Van verboden boeken is geen sprake, althans niet onmiddellijk, en de jongens noemen zichzelf geen apostelen, maar Ljoedmila Oelitskaja's monumentale roman Een Russische geschiedenis doet in de aanloop niettemin aan Het verdriet van België denken. Drie schooljongens - Ilja (die fotograaf zal worden), de muzikale Sanja en Micha de dichter -, een inspirerende leraar literatuur, een omgeving die van de taboes en de verzwegenheden aan elkaar hangt, een totalitair bestel waarmee het kwaad kersen eten is, de mogelijke bevrijding door de kunst, de corrumpering van ook goede mensen door een kwaadaardig systeem: het zit er allemaal in.
...

Van verboden boeken is geen sprake, althans niet onmiddellijk, en de jongens noemen zichzelf geen apostelen, maar Ljoedmila Oelitskaja's monumentale roman Een Russische geschiedenis doet in de aanloop niettemin aan Het verdriet van België denken. Drie schooljongens - Ilja (die fotograaf zal worden), de muzikale Sanja en Micha de dichter -, een inspirerende leraar literatuur, een omgeving die van de taboes en de verzwegenheden aan elkaar hangt, een totalitair bestel waarmee het kwaad kersen eten is, de mogelijke bevrijding door de kunst, de corrumpering van ook goede mensen door een kwaadaardig systeem: het zit er allemaal in. Op de eerste bladzijde deelt de openbare omroep iets van nationaal belang mee - de dood van 'Samech', zoals een baboesjka hem aanduidt, naar de naam van de letter 's' in het Hebreeuwse alfabet. Stalin dus. Hij Wiens Naam Niet Mag Worden Uitgesproken, als je leven je lief is. Waarna een zekere dooi aanbreekt in de bevroren Sovjetverhoudingen - waarin je tevoren de gevangenis in kon gaan voor, bijvoorbeeld, 'slavendienst aan het Westen' en 'kosmopolitisme' omdat je een student had willen laten promoveren op de banden van Poesjkins werk met buitenlandse literatuur. Maar hoe relatief die dooi was, blijkt uit het vervolg van deze Russische geschiedenis, die de jaren vijftig tot en met de jaren tachtig bestrijkt, en waarmee Oelitskaja's een monument voor de dissidentenbeweging uit die periode opricht. Dat is zowel prijzenswaardig - hoe langer het geleden is, hoe meer de zeer reëel geëxisteerd hebbende onderdrukking en afwezigheid van vrijheid haar wreedheid en afschrikwekkendheid verliest - als, helaas, bitter nodig in het huidige Rusland, waar wel de methoden, maar niet de mentaliteit wezenlijk veranderd lijken vergeleken bij dat totalitaire verleden. Niet dat de schrijfster zelf met dit soort abstracta te werk gaat. Ze roept integendeel juist het alledaagse keutelige gewonemensenleven zeer aanschouwelijk en tastbaar op. Waarin in de rij staan voor de gewoonste dingen, brood bijvoorbeeld, een feit des levens blijkt te zijn - maar waarin ook de Grote Geschiedenis haar plaats heeft, zoals de staatsbegrafenis van Stalin, die door Oelitskaja als een soort natuurramp wordt neergezet, waarbij Ilja op het nippertje niet het leven verliest in het massale gedrang, dat later minstens 1500 levens blijkt te hebben gekost. De levens van de drie vrienden uit de eerste bladzijden (net zoals die van de drie meisjes uit de daar nog aan voorafgaande, zeer korte proloog) zullen uit elkaar geslagen worden - een zal in de netten van de KGB verstrikt raken, een ander emigreert, een schiet zich een kogel door het hoofd... Het boek eindigt in New York met de dood van Iosif Brodski. Het lijkt geen buitengewoon hoopvol slot. Maar dat is de verkeerde vraag. Niet de wens, maar de werkelijkheid is hier van tel. 'Oelitskaja schreef een roman over hoe mens te blijven in onmenselijke tijden'; citeert de blurb de Time Out van Moskou. En dat klopt. Een erg goede roman bovendien. Én, ondanks alles, niet zonder humor. Geestig is bijvoorbeeld het bezoek van 'een Zuid-Amerikaanse schrijver uit Colombia' aan het land, die zozeer lak heeft aan het protocol dat hij het legertje partijfunctionarissen bijna een hartverlamming bezorgt. EEN RUSSISCHE GESCHIEDENIS **** Ljoedmila Oelitskaja, De Geus (originele titel: Zeljonyj sjatjor), 540 blz., ? 29,95. HERMAN JACOBSSLEUTELZINNEN Ilja begreep ogenblikkelijk dat hij iets verkeerd had gedaan, dat hij beter in de portiek had kunnen blijven zitten. Hij werd meteen met afschuwelijke kracht meegesleurd, zoals op zee wel door een krachtige onderstroom gebeurt.