'Hendrik, waar bréng je ons in godsnaam naartoe?'
...

'Hendrik, waar bréng je ons in godsnaam naartoe?' 'Ik weet het zelf niet.' Drie uur tuffen over snikhete wegen hebben we er al op zitten, van de luchthaven in Trapani richting San Fratello, het bergdorpje waar vanavond het festival Pas de Trai begint. Na nog eens twintig minuten steile haarspeldbochten slaat de nieuwsgierigheid bij geluidstechnicus en copiloot Bob Hermans stilaan om in wanhoop. Manager Hendrik De Rycker ziet achter het stuur hoe de duisternis invalt. Op de achterbank, tussen de bagage en de meegereisde apparatuur, zitten Stuff-saxofonist Andrew Claes en ondergetekende nog net niet bij elkaar op schoot. 'Daar, er staat iets aangeduid met een pijl!' 'Maar nee, jong, dat is gewoon een pizzeria.' 'Wacht eens...' 'Zou het?' De wegwijzer blijkt zowaar naar de juiste plek te leiden. Il Cerro, 'De Kalkoen', zo heet de uitspanning, met zicht op het hoofdpodium, waarnaast we vijf minuten later de wagen parkeren. Rock-'n-roll! Mozzarella! Hoe komt Vlaanderens strakste elektrofunkjazzkwintet in deze uithoek van Sicilië terecht? Via een omweg langs Londen, legt De Rycker uit. Eind april, nog vóór de release van hun tweede album Old Dreams New Planets, speelde de groep zich warm met een Engelse minitournee. In de Londense Camden Assembly stond een Italiaanse kennis van hun Engelse agent in de zaal. Hij zag dat het goed was, en een lange lijst e-mails later staan er twee Siciliaanse data op de tourkalender van Stuff. 'Van bij de release van het eerste album hebben we meteen zwaar ingezet op de UK', aldus De Rycker, die ook Amatorski, Liesa Van der Aa, en die andere jazzy vrijbuiters Hoera onder zijn hoede heeft. 'Dat begint nu zijn vruchten af te werpen. Onder meer ook dankzij de steun van Gilles Peterson (de toonaangevende Frans-Britse dj en platenbaas, nvdr.). Niet dat Peterson alle dagen met de groepsleden aan de telefoon hangt, maar hij volgt goed wat er gebeurt, en vermeldt of draait Stuff regelmatig in zijn radioprogramma.' Ook in Nederland weten ze onderhand welke goodies het Antwerps-Gentse combo in zijn brand new bag heeft zitten. Twee jaar geleden al stond het op de affiche van Into the Great Wide Open, deze zomer ging Best Kept Secret plat. 'Ook na twee jaar hype en gigs op zowat alle grote festivals blijven wij wachten op de eerste slechte set van Stuff', noteerde onze man ter plekke. In eigen land moet de eerste slechte recensie nog komen en de uitverkochte albumpresentatie van Old Dreams New Planets in de AB was zelfs goed voor een item in Het journaal. De razend enthousiast onthaalde halve thuismatch op de jongste editie van Gent Jazz was een van de weinige optredens deze zomer - in eigen land volgt alleen Pukkelpop nog. Een bewuste keuze, volgens De Rycker, met het oog op het najaar - én de vakantiemaanden van 2018, als het even kan. Kersverse papa Andrew Claes is daar alvast niet rouwig om: 'Niet dat we onze optredens speciaal on hold hebben gezet voor de geboorte van mijn zoon, maar ik heb zeker niet geprotesteerd toen het idee ter tafel kwam. Wat voornamelijk speelde, was dat we vorig jaar bijna onafgebroken gespeeld hebben, en dat bijna ieder groepslid naast Stuff nog zeven, acht projecten heeft. Dat hebben we ook nodig, want we blijven in zekere zin jazzmuzikanten. In de jazz is het niet meer dan normaal dat je inspiratie opdoet in verschillende bezettingen. Het is onze manier om constant te herbronnen.' De twee Belgische festivalshows die de zomer van Stuff als boeksteunen omklemmen, liggen niet alleen in de tijd, maar ook qua publiek ver uit elkaar, iets wat Claes met enige trots meteen beaamt: 'Onze show op Gent Jazz was een droom. Enkele jaren speelden we in de Gentse Handelsbeurs nog in het voorprogramma van Robert Glasper, nu stonden we tussen hem en afsluiter Kamasi Washington geprogrammeerd. Een hele eer, toch wel, ja. Maar ook dat we op de tweede dag van Pukkelpop de Club mogen afsluiten is een mooie bevestiging van het parcours dat we tot nu toe afgelegd hebben.' 