SMAK
...

SMAK CITADELPARK IN GENT, TOT 17 APRIL. tel. 09 221 17 03 en www.smak.be Het is wellicht niet voor meteen, maar toch wachten wij geduldig op de dag dat de kunst van Vlaamse bodem iets minder halfslachtig wordt. Iets minder zwabberend tussen meligheid en ironie, iets helderder qua inhoud, iets minder opgesmukt met de term ambiguïteit, iets frisser kortom - zou dat nu werkelijk zo verschrikkelijk zijn? Michaël Borremans (41) mag dan al zijn entree maken als the next big thing, ontsnappen aan die hardnekkige halfslachtigheid doet hij evenmin. Het probleem zit 'm in de combinatie van tekeningen en schilderijen die, hoewel elk ondergebracht op een andere verdieping, wijzen op een grillig standpunt als kunstenaar. Blijkbaar zijn er twee Michaëllen Borremans. Een die met verhoogd enthousiasme uitwijdt over zijn tekeningen, en een ander die wat schouderophalend en nogal clichématig over zijn schilderijen doceert. De eerste trakteert je op drie zalen fijngeslepen zwarte humor die niet zo veraf staat van wat de Britse Chapmanbroers doen, de tweede komt aanzetten met ouderwetse doeken in het kielzog van Luc Tuymans. Er zit weliswaar meer zwart in Borremans' schilderwerk - meer pessimisme én een donkerder palet - maar afgezien daarvan is de gelijkenis toch iets te frappant. En dat niet alleen. De brede armslag waarmee Borremans tekent, wordt opvallend smaller wanneer hij schildert. De nostalgische toonzetting en de jaren-vijftigstijl geven de tekeningen een eigen karakter, terwijl ze in de schilderijen gezocht en terneerdrukkend werken. De absurde situaties die in de tekeningen charmeren, durven in geschilderde versie al eens een tikje onnozel staan. Uit bepaalde tekeningen wil Borremans ooit grote objecten of installaties distilleren. Allesbehalve een slecht idee, want er speelt inderdaad een intrigerend, sculpturaal element mee. Je vraagt je dan ook af waarom hij zich daar niet op toelegt en misschien ietsje minder vlijtig aan zijn ezel plaatsneemt. Weinig artiesten schaatsen immers zo vrij over het blad als Borremans in zijn tekeningen. Geen plan is te wild, geen formaat onhaalbaar, geen personage te vreemd of Borremans komt er geloofwaardig mee voor de dag. Hij goochelt met representatie en schaalverandering alsof het niets is en pint zich op de menselijke conditie alsof die bij hem thuis naast de suikerpot staat. Door zijn fijne en tegelijk krachtige lijn doet Borremans wel eens denken aan Felicien Rops: hij heeft eenzelfde scherp geslepen potlood en een verbeelding die niet ophoudt, maar kan het blijkbaar ook niet laten om te schilderen volgens een bepaalde smaak. En ook al weet hij het technisch vlot te brengen, toch blijven de doeken onbeslist zweven en komen ze maar niet met iets doorslaggevends over de brug. De raadsels die erin vervat liggen, verrassen niet, en de door Borremans bepleite betekenisloosheid mist ernst. Maar absurde onderwerpen, schilderijen 'die in feite niks betekenen', wat zijn we ermee? Niet alleen klonk de theorie jaren geleden al afgezaagd, het standpunt is ook niet erg hoffelijk tegenover degenen die komen kijken. Een oude regel zegt dat inhoud en vorm in de kunst altijd samenvallen. Als het eerste in rook opgaat, kun je met andere woorden schilderen dat de stukken ervan afvliegen. Het blijft een verloren zaak. Els FiersEls Fiers