Eerste zin Het is kwart voor elf en voor de dag goed en wel begonnen is, ben ik al door zo veel zaken of aandoeningen van de begeerte gedwongen om iets te doen dat het me op dit moment belachelijk voorkomt om het allemaal een voor een op te schrijven.
...

Eerste zin Het is kwart voor elf en voor de dag goed en wel begonnen is, ben ik al door zo veel zaken of aandoeningen van de begeerte gedwongen om iets te doen dat het me op dit moment belachelijk voorkomt om het allemaal een voor een op te schrijven. Wanneer de vertelster van Els Moors' nieuwe roman van H. te horen krijgt dat hij hun relatie wil beëindigen, breekt er iets in haar. Opeens is alles belachelijk, kan ze nergens nog genoegen in vinden en is ze woedend dat ze moet blijven leven. Zo hoopgevend was die relatie nochtans niet. Acht jaar lang pendelde ze om de zoveel tijd tussen Brussel en Keulen om daar een hotelkamer te delen met de 22 jaar oudere schrijver H., die wel zei van haar te houden, maar te beroerd was om zijn gezin voor haar te verlaten. Tot die laatste keer dus, toen hij zei definitief voor zijn gezin te kiezen. Om de dood af te wenden neemt de vertelster zich voor iedere dag zes pagina's over haarzelf te schrijven, opgehangen aan de 48 affecten die Spinoza in zijn Ethica behandelt. Vandaar de titel van de roman, Mijn nachten met Spinoza, en de hoofdstuktitels die rechtstreeks van de Nederlandse filosoof afkomstig zijn, zoals: 'Woede is een begeerte die ons uit haat aanspoort degene die we haten kwaad te doen.' Moors' boek is autofictie, verklapt de achterflap. H. bestaat dus echt, net zoals A., Moors' psychologe, en K., de Gambiaanse man die ze in Gent ontmoette en de enige leek die haar uit haar eindeloze gefladder van de een naar de ander had kunnen redden, ware het niet dat hij even later voor een paar weken naar zijn geboorteland vertrok en nadien wel heel erg nieuwsgierig naar haar materiële welstand bleek. Verder lezen we over gesprekken met collega-dichters in Perugia en vrienden in Oostende, en over nog veel meer banaliteiten van het leven. Het is op dat moment dat je beseft dat het geen lor uitmaakt over wie dit boek gaat, want daar is het Moors niet om te doen. Wie een traditionele roman verwacht die je lekker lui met een half oog kunt lezen, is bij haar aan het verkeerde adres. Zij gaat veel uitdagender te werk en laat je op eigen gevoel de uitgang van haar woordenlabyrint zoeken.