Death Magnetic **
...

Death Magnetic ** metalVertigo Metallica. Vier puisterige Californische heavy metal kids die zich vroeg in de jaren 80 met zo'n rotvaart naar de top headbangden dat de concurrentie kuchend in een stofwolk achterbleef. Op een heldere dag kan men in hun Masters Of Puppets (1986) de beste metalplaat aller tijden zien. Vijf jaar later werd thrash helemáál cash, toen songs als Nothing Else Matters en Enter Sandman het geneurie van argeloos strijkende huismoeders infecteerden. Sad but true: zodra die commerciële col ge-nomen, lonkte nog slechts de lange afdaling. Load (1996) en Reload (1997): twee keer geschoten, twee keer (net) ernaast. St. Anger (2003): de documentaire was beter dan de plaat. Men durfde zich een vraag te stellen: kon zanger-gitarist James Hetfield zich voortaan niet beter overgeven aan dat andere tijdverdrijf van hem, het afknallen van fauna op diverse continenten? Wij zijn het dierenrijk bijzonder genegen, maar hier gold het algemeen belang. Een besef van die strekking moet ook zijn doorgesijpeld in Metallica's hoofdkwartier, want voor Death Magnetic kreeg niemand anders dan Rick Rubin de producersstoel toegewezen. Juist, hij die de voorbije jaren de car-rières van Johnny Cash, Tom Petty en Neil Diamond reanimeerde, én eertijds Reign In Blood van Slayer (op een heldere dag enzovoort) onder handen heeft genomen. Rubin porde Metallica ertoe aan om terug te grijpen naar het geluid waarmee de groep groot was geworden en dat het na ... And Justice For All (1988) als een doorweekte overjas had afgegooid. En dus jaagt het viertal hier 75 minuten (!) en 10 nummers (!!) lang de denderende riffs, dubbele basdrums en splijtende gitaarsolo's (ja, ze zijn terug) met typisch militaire precisie vooruit. That Was Just Your Life, Broken, Beat & Scarred (citaat: ' What don't kill ya make ya more strong') en All Nightmare Long openen in al hun complexiteit verschillende fronten tegelijk. Wie de ene hook, break of tempoversnelling niet geweldig vindt, hoeft, onder het happen naar adem door, maar de volgende af te wachten. Vitaler én brutaler heeft Metallica in twintig jaar niet meer geklonken. Dat de hoofdriff in The End Of The Line een carbonnetje is van die in Pearl Jams Why Go valt nog weg te wuiven. Moeilijker hebben we het echter met de compositorische zwakteboden Suicide & Redemption (een drammerige instrumental) en The Unforgiven III, dat door klef piano- en strijkerswerk wordt ingeleid. Nog een foutje: single The Day That Never Comes had gewoon One II moeten heten. Maar dat is niet wat telt: Death Magnetic is geen meesterwerk, wél een broodnodige bloedtransfusie. Wilde zwijnen her en der kunnen hun geluk niet op. Kurt Blondeel