Mohsen Makhmalbaf (1957): schrijft toneelstukken, essays, kortverhalen, romans en scenario's. Sinds de jaren '80 maakt hij films. Verschillende ervan zijn verboden in Iran. Vaak hebben ze het filmmaken zelf als thema.
...

Mohsen Makhmalbaf (1957): schrijft toneelstukken, essays, kortverhalen, romans en scenario's. Sinds de jaren '80 maakt hij films. Verschillende ervan zijn verboden in Iran. Vaak hebben ze het filmmaken zelf als thema.Samira Makhmalbaf (1980): Mohsens oudste dochter. Speelde op haar zevende al mee in The Cyclist van vader. Met haar eerste langspeelfilm The Apple werd ze in 1998 geselecteerd voor de officiële selectie in Cannes. Ze was daarmee de jongste regisseur die ooit meedong naar de Gouden Palm. Blackboards, haar tweede langspeelfilm, won er in 2000 de prijs van de jury. Maysam Makhmalbaf (1981): zoon van Mohsen, fotograaf. Maker van de documentaire How Samira Made the Blackboard. Hanna Makhmalbaf (1988): het jongste zusje. Volgt sinds haar achtste lessen aan de filmschool van vader. Op 11-jarige leeftijd maakt ze de kortfilm The day aunt was ill. Marziyeh Meshkini (1969): Mohsens tweede vrouw, zus van zijn eerste vrouw, die overleed bij een ongeval tijdens het maken van The Actor in 1992. Marziyeh is de regisseur van The Day I became a Woman (2000). Voordien werkte ze als regie-assistente mee aan de films van Mohsen en Samira. Meer informatie over de Makhmalbafs op www.makhmalbaf.com: recensies, bio's, interviews, foto's, achtergronden. Met de mediaplayer kunnen ook stukken film worden bekeken. Lees in verband met Kandahar vooral het essay van Mohsen, The Buddha Was Not Demolished In Afghanistan; He Collapsed Out Of Shame, een uitstekende inleiding op Afghanistan. Het is de neerslag van het voorbereidende onderzoek voor Kandahar. Abbas Kiarostami (1940): een van de stichters in 1969 van het 'Instituut voor intellectuele ontwikkeling van kinderen en jonge volwassenen', een organisatie die een belangrijke rol zal spelen voor de internationale reputatie van de Iraanse kinderfilm. Kiarostami werkt alleen met niet-professionele acteurs. Zijn films zijn meditatief, poëtisch, anti-narratief: 'Met een verhaal stop je de realiteit in een conservenblikje.' Kiarostami krijgt op brede schaal erkenning met de trilogie Where is the Friend's House (1987), And Life Goes On (1992) en Through the Olive Trees (1994). Met A Taste of Cherry (1997) treedt de wereld van de volwassenen opnieuw op het voorplan. De film krijgt een Gouden Palm in Cannes en twee jaar later wint The Wind Will Carry Us de Gouden Leeuw in Venetië. Voor een verrassende kijk van Kiarostami op collega Makhmalbaf (met de karakteristieke wirwar van feit, film en fictie): haal Close-up (1990) in de videotheek. Jafar Panahi (1960): regisseur van The White Balloon (1995), een film van het 'Instituut voor intellectuele ontwikkeling van kinderen en jonge volwassenen' naar een scenario van Kiarostami, Camera d'Or in Cannes 1995. Gouden Leeuw in Venetië 2000 voor The Circle, dat in eigen land verboden is wegens de kritiek op de positie van de Iraanse vrouw. Majid Majidi (1959): in 1986 al even te zien in Makhmalbafs Boycott, later wordt hij de cineast van The Children of Heaven, in 1999 genomineerd voor de oscars en The Color of Paradise (1999). Twee films die het internationaal erg goed doen aan de kassa, naar Iraanse normen welteverstaan. Bahman Ghobadi (1968): aanvankelijk als adviseur en nadien ook als acteur betrokken bij twee projecten die zich afspeelden in Iraans Koerdistan: The Wind Will Carry Us van Abbas Kiarostami en Blackboards van Samira Makhmalbaf. Zijn debuutfilm A Time for Drunken Horses gaat over de hachelijke levensomstandigheden van een gezin van vijf weeskinderen aan de grens met Irak. Camera d'Or in Cannes 2000.