1 Is zo'n dagboek nu therapeutisch?
...

1 Is zo'n dagboek nu therapeutisch? Maaike Hartjes:Dat vind ik een moeilijke vraag. Ik heb het zelf niet als therapeutisch ervaren, maar de dagelijkse momenten waarop ik aan het dagboek werkte, ging ik er wel telkens voor zitten. Zoiets helpt om je gedachten te ordenen. Tijdens mijn burn-out analyseerde ik mezelf de hele dag, maar het tekenen was wel het moment waarop ik het vastlegde. Je kunt ook herlezen wat je al gemaakt hebt en dat geeft je een beter inzicht in het hele proces. Je genezing gaat namelijk heel erg traag en je wilt zoveel. Soms lijkt het alsof er niks verandert. Dat ik er relatief snel weer uit geraakt ben, heeft niet met het dagboek te maken, maar met mijn omgeving. Mijn partner steunde me en niemand vond me een aansteller. Ik hoefde ook geen rekening te houden met een werkgever die me in een of ander reïntegratieproces wilde duwen. Ik kon mijn genezing zelf in handen nemen. 2 Het was eigenlijk niet de bedoeling om er een boek van te maken. Wat wil je ermee bereiken nu het er toch is? Hartjes:Het is wel mooi zoals het gegaan is. Eerst wilde ik alleen maar wat creatief zijn en toen ging mijn werk opeens over mijn burn-out. En daarna werd het een papieren boek. Ik had er eigenlijk geen bedoeling mee. Ik had ook helemaal niet gedacht dat mensen er zo veel in zouden herkennen. Ik krijg veel mail van lezers die dezelfde obstakels zijn tegengekomen. Eigenlijk bestaat er nog geen ander boek dat beschrijft hoe het is om een burn-out te hébben. De meeste boeken over het probleem zijn zelfhulpboeken die nadien geschreven zijn. Ik hoop ook - maar dat heb ik pas later bedacht - dat mijn boek het stigma vermindert waar mensen met een burn-out nog altijd last van hebben. 3 Was dit boek moeilijker om te publiceren dan je eerdere autobiografische dagboeken, omdat je je zo kwetsbaar opstelt? Hartjes:Ik voel me helemaal niet kwetsbaar met dit boek. Een journalist vroeg me of ik het niet vreemd vond om een intiem moment als een paniekaanval te delen. Terwijl ik gewoon een paniekaanval had. Dat is wel iets persoonlijks, maar helemaal niet eng om te delen. Toen ik het maakte, had ik al een soort publiek voor ogen. Ik wilde het online publiceren. Ik was vooral verbaasd dat mensen het überhaupt interessant vonden. Volgens mij was het een saai boek met rommelige tekeningen. Het verraste me dat zo veel uitgevers geïnteresseerd waren. Ze waren er duidelijk enthousiaster over dan over mijn andere werk.