1 Zou je zelf lid willen zijn van zo'n Saamhorigheidsgroep?
...

1 Zou je zelf lid willen zijn van zo'n Saamhorigheidsgroep? Merijn De Boer: Helemaal niet. Mijn ouders waren er vroeger wel lid van. Ik kom uit een Haarlems links idealistisch nest, maar zelf ben ik helemaal niet zo idealistisch of activistisch. Enerzijds voelde ik dat dit mijn onderwerp was en wou ik er al heel lang iets mee doen, maar ik wist niet goed hoe. Dus bedacht ik het perpectief van Bernhard, die uit liefde voor een van de vrouwen in de groep bij hen aansluit, en niet voor hun ideeën. Hij doet wel alsof hij heel links is, maar dat is niet zo. Verhaaltechnisch is zo'n groep een interessant gegeven, omdat je vanuit een aantal mensen vertrekt die hecht met elkaar verbonden zijn. Je kunt die personages een eigen verhaallijn geven en ze tegelijkertijd met elkaar laten interageren in de groep. De groep waar mijn ouders deel van uitmaakten was net zo hecht als die in het boek. De leden stonden echt tien procent van hun inkomen af om er projecten in de derde wereld mee te steunen. En ze gingen ook samen op vakantie en tijdens het weekend uit wandelen of fietsen. Ik wou de sfeer en de ideeën van toen vatten, maar er wel fictie van maken. 2 In hoeverre is zo'n groep een dwangbuis voor haar leden? De Boer: Ik laat de groep in mijn boek er niet toevallig aan denken een commune te worden. Soms was het verschil klein. Veel van die mensen waren ontzettende positivo's die alleen maar wilden lachen en op een open manier in de wereld staan. Zij wilden tegen heug en meug goede mensen zijn. Dat is op zich heel mooi, maar het kan ook tot een dwingende groepsdynamiek leiden. Over gevoelens praten deden ze niet. Het ging altijd over politiek. Mijn Tristan-personage heeft een donkere, Dostojevski-achtige kant die hij niet kwijt kan in de Saamhorigheidsgroep. Hij heeft een probleem met Bernhard, maar daar kan binnen de groep niet over gepraat worden. 3 Hebben je ouders het boek al gelezen? De Boer: Nog niet, maar dat komt ongetwijfeld. Het zijn echte lezers. Zij kennen de regels van de literatuur en weten hoe je zaken uit de werkelijkheid gebruikt om er je verzinsels mee te stofferen. Zij zullen door de spot heen kunnen kijken en merken hoe mooi ik hun idealisme uiteindelijk wel vind.