en sceptisch volkje, wij Vlamingen. Eerst moest héél Europa plat gaan voor Alors On Danse, daarna pas begon het te lopen in onze contreien. Maar kijk: anderhalf miljoen verkochte singles later, waarvan alleen in Duitsland al driehonderdduizend, krijgt de immer beleefde Brusselaar Stromae (25), né Paul van Haver, ook aan deze kant van de taalgrens de erkenning die hij verdient. Met zes nominaties belooft hij de grote slokop op deMIA's te worden.
...

en sceptisch volkje, wij Vlamingen. Eerst moest héél Europa plat gaan voor Alors On Danse, daarna pas begon het te lopen in onze contreien. Maar kijk: anderhalf miljoen verkochte singles later, waarvan alleen in Duitsland al driehonderdduizend, krijgt de immer beleefde Brusselaar Stromae (25), né Paul van Haver, ook aan deze kant van de taalgrens de erkenning die hij verdient. Met zes nominaties belooft hij de grote slokop op deMIA's te worden. Paul van Haver: Bwa, misschien een klein beetje. Iedereen wil erkend worden om meer dan één lied. Mijn grootste schrik op dit moment is om een one-hit wonder te worden. Ik wil een carrière uitbouwen. Ik doe dit niet voor het geld: ik doe dit om ervan te kunnen leven. Nu, in België valt dat nog mee. Hier weten de mensen tenminste dat ik een plaat uit heb. In landen als Duitsland, Griekenland of Italië weten ze dat niet eens. Ze hebben er geen besef van dat Stromae een volwaardig muzikaal project is. Ze kennen me alleen van Alors On Danse - een commerciële clubsong. En het vreemde is: als je commercieel succes hebt, gaat iedereen ervan uit dat het ook slecht is. Un truc de merde. Dat frustreert me soms. Tuurlijk ben ik commercieel - anders was ik wel gewoon op mijn zolderkamertje blijven zitten. Maar dat wil niet zeggen dat mijn muziek oppervlakkig is. Van Haver: Voor een carrière als die van De Jeugd van Tegenwoordig teken ik meteen. Commercieel, maar zonder plat te worden. Van Haver: Ik vond die afwisseling wel leuk, hoor. In Duitsland stond ik de ene avond op een reusachtig schlagerfestival, inclusief polonaises, en mocht ik een dag later op het Sea of Love elektrofestival staan tussen mensen als Paul Kalkbrenner. Een tikje schizofreen, maar ik houd wel van die variatie. Maar om op je vraag te antwoorden: ik was nog niet klaar voor een volwaardige festivalset. Ik wilde niet met één turntable op het podium staan en een uur lang 'Push 'm up, push 'm up! C'mon, c'mon!' roepen. Dat zou te saai zijn. Te fake ook. Neen, ik wilde een écht liveconcept, maar dat vraagt tijd. Dat is ook de volgende stap: 2011 moet het livejaar worden. Het jaar waarin ik toon aan het publiek dat Stromae meer is dan een clubact. Van Haver: Een idee van het label. Een Brussels orkest, Brive la Gaillarde, had een eigen arrangement voor het nummer gemaakt. Het vreemde is: plots letten de mensen op de tekst. 'Alors On Danse gáát ergens over', kreeg ik achteraf te horen. De tekst is nochtans dezelfde gebleven, alleen de perceptie is veranderd. Grappig. Van Haver: Brel was mijn jeugdliefde. Toen ik jonger was luisterde ik behalve rap maar naar twee dingen: Buena Vista Social Club en Jacques Brel. Ik was zijn platen wat uit het oog verloren, tot iemand me na Alors On Danse op de gelijkenissen attent maakte. ' Putain', dacht ik, 'het is nog waar ook.' Ik dacht altijd dat het puur een mix van nineties en rap was, maar er zit ook veel Brel in. In Te Quiero, de tweede single, zag je dat veel beter. Dat stuk waarin ik wenend 'Je l'aime à mort' herhaal, dat is Brel die bovenkomt. Ken je Au Suivant? Een fantastisch nummer over een meisje dat in een mobiel legerbordeel werkt. Brel verdwijnt echt in dat lied. Er zit een stukje in waarin hij de soldaten impotent noemt, en dan met zo'n verwijfd handje opspringt. (Imiteert het handje) Fantastisch. Wel, dat is ook wat ik op een podium wil brengen. Dat je je nummers niet alleen zingt zoals je ze opgenomen hebt, maar dat je ze ook vertolkt. Een stukje acteren. Van Haver: Ligt dat niet te zeer voor de hand? In de Botanique heb ik samen met Arno een versie van Putain Putain gebracht. Niemand die dat verwachtte, niemand die me met Arno linkte. Wel, dat interesseert me meer. Ik houd ervan het publiek te verrassen. Van Haver: Om dat ene stukje tekst. 