'Oh, how I long to belong to me', zingt Marina Allen op angelieke toonhoogte halverwege haar debuutalbum. Een subtiel knipoogje naar een van haar grote voorbeelden, de betreur...

'Oh, how I long to belong to me', zingt Marina Allen op angelieke toonhoogte halverwege haar debuutalbum. Een subtiel knipoogje naar een van haar grote voorbeelden, de betreurde, tijdens opener Oh, Louise voor de geest geroepen Karen Carpenter (denk aan het refrein van The Carpenters' Close to You). Allen smeedt haar liedjes in Los Angeles, en modelleert ze in een kampvuur naar de geluiden uit de tijd dat ravijnen en rivieren er gonsden van sprankelende folk en zonnestraalpop. In Belong Here klinkt ze als Joni Mitchell op de hielen gezeten door het orkest van Sun Ra, en met het als een diesel startende Sleeper Train zet ze koers naar Joshua Tree voor een staaltje kosmische americana. Californische dromen, over ontsnappen uit de bodem en uit het hoofd, op een beknopte maar prikkelende introductie.