Als het verhaal van de cinema in de moderne kunstgeschiedenis verteld wordt, is dat meestal in de context van schilderkunst, sculptuur of architectuur. Cinema wordt nog veel te weinig als een kunstdiscipline an sich gezien. Zelfs de fotografie, rechtstreeks verwant met film, heeft al lang zijn artistieke sporen verdiend.
...

Als het verhaal van de cinema in de moderne kunstgeschiedenis verteld wordt, is dat meestal in de context van schilderkunst, sculptuur of architectuur. Cinema wordt nog veel te weinig als een kunstdiscipline an sich gezien. Zelfs de fotografie, rechtstreeks verwant met film, heeft al lang zijn artistieke sporen verdiend. MoMA heeft die voor film negatieve kunstkritische attitude bewust genegeerd. Daarvoor kan ze terugvallen op de vooruitzienende verzamelwoede van de stichters - inclusief Alfred Barr, de eerste MoMA-directeur - die film als bronmateriaal gebruikten om het verhaal van de moderniteit te vertellen. Toen Barr de geschiedenis van de moderne kunst schetste, met een lijn die van 1880 (volgens hem het begin van de moderniteit) naar de toekomst liep, maakte hij een mentale lijst van de honderd belangrijkste films die het museum moest verzamelen. Het was pas 1929. Barr had toen al een sterk vermoeden dat film de twintigste eeuw zou bepalen - hij was niet voor niets naar Moskou gereisd om de Russische filmpionier Eisenstein te ontmoeten. 'We zoeken al decennia naar die beruchte lijst', zegt Mary Lea Bandy, MoMA's directeur Film en Media, 'het zou heerlijk zijn om ze terug vinden.'De film- en mediacollectie van MoMA is ongetwijfeld het grootste verzamelexperiment uit de geschiedenis, want hoe kan je een tijdperk definiëren dat onmogelijk te overzien valt? 'We zoeken niet naar een geschiedkundige basis', zegt Bandy. 'Mijn opvatting van MoMA stemt overeen met Barrs idee; het is een plaats waar moderne kunst moet worden getoond. Barr had gezien hoe middeleeuwse kunst onderwezen werd op Princeton. Kunstwerken in verschillende media werden beschouwd als onderdelen van een groter geheel. Dat werd een belangrijke pijler van zijn denken over het moderne.'Het oorspronkelijke idee was om het werk van cinemapioniers (onder meer Thomas Edison) te verzamelen. 'Het museum besliste al vrij vroeg om zelfbewuste, artistieke cinema, documentaire en animatie - Walt Disney was een medestander - in de collectie op te nemen, met uitzondering van drie categorieën: pornografisch materiaal, religieuze films en industriële cinema. Maar er zitten wel een heleboel advertentiefilms in onze sectie toegepast design. Robert Flaherty's Louisiana Story, gemaakt voor de olie-industrie, bijvoorbeeld. Hoewel de cinema een unieke geschiedenis heeft, hebben slechts drie musea een serieuze collectie: het George Eastman House in Rochester, het Berkeley Art Museum in Californië en MoMA.' Zit Mel Gibsons Passion of The Christ ook in de collectie? 'Mel Gibson?', schrikt Bandy, 'Volgens ons denkt Mel Gibson dat hij de waarheid in een documentaire heeft gegoten. Ik wil die film niet eens zien.' Godard kan wel op Bandy's sympathie rekenen. 'Wat Picasso was voor de eerste helft van de 20e eeuw, is Godard voor de tweede helft. Hij heeft een diepe indruk nagelaten, zijn invloed is merkbaar. De video's uit de late jaren zeventig waarin hij lagen bouwt met stemmen, muziek, natuurlijke geluiden, tekst en found footage zijn Godards sterkste werk. Hij heeft daar een radicaal andere beeldtaal ontwikkeld.' In de nieuwe Morita Media-galerijen - een onderdeel van Yoshio Taniguchi's nieuwe ontwerp voor de MoMA-campus - projecteert Bandy een paar films die de relatie met schilderkunst en fotografie belichten. Hollis Framptons Lemon en Andy Warhols videoscreentests (die een dvd-transfer kregen tegen filmsnelheid) zijn sleutelwerken. ' Lemon is het beste filmstilleven dat ik ooit gezien heb. De citroen wordt langzaam verlicht en wint aan kleurintensiteit, tot het licht weer dooft en je enkel een silhouet overhoudt met een spookachtig schijnsel op de achtergrond. Adembenemend mooi.' Om het pleidooi voor de evenwaardigheid van film en schilderkunst kracht bij te zetten, liet Bandy de Warhols inkaderen in Nederlandse lijsten uit de 17e eeuw. 'De kunstenaars schakelen zelf over en weer tussen film en media. En ze hebben ook een visie over hoe het publiek hun werk moet zien. Wij proberen hun wensen zo goed mogelijk op te volgen. Het is een experiment. We kunnen vreselijk mislukken.'