FILM: **** EXTRA'S: * (TOTAL FILM)
...

FILM: **** EXTRA'S: * (TOTAL FILM) Het zijn hoogdagen voor de documentaire film, al halen zelfs de toppers in het genre niet altijd de bioscoop. Gelukkig is My Architect nu ook op dvd te bewonderen. Behalve het schitterend portret van een groot Amerikaans architect, is dit ook een mateloos fascinerend onderzoek naar de mysteries van het menselijk gedrag en een aangrijpend relaas van leven en werk van een man die zijn idealen in zijn openbare kunst stopte maar er in de privé-sfeer een potje van maakte. De film begint met de raadselachtige dood van Louis I. Kahn in 1974. Bij zijn terugkeer uit India, waar een van zijn grootste projecten de voltooiing naderde, bezweek hij aan een hartaanval in Penn Station in New York. Om een of andere reden had hij het adres op zijn paspoort onleesbaar gemaakt, zodat het drie dagen duurde vooraleer iemand het lijk claimde. Kahn was ook bankroet en liet zijn kleine praktijk in Philadelphia achter met een half miljoen dollar schulden. Over zijn privé-leven hing een nog grotere schaduw: niet alleen zijn officiële vrouw en dochter rouwden om het verlies, maar ook twee kinderen die hij had bij twee andere vrouwen (beiden collega-architecten) met wie hij jarenlang een clandestiene relatie had. Zijn drie 'gezinnen' woonden allemaal in dezelfde buurt in Philadelphia, maar pas op de begrafenis ontmoeten ze elkaar voor het eerst. Uit een van de twee buitenechtelijke relaties stamt Kahns enige zoon. Nathaniel was elf toen zijn vader stierf. Een goede kwarteeuw later gaat hij als filmmaker op zoek naar de vader die hij een keer in de week zag. Hij interviewt voormalige collega's (Philip Johnson, I.M. Pei, Frank Gehry) - die een en al lof zijn over de compromisloze bouwkunst van Kahn (precies daarom kreeg hij ook relatief weinig gebouwd) - en praat ook met de vrouwen en kinderen die hij ontgoochelde en wiens wonden nog niet zijn geheeld. Bovenal probeert hij zijn vader via diens bouwwerken te leren kennen: daarvoor neemt hij ons mee naar grandioze architecturale verwezenlijkingen als het Kimbell-museum in Texas, het Salk Institute in La Jolla en het regeringscentrum in Dhaka, Bangladesh. Kahn, die in 1901 in Estland werd geboren en vijf jaar later met zijn familie per stoomboot naar Amerika reisde, was een relatieve laatbloeier. Aanvankelijk kwam hij als architect moeilijk aan de bak. Pas toen hij het modernisme de rug toekeerde, vond hij zijn draai en ontwikkelde hij zijn eigen idioom. Een studiereis naar Rome had hem de ogen geopend: voortaan streefde hij naar tijdloosheid en monumentaliteit in gebouwen die de kracht uitstralen van oude ruïnes. Nathaniel ontdekt intrigerende verbanden tussen de stijlkenmerken van zijn vaders bouwwerken en diens persoonlijkheid en fysiek. Een jeugdongeval met hete kolen liet op zijn gezicht blijvende sporen na en leverde hem op school de bijnaam Scarface op. Dat zou kunnen verklaren waarom hij in zijn gebouwen de littekens liet zien in plaats van ze te verdoezelen. Belangrijker dan deze interpretaties is dat Nathaniel als filmmaker ten volle de spirituele dimensie vat van de architectuur van Louis Kahn. Hoezeer hij ook diens menselijk falen blootlegt, wanneer junior met zijn camera de zoldering verkent van de Phillips Exeter-bibliotheek in New Hampshire, een naar de hemel reikend betonnen monument, toont hij de ware nalatenschap van zijn loslopende vader. Patrick Duynslaegher