Eerste zin Het was niet haar geboorte die mij moeder maakte, maar dat het meisje zomaar bij ons bleef.
...

Eerste zin Het was niet haar geboorte die mij moeder maakte, maar dat het meisje zomaar bij ons bleef. Wie is toch die oude, grijze vrouw in die rolstoel die zo uitzinnig naar ons zit te zwaaien, vraagt de vertelster uit Fen Verstappens deels autobiografisch geïnspireerde debuutroman zich af. Samen met broer Tijn en zus Biek bezoekt ze de Amsterdamse Artis-zoo. Daar ziet ze in de verte haar moeder zitten, de vrouw in de rolstoel dus, de vrouw die ze zo goed kende, tot die een hersenbloeding kreeg en iemand anders is geworden, iemand die nog met moeite een paar woorden kan spreken. Hoe ga je met dat verlies van de geest om wanneer het lichaam er nog is, luidt de filosofische vraag achter het uitermate delicate en uitgepuurde Moeder af. Verstappen situeert haar roman tussen twee reisjes naar Parijs. Tijdens het eerste is moeder nog op-en-top zichzelf, een succesrijke modeontwerpster die ieder jaar een showroom heeft tijdens de Parijse modeweek en daar ook de handtassen die Biek ontwerpt en de sieraden van Tijn aan de man brengt. De vertelster, 'een denker met twee linkerhanden' zoals ze zichzelf beschrijft, is een kruising tussen een ober en een wc-juffrouw, behalve dat ze die keer meer aandacht krijgt dan gewoonlijk, want ze is zwanger. De tweede reis vindt een jaar later plaats, wanneer moeder in een instelling zit, Biek en Tijn er alleen voor staan in Parijs en hun zus met haar kleine gezinnetje op Kreta verblijft. Wat betekent het om moeder te worden op het moment dat je zelf je moeder verliest, gaat daarbij door haar hoofd. Verstappen studeerde filosofie en werkt als copywriter. Het eerste merk je aan de intellectuele onderstroom die Moeder af, zonder ooit opzichtig te worden, torenhoog uittilt boven de gemiddelde psychologische roman. Het tweede aan de feilloze stijl waarbij ieder woord belang heeft. Moeder af is een nuchter boek, niet zakelijk, want daar schrijft Verstappen te melodieus voor, maar zeker ook niet melodramatisch of pathetisch. In korte hoofdstukjes, soms maar een halve pagina lang, gaat ze op zoek naar de essentie, en die is wrang. Zo wrang dat er soms enig cynisme komt bovendrijven, zoals wanneer beschreven wordt hoe moeder na een tijd licht herstelt: 'Ze eet soms al zelfstandig. De puree, de vis, de erwtjes. En vaak ook het servet.'