Dat experimentele of avant-gardistische muziek geen zware kost hoeft te zijn, dat bewijst het kosmisch getinte radioprogramma Laika al een jaar of acht elke maandagavond op Klara. Wanneer Laika een affiche mag samenstellen voor een avondvullend programma in de AB, levert dat een namenlijst op met onder meer cultfiguur Jandek, synthesizerdruïde Oneohtrix Point Never en Adrian Utley's Guitar Orchestra. De gitarist van Portishead komt, samen met zo'n vijftiental andere snarendrijvers, zijn versie brengen van In C, een baanbrekende klassieker in de minimalistische klassiek, geschreven door de grote Terry Riley.
...

Dat experimentele of avant-gardistische muziek geen zware kost hoeft te zijn, dat bewijst het kosmisch getinte radioprogramma Laika al een jaar of acht elke maandagavond op Klara. Wanneer Laika een affiche mag samenstellen voor een avondvullend programma in de AB, levert dat een namenlijst op met onder meer cultfiguur Jandek, synthesizerdruïde Oneohtrix Point Never en Adrian Utley's Guitar Orchestra. De gitarist van Portishead komt, samen met zo'n vijftiental andere snarendrijvers, zijn versie brengen van In C, een baanbrekende klassieker in de minimalistische klassiek, geschreven door de grote Terry Riley. ADRIAN UTLEY: Ik ben geen expert - zo lang ben ik nog niet vertrouwd met de wereld van minimalistische muziek en de grondleggers ervan, onder wie Terry Riley, maar ook Steve Reich en Philip Glass. Het was mijn maat Will Gregory van Goldfrapp die me enkele jaren geleden In C voor het eerst liet horen en het concept uit de doeken deed, en ik was meteen onder de indruk. Riley schreef het stuk in 1964, een instantomwenteling in het muzikale denken en componeren. UTLEY: Eenvoudig uitgelegd is dit het principe: het stuk bestaat uit 53 muzikale lijnen, verschillend in lengte, maar allemaal in de toonaard C. Er is één 'polsslag', het basisritme dat blijft doorlopen. Meestal gebeurt dat op een piano, wij doen het met een synthesizer. Daarover worden de verschillende lijnen gespeeld, en elke muzikant kiest zelf wanneer of hoe lang een lijn herhaald wordt. Er is geen restrictie op het aantal muzikanten, of het soort muziekinstrumenten. In C is al gespeeld met saxofoons, door kamerorkesten en a capella gezongen. Wij doen het dus met elektrische gitaren, orgels, een basklarinet en een beetje percussie. Het mooie is: het stuk kan nooit twee keer hetzelfde klinken, het is een ode aan de vrije geest en een radicale breuk met wat klassieke muziek tot dan had betekend. Zelfs de snelheid ligt niet vast. Het originele stuk had een tempo van 120 beats per minuut, wij gaan het brengen aan 86 bpm. Hoe het verder zal klinken, hangt helemaal van het moment af, want omdat de toonaard steeds dezelfde is en elke muzikant die polsslag moet volgen, ontaard het nooit in een kakofonie. Het zit ongelooflijk knap in elkaar. Heel simpel maar heel krachtig. UTLEY: We spelen helemaal niet luid, dat zou de intensiteit van de compositie alleen maar tenietdoen. Het wordt geen Glenn Branca, die stukken heeft geschreven voor gitaarorkesten en vaak elementen uit minimal music gebruikt. Voor hem is een hoog volume soms een factor, bij Riley niet. UTLEY: Ik geloof dat je zijn invloed vooral kunt horen bij elke muzikant die de kracht van de eenvoud gebruikt in zijn muziek. Minimalisme is eigenlijk een foute naam, want er is niks minimaals aan Rileys muziek, integendeel. Riley zelf was in grote mate beïnvloed door jazzmannen als John Coltrane en Miles Davis, en hield erg van klassieke muziek uit India. Hij was ook een pionier op het gebied van tapemanipulatie en het gebruik van synthesizers. Baba O'Riley van The Who, geschreven door Pete Townshend, is in titel en compositie een ode aan Riley. En in principe kun je een rechte lijn trekken van Riley naar sommige minimaltechnoproducers, maar daar heb ik geen kaas van gegeten. UTLEY: Ons laatste album hebben we in 2007 opgenomen, en zo lang heb ik de muziek van Riley nog niet doorgrond. Misschien op onze volgende plaat, wie weet? UTLEY:(ontwijkend) Deze zomer gaan we opnieuw toeren, daar zijn we momenteel mee bezig. We komen ook naar België, naar Pukkelpop. Daar kijk ik naar uit. UTLEY: De laatste keer dat ik een heel klein tipje van de sluier heb opgelicht, in vertrouwen dan nog, stond 'het nieuws' de dag nadien op de website van NME. Dus neen, ik zeg beter niks. Wanneer ik zelf in de studio zit, leg ik regelmatig ideeën opzij voor Portishead, dat weet ik. Wat Beth en Geoff momenteel uitspoken, daar spreek ik me niet over uit. JONAS BOEL