's samenhokt in een kraakpand. Lang blijven de utopische fundamenten van hun zelf-gecreëerde Walden echter niet overeind. Zeker niet wanneer Raven tot verdriet van zijn eega iets te nadrukkelijk de vrije liefde praktiseert. Moet Karo kiezen voor de idealen van haar goedhartige, maar koppig rebelse pa? Of voor de liefde van haar timide, emotioneel verkrampte ma? Dat My Queen Karo een werk van liefde is voor Van den Berghe is er duidelijk aan te zien. Terwijl de meeste neohippiefilms weinig meer zijn dan een pruiken- en sandalenparade weet ze het krakerswereldje op een geloofwaardige manier te reconstrueren. De ideologische discussies, de botsende ego's, Karo's muizenissen, het blowen, vrijen en vechten: samen met cameraman Jan Vancaillie zet ze het allemaal op een tactiele en impressionistische manier in beeld. Bovendien weet componist Peter Vermeersch afwisselend de juiste vrolijke of melancholische noot te plaatsen, terwijl het kabbelende ritme en de constante focus op Karo de prent iets dromerigs geven, alsof je Van den Berghe door haar weliswaar met fictieve elementen opgeblazen jeugdherinneringen voelt bladeren. Helaas heeft die aanpak ook zijn nadelen. Een kritische doorlichting van de jaren 70 en haar kwetterende paradijsvogels kun je My Queen Karo - met zijn eendimensionale personages en seventiesclichés - niet noemen. En ook qua interne dramatiek valt het allemaal nogal dunnetjes uit. Bovendien is het nooit een goed idee om ambities te koesteren die je beperkte budget niet kunnen dragen, wat duidelijk wordt in die nogal schlemielige straatprotestscènes waarvoor Van den Berghe zich hooguit dertig figuranten kon permitteren. Zeker niet slecht gemaakt, best sfeervol en degelijk geacteerd. Alleen zit er te veel lucht in en heb je het na een tijdje met die flowerpowerbende - én hun teenslippers - écht wel gehad. Dave Mestdach