FILM: **** extra's: * (Total film)
...

FILM: **** extra's: * (Total film) FILM: **** extra's: 0 (Total film) FILM: ** extra's: * (Total film) FILM: **** extra's: *** (a-film) FILM: *** extra's: *** *(a-film) In het midden van de jaren zestig maakte Hiroshi Teshigahara furore op het festivalcircuit met Woman in the Dunes. In deze strakke, minimalistische allegorie wordt een schoolmeester tijdens het jagen op insecten door de plaatselijke bevolking in de val gelokt. Hij komt in een grote zandput terecht waar al een raadselachtige weduwe huist van wie de man en het kind door het zand werden opgeslokt. Willen ze niet levend begraven worden, dan moeten ze voor de rest van hun dagen het zand wegscheppen dat in de put valt. Alle pogingen om te ontsnappen zijn tot mislukken gedoemd en uiteindelijk leert de man zich te verzoenen met zijn benarde conditie en weet hij zelfs het water dat onder de aarde opborrelt, drinkbaar te maken. In een genadeloze zwart-witfotografie en met nagenoeg abstracte beeldritmes drijft Teshigahara de erotische spanning en claustrofobische malaise ten top, daarbij stevig geassisteerd door een ijle, experimentele score van Toru Takemitsu. Shohei Imamura won zijn eerste Gouden Palm in Cannes met een tweede versie van het in Japan beroemde verhaal van Narayama. In de originele bewerking uit 1958 liet Kinoshita een Kabuki-stijl primeren; Imamura kiest integendeel voor een even woest als poëtisch naturalisme. The Ballad of Narayama vertelt het cyclisch opgebouwde verhaal van een man uit een geïsoleerd bergdorp die zoals de traditie het voorschrijft zijn oude moeder naar de top van de berg draagt, waar ze zal sterven van honger en uitputting. Imamura toont zich een even groot antropoloog als humanist. Met zijn bekende anarchistische sensibiliteit, onbeschaamde humor en energieke visuele stijl, borstelt hij de strijd om te overleven in een onbarmhartige natuur. De onverbloemde scènes van seks, genot en plezier en de grote aandacht voor de irrationele en primitieve impulsen in het menselijke gedrag maken er een Imamura pur sang van . De veteraan Yoji Yamada heeft het in zijn allereerste samoeraifilm niet over de heroïsche daden van deze Japanse ridders in dienst van een landheer, maar over de dagelijkse kommer en kwel van een berooide samoerai van lage komaf. De held is een weduwnaar met twee kleine meisjes (waarvan eentje het verhaal vertelt) en een seniele moeder, en is zo druk in de weer met koken, wassen en het land bewerken dat hij er zelf vuil bijloopt. De karige actiescènes zijn bescheiden geënsceneerd en verstoren nooit de contemplatieve toon van deze droefgeestige prent. De zwaardvechterkunstjes van de samoerai worden dan weer breed uitgemeten in Zatoichi. Regisseur en steracteur Takeshi Kitano (voor de gelegenheid met platinablond haar) doet in deze vindingrijke en ironische stijloefening de legendarische figuur van Zatoichi herleven, een negentiende-eeuwse blinde masseur en gokker die ook als geen ander het zwaard hanteert. De mix van geraffineerde vechtscènes (waarin het CGI-bloed vrolijk rondspuit), droogkomische interludia en zelfs muzikale nummers, is zonder meer briljant te noemen. Battle Royale II: Requiem gaat nog een stapje verder dan het toch al ultragewelddadig origineel uit 2000. Dit keer zijn de adolescenten die met een explosieve halsband in het gareel worden gehouden, in een strijd van leven en dood verwikkeld met een bende tienerterroristen. Het hondsbrutale spektakel wordt met veel vaart en ziekelijke humor geserveerd en kan ook geïnterpreteerd worden als een fabel over het Amerikaans imperialisme van na 9/11. Toen genremeester Kinji Fukasaku tijdens de opnamen aan prostaatkanker overleed, nam zijn zoon Kenta het roer in handen. Patrick Duynslaegher Patrick Duynslaegher