'Putain putain, c'est vachement bien. Nous sommes quand même tous des européens.' Ik kende Arno nauwelijks, tot ik vorige zomer naar een tv-uitzending van Couleur Café keek en dat stuk hoorde. Geweldige lyric. Via via heb ik dan eens gepolst of we niet iets samen konden doen. Grote mijnheer, trouwens, Arno. Il a oublié d'être con, zeggen we in het Frans. Heel intelligent, alleen komt hij zo niet over als er een camera bij is, heb ik gemerkt. (Lacht) Hij houdt ervan mensen op het verkeerde been te zetten. Ik herinner me dat hij op een bepaald moment met ons aan het babbelen was. Heel gewoon, heel vriendelijk. Tot plots de camera aanging en hij ineens als een schaap voor zich uit begon te staren. De journalist vroeg hem wat hij goed vond aan mij. Arno keek vijf seconden uitdrukkingloos in de camera en zei dan: 'Ik houd van zijn haar.' (Lacht) En dan niets meer. Weet je wat het is: televisie is fake. Arno weet dat, en dus doet hij er een schepje bovenop. Van Haver: Absoluut. (Lacht) Neen, neen. Ik ga hier geen uitspraken doen over Elio Di Rupo, maar ik zou hem toch geen mode-icoon noemen. En in alle eerlijkheid: dat strikje heb ik afgekeken van Kanye West. Ik zag trouwens dat Aloe Blacc er ook al eentje heeft: tijd voor iets nieuws dus. Weet je waar mijn snoblook vandaan komt? Ik heb een tijdje bij de jezuïeten van Godinne op school gezeten, te midden van de rijkeluiszoontjes. Tot dan liep ik er als een echte hiphopper bij: baggy jeans, te grote T-shirts, je kent dat wel. De jezuïeten dwongen me om andere kleren aan te doen. Eerst vond ik het vreselijk, maar na een tijdje wende het. En vreemd genoeg heeft dat er ook voor gezorgd dat ik een ander soort hiphop ben beginnen te maken. Meer open minded. Van Haver: Gedeeltelijk. De namen die je net zegt, zijn mensen die me wel beïnvloeden. Allemaal artiesten die bezig zijn met een cross-over van hiphop en dance. Alleen denk ik dat ik door die Franse folkinvloeden toch volstrekt uniek klink. En Amerikanen kennen ook geen nineties eurodance natuurlijk. Weet je, ik denk dat mijn muziek niet in één scene is onder te brengen. Mijn broer was fan van Public Enemy en The Notorious B.I.G., mijn moeder luisterde naar Congolese rumba, en ik ging in de weekends vaak naar de Versuz of de Carré. Mijn sound is een mix van al die invloeden. Van Haver: Daar hoorde je tenminste nog nieuwe dingen. Plus: er werd minder gevochten dan bij ons. Iedereen kwam er om zich te amuseren. Iedereen danste. Ik wist zelfs niet dat het kón .'Alors On Danse' remixte? Van Haver: Toch geen menselijk contact, neen. De gesprekken verliepen tussen de labels. Kanye is altijd een groot voorbeeld geweest, maar je moet zo'n remix niet overromantiseren. Weet je hoe dat gaat? Het label wilde de single in Amerika uitbrengen, maar mijn Engels was nog niet goed genoeg om zelf de lyrics te zingen. En dus kreeg ik een lijst van artiesten toegeschoven, waarop ik iedereen mocht aanvinken die me interesseerde. La Roux? Check. Kid Cudi? Check. Kanye West? Check. Alle grote namen staan erop, maar je weet dat ze bijna allemaal neen zullen zeggen. En dat gebeurde dus ook. Pas op het laatste nippertje kwam dan plots de bevestiging dat de grootste naam uit de lijst het wilde doen. Van Haver: (Lacht) Een beetje cliché misschien. Maar Kanye komt daarmee weg. Hij heeft zo veel geloofwaardigheid, zo veel artistieke verwezenlijkingen dat hij dat mag zeggen. Als Flo Rida dat zou doen, zou het iets anders zijn. (Lacht)Van Haver: (Lacht) Een ideetje van mijn broer, meer moet je er niet achter zoeken. Ik vergelijk mezelf niet met Mozart of zo. Zó Kanye ben ik nu ook weer niet. Van Haver: Qui? Met Daan heb ik eens op hetzelfde festival gestaan, voor de rest zeggen die namen me niets. Maar ik ken Regi. Volstaat dat niet? (Lacht) DOOR GEERT ZAGERS'Natuurlijk ben ik commercieel. Anders was ik wel op mijn zolder blijven zitten.' 'Vroeger ging ik in het weekend naar de Versuz. Daar werd minder gevochten.'