Eerste zin In het holst van de nacht viel er geen levende ziel te bekennen op de binnenplaats van de galerijflat, die in een vaalgele nevel lag verzonken.
...

Eerste zin In het holst van de nacht viel er geen levende ziel te bekennen op de binnenplaats van de galerijflat, die in een vaalgele nevel lag verzonken. Nu Amedeo Consonni een echte moord heeft opgelost, krijgt hij plots een vreemd presentje van een oude vriend. Die heeft in de fundamenten van zijn huis drie skeletten gevonden en levert die, in een hoekkast, af bij Consonni. Intussen gaat het leven in Consonni's flatgebouw zijn ongewone gang. Een zure buurvrouw die lang niet zo invalide is als ze laat uitschijnen, houdt iedereen in de gaten. En dan zijn er nog de andere bewoners: Consonni's opdringerige vriendin die er maar niet in slaagt een spannend verhaal te vertellen, een zuipende buurman met een plan, een andere buurman die dolverliefd wordt op een BMW... Wanneer Consonni ook nog voortdurend de skeletten moet verslepen, lijkt het bijna een deurenkomedie. Het is duidelijk dat Francesco Recami aardig wat mosterd bij Simenon haalde: een niet al te vergezochte plot, een alwetende verteller, een scala aan eigenzinnige, licht hysterische, niet per se sympathieke personages plus een scherp oog voor de ingewikkelde relatie tussen buren en het zeer dat alle mensen kwelt. De Italiaanse saus en humor zijn wel van hem. Omdat dit het tweede boek uit een serie is, moet u soms wel even gissen wie wat op zijn kerfstok heeft. Meteen een goede reden om ook Recami's eerste misdaadroman, De galerijflat, te lezen.