Tibaldus en andere hoeren
...

Tibaldus en andere hoeren Tot april te zien in Gent en Antwerpen. tibaldus.be Tibaldus en andere hoeren is een van de pittigste theaterveulens. De kernleden - met name: Timeau De Keyser, Hans Mortelmans en Simon De Winne - zaten pas op de banken van het Gentse Conservatorium, toen ze al naar de scène snakten. En terecht, zo bleek uit hun debuut Paard: een musical (2009), een puik vormgegeven productie gekenmerkt door spannend, haast ritueel spel, weinig woorden, veel muzikaliteit én een paard. Dat dier werd trouwens het leidmotief van de eerste Tibaldustetralogie. Focus van dit vierluik: de verwondering voor het bizarre, wrede en een-zame wezen dat de mens is. Maart 2012 (Wanneer de paarden sterven) sluit af. Het is een fascinerend, maar niet geheel geslaagd slot. De getalenteerde cineast Pieter Dumoulin filmt met een handcamera de vier acteurs, spelend achter een wit scherm. Het publiek kijkt naar Dumoulins prachtig getinte en kek gekadreerde beelden die op het scherm geprojecteerd worden, en verder is de scène leeg. Het resultaat is een knappe verbeelding van het loeren achter de façade van een wereld of wezen. Het stuk opent zoals Thomas Vinterbergs cultfilm Festen eindigt: aan een morsige feestdis. Daar fulmineert én breekt de gastheer (een sterke De Winne), waardoor hij het stuk in één beeld samenvat: mensen die breken door of weerwerk bieden aan de teloorgaande wereld. Niet elke acteur speelt even sterk. De talentvolle Eva Binon benadrukt tijdens haar mooi verwoorde monologen te veel de mimiek, terwijl het sobere spel van De Winne en Mortelmans de uitvergroting van de camera wel overleeft. En dan is er nog het wederkerende paard: het gefilmde beest wandelt door de godverlaten wereld van het stuk. Wanneer het dier door de benen stuikt, glijdt de camera over de golvende lijnen van zijn lichaam. Diezelfde beweging herhaalt de camera op het einde, maar dan over een vrouwenlichaam. Het is een prachtig gecomponeerd slot waarin de hoop op een nieuw begin zindert. Het ongelijke spel en de te fragmentaire montage van de scènes zorgen voor ruis. We dekken die mankementjes echter graag toe als de kinderziektes van een veelbelovend collectief met een vibrerende en - wie weet, wereldverbeterende - taal. ELS VAN STEENBERGHE