Minder gezwollenheid en bleke ellende op de vierde plaat van de jonge Amerikanen, maar veeleer een frisse elektronicawind en een streepje licht. Als dit de richting is die The Antlers inslaat, we think we like it. 'Boffen wij even', grijnst multi-instrumentalist Darby Cicci. 'Al plannen we ons traject eigenlijk nooit. Whatever happens, happens. We zijn nog altijd met z'n drieën, maar toch is deze groep lang niet meer dezelfde als drie jaar geleden. En zo hoort het ook.'
...

Minder gezwollenheid en bleke ellende op de vierde plaat van de jonge Amerikanen, maar veeleer een frisse elektronicawind en een streepje licht. Als dit de richting is die The Antlers inslaat, we think we like it. 'Boffen wij even', grijnst multi-instrumentalist Darby Cicci. 'Al plannen we ons traject eigenlijk nooit. Whatever happens, happens. We zijn nog altijd met z'n drieën, maar toch is deze groep lang niet meer dezelfde als drie jaar geleden. En zo hoort het ook.' Darby Cicci: Er was al heel wat volk door The Antlers gepasseerd, maar pas met deze samenstelling kon je van een sluitend geheel spreken. Ik vertel niets nieuws als ik zeg dat stilstaan in de kunst hetzelfde is als doodbloeden. Je kunt vaak heel lang ploeteren om een eigen stem te vinden. Als het dan zover is, moet je die veilige haven meteen weer uitvaren, hoe vreemd dat ook klinkt. Zo denken we er alle drie over. We denken over veel dingen hetzelfde, trouwens. Wat wil je: thuis of op tournee, we zien elkaar elke dag. Ik mag gerust zeggen dat we vrienden zijn geworden. Want dat is wat gebeurt als je alles sámen meemaakt. Jezelf in de schulden steken. Maandenlang van huis weg zijn. Stomverbaasd het succes van Hospice ondergaan. Het ene moment je busje nog inladen naast een onooglijke club terwijl het pijpenstelen regent, en kort daarna in Radio City Music Hall optreden - en inladen in de regen. ( Lacht) Ik wil maar zeggen: als je na zo veel avontuur aan een plaat begint, heb je niet veel woorden meer nodig om te bereiken wat je wilt. Alleen een stuk of wat goede flessen whisky. Cicci: Ja. Ik zou het niet anders willen. Iedere instrumentalist heeft toch ook zijn domein? Ik zou het alleszins niet pikken dat iemand een kritisch kammetje door mijn keyboardpartijen haalt: 'Klinkt goed, maar daar had je die filter wat meer mogen opendraaien.' Neen, als je maar met z'n drieën bent, moet er onderling vertrouwen zijn, vind ik. Enfin, vinden wij. ( Lacht) Maar voor ik hier te zoetsappig overkom: we zijn het best wel eens oneens met elkaar, en we luisteren zeker niet allemaal naar dezelfde platen. De andere twee houden nogal veel van ambient, ik van bands als The Smiths en Sonic Youth, en wees maar zeker dat het water diep blijft. ( Lacht) Over dubreggae - Lee 'Scratch' Perry en King Tubby op kop - zijn we het wél roerend eens. Niet dat we ons daarom geroepen voelen om klakkeloos space echo en analog delay te gaan gebruiken - dat is te gemakkelijk. Dub staat of valt met indeling, eenvoud en herhaling. Dat is de kern, en daarmee gaan wij aan de slag. Cicci: Natuurlijk! Een conceptplaat die dood, emotionele chantage en abortus aansnijdt? Een kleine groep mensen zal de plaat intens aan de boezem drukken, was mijn inschatting. Hoe kon ik weten dat we songs aan tv-programma's, commercials en films zouden uitbesteden? Bovendien kwam de plaat uit in een periode waarin iedereen naar exotische beach pop leek te luisteren: die luchtige, opmonterende gitaartjes van Vampire Weekend en zo. Kwamen wij dat sfeertje even om zeep helpen! Maar blijkbaar herkenden heel wat mensen zich in Peters door en door zwartgallige verhaal. Of toch alleszins onze verklanking ervan. Cicci: Dat kun je wel zeggen. Hospice was een koptelefoonplaat: een album dat je helemaal in je eentje tot je neemt, als het ware ingebakerd tussen twee helften van een schelp. Het maakte dat luisteraars zich probleemloos konden inbeelden dat Peter die songs voor hen en hen alléén had geschreven. Die mensen kwamen ons toevertrouwen hoezeer ze zich aan de plaat hadden opgetrokken: blijkbaar waren ze niet de enigen die een rampzalige relatie hadden doorworsteld. Maar af en toe, tja, ging die identificatie zo ver dat we dachten: Moeten we er nu de witjassen bij halen? Cicci: Ik begrijp wat je bedoelt, laat ik het daarbij houden. ( Lacht) Al wil ik er nog aan toevoegen dat Peters songs zeker niet allemaal zo autobiografisch zijn als je denkt. Daarmee doe je hem oneer aan, want hij is vooral een geweldige tekstschrijver. Als je dan toch zo goed hebt geluisterd, zul je ook weten dat er veel minder donkere wolken boven Burst Apart hangen, en er zelfs geregeld een zonnestraal door het grijs priemt. Burst Apart is geen treurplaat, want wij zijn geen treurband: dat wilden we zeker duidelijk maken. Helemaal aan het einde van de plaat, in Putting The Dog To Sleep, zingt Peter: ' Put your trust in me/I'm not gonna die alone.' In vergelijking met alles op Hospice stel ik me daar bij wijze van spreken een vreugdedansje bij voor. ( Lacht) We hebben enkele tournees gedaan waarbij we onderweg naar niets anders dan oude Motownsoul hebben geluisterd, en dat kun je hier en daar horen, vind ik. Ik zei het al: het komt echt wel goed met ons. BURST APART Uit op 6/6 bij Frenchkiss Records.DOOR KURT BLONDEEL