'Artistiek voelen we ons perfect thuis tussen die twee werelden, de alternatieve elektronicascene en de vernieuwende jazz. Je hoeft tegenwoordig bij wijze van spreken geen andere broek meer aan te trekken om van die ene naar die andere wereld te stappen, en dat is iets waar we met Stuff alleen maar blij om kunnen zijn.' Voor ze de grasmat van Pukkelpop doen daveren, is het de beurt aan San Fratello, een dikke tweeduizend kilometer van Kiewit. Op de affiche van Pas de Trai - ondertitel: 'pure music festival' - bespeuren we naast Stuff geen enkele vertrouwd klinkende naam. Staan wel op het programma: workshops origami en body healing, een initiatie slackline, danslaboratoria en conferenties over bioarchitettura en astronomia. Sponsorlogo's zijn nergens te bespeuren. De enige reclame is een promostand van SOS Méditerranée, de vzw die zich te land en ter zee actief inzet voor bootvluchtelingen, waarvan de Italiaanse hoofdzetel in Palermo gevestigd is. Gisteren heeft Stuffs 'Mixmonster' Menno Steensels, van tussen gestapelde strobalen, voor de eerste lading kampeerders al een dj-set ten beste gegeven. Gsm-bereik of wifi is er niet. Steensels is samen met drummer Lander Gyselinck, toetsenist Joris Caluwaerts en bassist Dries Laheye enkele dagen eerder al naar het eiland afgereisd. Het is een werkvakantie voor de groep, en de sfeer zit goed. 'Benieuwd of we vanavond stof doen opwaaien', grapt Claes, wanneer hij de site overschouwt. Sicilië wordt al drie weken geplaagd door de felste hittegolf in twee decennia, het festivalterrein en het omliggende woud liggen er kurkdroog bij. Strategische verlichting doet het geheel in een feeërieke - én akelige - sfeer baden. Uilen hebben we nog niet gespot, wel zo'n vijfhonderd overwegend jonge Sicilianen, een tiental loslopende honden, één elektrisch schommelpaard en één met vuur spelende jongleur. 'Zo kom je al eens ergens, hè', port geluidsman Bob ons laconiek. Intussen groeit bij de groep het besef dat ze zullen moeten roeien met de voorhanden zijnde riemen. Zo konden de organisatoren niet de hand leggen op de voor Caluwaerts verzochte synthesizer, een Nord Wave. In plaats daarvan staat van hetzelfde merk een elektrische piano klaar - een wereld van verschil, zo wordt me verzekerd. Gyselinck bracht zelf cymbalen en percussiespeeltjes mee van thuis en monstert de beschikbare kit. Bassist Laheye kan rekenen op zijn eigen instrument, maar kijkt bedenkelijk naar de versterker die klaarstaat. Steensels bracht zijn persoonlijke draaitafel mee. 'Andere, zeg maar goedkopere platenspelers wegen niet zwaar genoeg om mee te scratchen', legt het Mixmonster uit. Ook de mixer, een kleine, zwarte doos met grijze, vierkante knoppen, waarmee hij kleur en effecten toevoegt aan de op het podium geproduceerde ritmes, ging mee het vliegtuig op. Claes torst het meeste gewicht: naast zijn vertrouwde EWI (Electronic Wind Instrument, een midden jaren zeventig ontwikkeld elektronisch blaasinstrument) is dat een batterij minisynthesizers, kleine muziekcomputers die hij zelf ontwikkelde via Axoloti, een in Gent opgestart soft- en hardwareplatform. 'De EWI-5000 heeft een ingebouwde batterij, en voor de synths gebruik ik een USB-powerbank. Zo kan ik de hele handel met groene stroom opladen.' Het lijkt een detail, maar dat is het niet. Tijdens de pizzadis eerder op de avond viel het al op: enkel vegetarische toppings voor band en crew. Stuff wil zo veel mogelijk een CO2-neutrale groep zijn. Saxofonist Claes zweert bij het veganisme, maar ook de carnivoren in het gezelschap doen solidair hun duit in het zakje. Een mooi voorbeeld van de hechte vriendenclub die Stuff is. Een collectief, zoals ze het niet vaak genoeg kunnen herhalen. Dat Lander Gyselinck willens nillens door de pers naar voren is geschoven als spil of leider, zorgt alvast niet voor wrijvingen binnen de band. 