Caroline Strubbe met Lisbet Gruwez, Sam Louwyck, Zoltan Miklos Hajdu, Kimke Desart
...

Caroline Strubbe met Lisbet Gruwez, Sam Louwyck, Zoltan Miklos Hajdu, Kimke Desart Wie zijn Vlaamse films graag sfeervol, kunstzinnig en volledig BV-vrij opgediend krijgt, kan vanaf deze week terecht bij Caroline Strubbes voor Cannes geselecteerde én daar ook bekroonde debuutfilm Lost Persons Area. Met sobere, lichtjes handbewogen scoopcomposities peilt Strubbe daarin naar de emotionele onderstromen binnen een driekoppig gezin dat schijnbaar een stabiel leventje leidt. Tenminste: tot een buitenstaander het evenwicht komt verstoren. De protagonisten zijn Marcus (Sam Louwyck), de vader die als ploegbaas op de desolate industrieterreinen werkt, moeder Bettina (Lisbet Gruwez), die er een kantine uitbaat, de Hongaarse ingenieur Szabolcs (Zoltan Miklos Hajdu), die stiekem met haar een affaire begint, én de kleine Tessa (Kimke Desart), die het overspel van haar moeder sneller in de smiezen heeft dan Marcus. Wat begint als een uitgepuurd sociodrama waarin loachiaanse vérité en Antonioniachtige abstrahering met elkaar worden vermengd, laat Strubbe langzaam muteren tot een verstilde reflectie op onderhuidse fricties, fatalisme en het onvermogen tot communicatie. Spektakelcinema of verrassende wendingen hoef je dan ook niet te verwachten; wel een tot op het bot ontbeend familiedrama waarin alsmaar meer wordt gezucht dan gepraat en gesuggereerd dan getoond. Bovendien legt Strubbe haar sowieso al dunne plotdynamiek naar het einde zelfs volledig stil in de hoop een intrigerende sfeer van ennui op te roepen. Als beeldende exploratie van frustratie, verdriet en verlies doolt Lost Persons Area dan ook ergens tussen Fien Trochs Unspoken en Dimitri Karakatsanis' Small Gods in. Alleen begint de monotonie almaar zwaarder te wegen, terwijl de antidramatische keuzes (de muziek verdwijnt en de meest emotionele momenten blijven buitenbeelds) vooral de slotact te lang doen aanslepen. Echt begeesterend kun je Strubbes debuut dan ook niet noemen, al heeft de film ontegensprekelijk zijn merites. Let bijvoorbeeld op het sfeervolle camerawerk van Nicolas Karakatsanis, die de (te) summier geschetste personages en de industriële wastelands op een bijna fysieke manier aftast. Op het naturalistische en gepast onderkoelde spel van de relatief onbekende cast, aangevoerd door dansers Lisbet Gruwez en Sam Louwyck. Of op de mooie, raak geobserveerde rol van het kleine dochtertje van de uiteenvallende familie die de kalme chaos om haar heen al spelend tracht te ordenen. Verdienstelijk, maar volgende keer graag méér Antonioni en minder Wenders. Dave Mestdach