Woensdag 18/12, 22.10 - VIER
...

Woensdag 18/12, 22.10 - VIER In de vorige eeuw trok Paul 'Polle' Van Rooy voor het Woestijnvisprogramma Napels zien naar Zuid-Amerika om er Arnoud Raskin te volgen, een opmerkelijke landgenoot die er een mobiele school voor straatkinderen aan het opzetten was. Vijftien jaar later doorkruisen ze opnieuw dezelfde contreien, met de motor - en een camera op de helm - als Los Easy Riders. PAUL VAN ROOY: Niet goed, vrees ik. Ik heb het dier in mijn achteruitkijkspiegel nog naar de kant zien gaan, maar meer weten we er niet over. Dat is namelijk gebeurd in een streek waar het je als buitenlandse passant afgeraden wordt om te stoppen. ARNOUD RASKIN: Laat me dit even uitleggen: in Zuid-Amerika heb je gebieden waar de wet niet geldt, waar die wordt bepaald door de overste van de plaatselijke stam. Rijd je er een hond aan, dan kun je daarvoor overdreven streng veroordeeld wordt. En dat terwijl daar zo veel zwerfhonden zijn dat er dagelijks wel eentje op de weg springt. We wilden onze reis tonen zoals die echt was, dus hebben we die aanrijding er niet uit geknipt. Voor bepaalde plekken wordt trouwens aangeraden om zelfs bij een ongeluk met slachtoffers meteen naar de dichtstbijzijnde ambassade te snellen, om je zo te verzekeren van een correcte rechtsgang. RASKIN:(lacht) Ik was toe aan een sabbatical. Vijftien jaar geleden begon ik in Zuid-Amerika met mobiele scholen voor straatkinderen. Dat is inmiddels zo gegroeid dat ik in een managersrol ben terechtgekomen - maagzweer inbegrepen. Ik moest ertussenuit en wilde hiervoor terug naar de gebieden waar het allemaal begonnen was. VAN ROOY: We zijn sinds Napels zien vrienden gebleven. Hij vertelde mij over zijn plannen en op een bepaald moment zei ik: ofwel doen we het, ofwel stoppen we met erover te praten. Het werd het eerste. RASKIN: Toen ik als student het concept van mobiele scholen bedacht, wilde ik eerst de omstandigheden ter plekke doorgronden. Daarom ben ik in 1997 naar de Colombiaanse hoofdstad Bogotá getrokken met mijn rugzak. Het enige wat ik vooraf wist, was dat ik zeven maanden later wilde aankomen in Lima, de hoofdstad van Peru. De route die ik uiteindelijk heb afgelegd, heb ik genoteerd in mijn dagboek. VAN ROOY: Hoewel ik al een stukje van de wereld heb gezien, heb ik via die route van mijn maat een topcontinent ontdekt. Colombia bijvoorbeeld: Tom Waes liet ons met Reizen Waes nog maar eens geloven dat het daar gevaarlijk is, maar ik heb nergens zulke vriendelijke mensen ontmoet. RASKIN: Er zijn de mensen, maar er is ook de cultuur, de natuur... Er is volgens mij geen ander continent waar je van aan de kust kunt vertrekken en na een dag reizen al op een besneeuwde bergtop staat. Steek je die vervolgens over, dan kom je in de natuurpracht van het Amazonewoud terecht. Waar vind je dat nog? (H.V.G.)