Door Ben Van Alboom
...

Door Ben Van AlboomOver de identiteit van Jack the Ripper bestaan honderden theorieën, de lijst verdachten telt minstens dertig namen en het bewijsmateriaal tegen elk van hen is uitvoerig. Alleen al daarom is het intussen onmogelijk geworden om de waarheid achter de afschuwwekkende moorden nog te achterhalen. Wat echter niet wegneemt dat nogal wat filmmakers, televisieproducenten en romanschrijvers er hun hoofd over hebben gebroken.Twee weken geleden zette de Britse televisiezender Discovery een fictieve rechtszaak op poten om de identiteit van Jack the Ripper te achterhalen. Terwijl verschillende experts om beurten een boekje opendeden over de ware toedracht van de moorden, hield het aanwezige publiek de vinger op de knop om uit de vier verdachten de eigenlijke moordenaar te kiezen. De Britse katoenhandelaar James Maybrick haalde het uiteindelijk van de Britse hofdokter Sir William Gull, de (vermoedelijk) Amerikaanse kwakzalver Francis Tumblety en de joodse chirurg Aaron Kosminsky. Het spelprogramma van de Britse zender was lang niet het eerste televisieprogramma rond het raadselachtige fenomeen. In 1968 praatte Boris Karloff al verschillende horrorverhalen aan elkaar in de Amerikaanse televisiereeks The Veil, een vroege voorloper van The X-Files. De aflevering over Jack the Ripper was de enige Britse inzending. Ook in de sciencefictionseries Star Trek en Babylon 5 duikt het personage wel eens op als de belichaming van het eeuwige kwaad. Het belangrijkste televisieprogramma blijft evenwel het docudrama Jack the Ripper van de Britse openbare omroep uit 1973. Een detective van Scotland Yard had de producenten van de minireeks met Joseph Sickert in contact gebracht. De zoon van impressionistisch schilder Walter Sickert schotelde de televisiemakers een onwaarschijnlijk verhaal voor over een koninklijk complot waar zijn vader bij betrokken was. Naar eigen zeggen had hij het hof op de hoogte gebracht van het bestaan van een (katholieke) bastaarddochter van prins Edward. Om de kroon de schande te besparen, zou koningin Victoria aan de toenmalige eerste minister de opdracht gegeven hebben om het probleem op te lossen. Het verzoek resulteerde in de moord op de moeder van het kind, haar drie beste vriendinnen en een ongelukkig vijfde slachtoffer. Hoewel de speurders het verhaal van Joseph Sickert aanvankelijk als onzin afdeden, bleken nogal wat elementen uit zijn getuigenis te kloppen. De televisiemakers besloten daarop om het verhaal in een docudrama om te zetten en stonden zo aan de wieg van de meest populaire theorie over de identiteit van Jack the Ripper. Zowel de Amerikaanse televisieserie Jack the Ripper uit 1988 met Michael Caine als het nu verfilmde stripverhaal From Hell van Alan Moore en Eddie Campbell ontlenen hun plot aan de reeks. De eerste film waarin het personage van de beruchte seriemoordenaar opduikt, dateert uit 1926 en was van de hand van Alfred Hitchcock. The Lodger, een opmerkelijke film vol invloeden van de Duitse cinema uit de jaren é20, is losjes gebaseerd op het gelijknamige boek van Marie Belloc Lowndes en vertelt het verhaal van een geheimzinnige pensiongast die rond de tijd van de moorden vaak tot de ochtend wegbleef. De schrijfster zou het relaas in een restaurant hebben opgevangen en voor waarheid hebben aangenomen. De identiteit van de man kon vreemd genoeg nooit worden achterhaald. Het is dan ook helemaal niet zeker of hij iets met de slachtpartijen te maken had, hoewel deskundigen dat liever niet uitsluiten. De roman van Lowndes zou later trouwens nog verschillende keren worden verfilmd. Zo maakte Maurice Elvey in 1932 een nagenoeg exacte kopie van Hitchcocks The Lodger, draaide John Brahm in 1944 een bijzonder akelige evocatie van de moorden in Whitechapel en tekende Hugo Fregonese in 1954 zijn versie, Man in the Attic, met Jack Palance als de beruchte moordenaar. De onderscheiding voor de meest bizarre Jack the Ripper-film gaat evenwel naar Time After Time van Nicholas Meyer uit 1979. In zijn regiedebuut stuurde de Amerikaanse schrijver de vrouwenslachter naar het heden door gebruik te maken van de tijdsmachine van H.G. Wells. De film haalt dan wel weinig niveau, de stelling dat de seriemoordenaar zijn tijd ver vooruit was, bevat zeker een grond van waarheid.