'Ik denk dat het vooral voor Lander zelf soms een beetje vervelend is', zegt Laheye terwijl de espresso op tafel verschijnt. 'Akkoord, in het begin was hij de initiatiefnemer, maar intussen wordt de muzikale koers van Stuff wel degelijk bepaald door vijf mensen, met elk een evenwaardige stem. 'Dat maak het er niet makkelijker op, eerlijk gezegd', voegt hij er lachend aan toe. 'Vijf meningen, dat maakt het creatieproces democratisch en boeiend, maar ook trager. En daardoor is het resultaat misschien des te unieker.' Na veel, door de podiumtechnici met moeite ontcijferd vijven en zessen trapt het vijftal rond twee uur 's nachts de boel in gang, bijna een uur overtijd. Ze worstelen zichtbaar met zichzelf, en daardoor ook met het vermoeide, inmiddels sterk uitgedunde publiek. Toch slagen ze er gaandeweg in de laatste der overgebleven Sicilianen te bewegen met hun melange van asymmetrische hiphopbeats en kronkelige fusion. Wie zowel een Hudson Mohawke-cover als Public Enemy-samples in zijn mouw heeft zitten, kent de truken van de foor. Er kan na een uurtje spelen zelfs een bis af, waarna iedereen zo snel mogelijk zijn boeltje ruimt en de brits opzoekt voor een korte, warme nacht. Die workshop acroyoga zal voor een volgende keer zijn. 'Mocht ik hier wonen, ik zou mijn ritme helemaal omslaan.' 'Hoe bedoel je, Menno?' 'Die zon, tiens. Met zo'n hitte zou ik vooral 's nachts leven, denk ik.' '(lacht)''Onze avondtourmanager', zo luidt de ándere bijnaam van Mixmonster Menno, volgens De Rycker. 'Wanneer mijn taak erop zit, neemt hij over. Niemand die beter dan Menno weet waar er nog een laatste feestje of fles sterke drank te scoren is.' De volgende halte op deze mediterrane trip ligt in Alcamo, opnieuw drie uur afzien onder een loden zon verderop. Veel is er dus - wijselijk - niet gefeest de voorbije nacht. Enkel Caluwaerts lijkt er wat pips bij te lopen. 'Hij zit nog met zijn hoofd bij de lastige show van gisteren', zegt Laheye. 'Bovendien is hij druk bezig met een nieuw theaterproject. Het zijn lange dagen voor Joris, én het is vandaag zijn verjaardag.' Nuove Impressioni, kortweg NIM, zo heet het festival waar Caluwaerts enkele uren later in de backstage een stapeltje boeken cadeau krijgt van zijn bandmaats. Tuinliteratuur. Tegen een achtergrond van vulkanische rotsen, een paradijs voor cactussen en hagedissen, fleurt de toetsenist er zowaar van op. De groep lijkt ook vlot recht te veren na de moeilijke passage van gisteren. Alhoewel. 'Dit is officieel het meest shitty drumstel ooit', foetert Gyselinck tijdens de soundcheck. Steensels heeft dan weer moeite met de onverbiddelijke zon die vrij spel heeft aan de rechterzijde van het podium, waardoor zijn laptop en mixer stevig in het rood gaan. Frustratie dreigt, maar De Rycker heeft een oplossing: vijf minuten wandelen verderop ligt het stedelijke zwembad. Tijd voor afkoeling. Het blijkt sluitingstijd te zijn in de lokale piscina, maar speciaal voor de Belgische bezoekers houden ze hun banen een halfuurtje langer open. De waterpret mist haar effect niet. Op de terugweg pols ik bij Gyselinck of dit tot nu toe de vreemdste plekken zijn waar Stuff al zijn ding heeft mogen doen. 'We hebben al op behoorlijk veel vreemde plekken gespeeld', zegt hij. 