Dit is flauwekul in beeld gebracht. Precies wat ik al twintig jaar met mijn tekeningen doe. Veel autobiografische elementen moet je er niet in zoeken. Lijnen op papier: dat is de essentie. Puur entertainment, liefst met een ontploffing erbij - het moet altijd spectaculair zijn. Die hoop onzinnige lijnen is de klei waaruit ik mijn ventjes maak. Een metafoor die ik niet helemaal toevallig gebruik: ik kom uit een familie van beeldhouwers. De meest succesvolle van ons geslacht is de man...

Dit is flauwekul in beeld gebracht. Precies wat ik al twintig jaar met mijn tekeningen doe. Veel autobiografische elementen moet je er niet in zoeken. Lijnen op papier: dat is de essentie. Puur entertainment, liefst met een ontploffing erbij - het moet altijd spectaculair zijn. Die hoop onzinnige lijnen is de klei waaruit ik mijn ventjes maak. Een metafoor die ik niet helemaal toevallig gebruik: ik kom uit een familie van beeldhouwers. De meest succesvolle van ons geslacht is de man die de kameel op de ingang van de Zoo van Antwerpen heeft gemaakt. Ik ben de janet van de familie: ik hield niet van het gevoel van klei onder mijn nagels, en dus zijn potloden en inkt mijn medium geworden. Ik sta er maar klein op, en eigenlijk had ik er nog kleiner willen opstaan. Niets is zo makkelijk als een zelfportret: je gaat voor een spiegel zitten en tekent wat je ziet. Maar dat vind ik niet zo interessant. Het product is belangrijker dan mezelf, dat is waarnaar ik streef. Mensen die mij kennen, kennen mij meestal om mijn tekeningen. En daar kan ik me helemaal in vinden: ik ben zelf nogal fan van mensen die bekend zijn om wat ze doen en niet om hoe ze eruitzien. Als kind was ik gefascineerd door Franquin, maar voor mijn 15e heb ik nooit een foto van die man gezien. Hoe hij eruit zag, was niet zo belangrijk. Idem voor Bill Watterson, de tekenaar van Calvin and Hobbes: als je op Google naar afbeeldingen van hem zoekt, zal je er maar twee vinden. En niemand kent de tekenaar van Spongebob of weet hoe Mordillo eruitziet - je weet wel, de tekenaar van die mannetjes met hun dikke neuzen - en toch kent iedereen hun werk. Bijzonder fascinerend vind ik dat. Of ik bescheiden ben? Niet helemaal, ik sta graag in het middelpunt van de belangstelling. Correctie: ik heb graag dat mijn werk in het middelpunt van de belangstelling staat. En tegelijk heb ik er schrik van. Ik houd er niet van als er dingen over mij worden gepubliceerd en ik ga ook niet bijster graag signeren. Ik denk dus dat ik veeleer verlegen dan bescheiden ben: ik heb niet de behoefte om een vedette te zijn. Weet je, de nieuwe generatie tekenaars is ongelooflijk mondig en extravert. Die doen niets liever dan op een podium staan of in het openbaar tekenen. Voor mij is dat iets privé. Ik teken het liefst van al in een atelier met niemand erbij, met het risico dat ik een beetje een kluizenaar word. De solitaire tekenaar: dat is mijn ideaalbeeld. GEERT ZAGERS