Jaco Van Dormael met Jared Leto, Diane Kruger, Rhys Ifans, Sarah Polley, Juno Temple

Met drie langspelers op twintig jaar tijd kun je Jaco Van Dormael bezwaarlijk een vlijtig baasje noemen, al blijven zijn films gelukkig een tijdje in het geheugen kleven. Denk maar aan zijn sprankelende debuut Toto le Héros of aan zijn andersglobalistische sprookje Le huitième jour. Ook zijn derde langspeler Mr. Nobody zal na het rollen van de credits wellicht niet snel verdampen.

Aangezien het dertien jaar wachten was op een opvolger van feelgoodhit Le huitième jour, besloot Van Dormael om ons meteen te trakteren op meerdere films voor de prijs van één. Zo kun je Mr. Nobody omschrijven als een futuristisch epos, een melancholisch familiedrama én een filosofisch essay over tijd en ruimte, toeval en fatum, kiezen en verliezen. En dat gedrapeerd rond Nemo Nobody (Jared Leto in meerdere gedaantes), een 117-jarige krasse knar die anno 2092 de laatste sterveling op aarde blijkt en vanop zijn sterfbed terugblikt op zijn leven en op zijn tienerjaren, toen zijn ouders (Rhys Ifans en Diane Kruger) besloten van elkaar te scheiden.

Via lang uitgesponnen flashbacks toont Van Dormael ook welk leven zijn protagonist had kunnen leiden mocht hij indertijd niet bij zijn vader maar wel bij zijn moeder gebleven zijn. En mocht hij niet voor dat meisje met de gele jurk hebben gekozen, maar voor dat met de rode of de blauwe. Wat hij écht heeft meegemaakt en wat hij verzint, moet de kijker zelf uitmaken, samen met de journalist aan wie Nemo in de film zijn levensverhaal opbiecht. Klinkt ingewikkeld? Dat is het ook. En ook Van Dormael raakt af en toe verstrikt in zijn narratieve labyrint en metafysische hersenspinsels. Na 155 minuten - of 125 indien u de ingekorte versie voor de multiplexen te zien krijgt - blijven vele vragen dan ook onbeantwoord, al is dat net de pointe van dit epische project, dat zowel qua vorm als budget de meest ambitieuze Belgische film ooit is.

Mr. Nobody bevat fraaie CGI en sciencefictiondecors die je zelfs even naar Mars flitsen, uitgekiende retrotableaus en dito deuntjes die herinneren aan de dansende bloemen en fleurige buitenwijken uit Toto le Héros. Plus: allerlei voice-overbespiegelingen over het vlindereffect, de tijdruimte en andere wetenswaardigheden die de voorbije 13 jaar kennelijk door Van Dormaels hoofd zijn blijven spoken. Niet verwonderlijk dat deze retrofuturistische fabel bij vlagen aanvoelt als het product van een uit de hand gelopen midlifecrisis en precies door zijn talloze thema's en verschillende toonaarden ergens in het tijdscontinuüm tussen ambitie en waanzin, chaos en coherentie lijkt te zweven. Un labeur fou, heet zoiets in het Frans, al blijkt Van Dormaels visuele vernuft en tomeloze fantasie ook na zijn retraite gelukkig intact.

Dave Mestdach