'Twee jaar geleden op de wereldtentoonstelling in Milaan, bijvoorbeeld, in het Belgische paviljoen, ook al onder een blakende zon, ergens rond de middag, terwijl er enkele honderden friet stouwende Koreanen stonden te shaken. Dát was vreemd.' Op de vraag of het überhaupt de moeite waard is om zulke trips te ondernemen is Gyselinck categoriek: 'Alles kan een leerschool zijn. Shows als deze zijn een ideale testcase naar de toekomst toe. Andrew denkt al na over een manier om zijn effecten nóg compacter te maken. Ook uit dat gedoe met de synthesizers kunnen we lessen trekken. En daarnet stond ik wel lichtjes te vloeken op het drumstel dat ze hier hebben voorzien, maar uiteindelijk vind ik het best plezant om buiten mijn comfortzone te treden. Het is telkens opnieuw aftasten, telkens opnieuw een uitdaging.' 'Hij klinkt als een ballerina wanneer hij zingt.' Aan het woord is nog steeds Lander Gyselinck. Hij heeft het over Frank Ocean, die backstage door de iPodspeakers galmt. Muzikale veelvraten zijn het, deze gasten. De voorbije twee dagen noteerden we geluiden van en/of commentaar bij onder meer R. Kelly, Freddie Hubbard, James Blake, Joe Lovano, Radiohead, Colin Stetson, Beck, Goa-trance, Earl Sweatshirt, Wayne Shorter, BadBadNotGood, Oneohtrix Point Never, en Soulwax. Zowat de hele groep is het erover eens dat hun collega's uit Gent zwaar indruk maakten op de voorbije editie van Best Kept Secret, waar ze ook zelf op de affiche stonden. 'Het was indrukwekkend, ja', knikt Gyselinck. 'Of je nu voor hun muziek bent of niet, je kunt er niet omheen dat het geweldig goed in elkaar zit. En het oogt ook goed, het is een straffe show.' Hij laat zijn bedenking even bezinken. 'Dat hebben wij eigenlijk niet, dat showelement. Misschien zijn wij wel te veel muzikanten, en niet genoeg showmannen?' Showmannen of niet, na een monstering van het opgekomen publiek besluit de groep om enkele oude nummers op de setlist te zetten. Het amfitheater is nog niet voor de helft gevuld, vooral met lokale, op het weekend geklede middenstand-met-kinderen. Stuff laat het niet aan zijn hart komen. Caluwaerts smijt zich als herboren op dezelfde toetsen die gisteren nog voor wrevel zorgden, Gyselinck en Laheye beleven zichtbaar plezier aan het optreden, de Mixmonstermachinerie houdt stand en Claes verbaast de eerste rijen met het arsenaal onwereldse klanken uit zijn elektronische blaasinstrument. Stuff: entertainment voor jong en oud, ambassadeurs van het Belgische surrealisme, de Vlaamse nuchterheid en de Antwerps-Gentse as van muzikaal vernuft. Navieren gebeurt in de cafetaria van het hotel met enkele hoorntjes lokale gelati. Steensels rolt een sigaret met plaatselijke kweek, de anderen rollen hun bed in. Maandag staan er opnames voor Red Bull ('ze hebben ons voor een Bonzai-cover gevraagd') en een Facebooksessie voor Pukkelpop op het programma. De dag nadien vertrekken Laheye en De Rycker op surfvakantie. Claes kijkt ernaar uit om vrouw en kind opnieuw in de armen te sluiten, Caluwaerts kan met zaad en potgrond aan de slag op zijn dakterras, Gyselinck wordt verwacht in Luik voor een jazzproject en Mixmonster Menno loopt zich alvast warm voor de op til zijnde Patersholfeesten in zijn Gent. En daarna? 'In oktober doen we iets op het Film Fest met de soundtracks van Howard Shore voor David Cronenberg', vertelt Claes met blinkende oogjes. 'Daar kijk ik enorm naar uit. Beide mannen zijn van alle markten thuis. Shore schreef de soundtracks bij de Lord of the Rings-films, maar voor Cronenbergs adaptie van Naked Lunch werkte hij ook samen met freejazzlegende Ornette Coleman. En Cronenberg zelf is een regisseur die constant balanceert op de grenzen tussen sciencefiction, drama en horror. Beiden maken ze rare dinges die toch werken. Ze hebben, los van één bepaalde stijl, een eigen stijl en eigen persoonlijkheid ontwikkeld.' Een beetje zoals Stuff? 'Helemaal zoals Stuff, ja.' '