Clint Eastwood met Ken Watanabe, Kazunari Ninomiya, Tsuyoshi Ihara, Ryo Kase, Shido Nakamura
...

Clint Eastwood met Ken Watanabe, Kazunari Ninomiya, Tsuyoshi Ihara, Ryo Kase, Shido Nakamura Drie maanden geleden bestormde Clint Eastwood in Flags of Our Fathers al een keertje eerder het eiland Iwo Jima. Maar waar dat toen een breed uitwapperend, complex gestructureerd en Amerikaans getint anti-oorlogsdrama opleverde, kiest Eastwood in dit tweede luik van zijn WO II-diptiek voor een veel intiemere, rechtlijniger en efficiëntere aanpak. Met een zelden gezien gevoel voor empathie duikt hij dit keer de benepen bunkers en stellingen van de Japanse 'vijand' in. Om er het onthutsende, strak - en nota bene in het Japans - vertelde portret van een groepje soldaten en hun twijfelende officiers te brengen die beseffen dat ze de aankomende raid van de Amerikanen niet zullen overleven en als kamikazes het slagveld zullen worden opgejaagd. Dat wachten op een gewisse dood resulteert in een drukkend doemsfeertje dat Eastwood accentueert met een asgrauw kleurenpalet en een ascetische beeldregie die zo authentiek en uitgepuurd aanvoelen dat vergelijkingen met Kurosawa of Imamura zich opdringen. Bovendien verliest good ole' Clint - 76 inmiddels - zich op geen enkel moment in goedkoop sentiment of het soort machoretoriek waaraan hij zich vroeger wel eens bezondigde, zodat de bijna-zwart-wittinten haaks komen te staan op de genuanceerde, verpletterend humane kijk op oorlog, heroiëk en 'de vijand'. 'To know thyself is to know thine enemy': dat stille maar dwingende motto sluipt langzaam de met lijken bezaaide loopgraven en claustrofobisch nauwe schuiltunnels van Mount Suribachi binnen terwijl Eastwood je discreet maar in een kordate no-nonsensestijl van de ene pakkende scène naar de andere loodst. Die waarin luitenant generaal Kuribayshi ( Last Samurai Ken Watanabe) zijn laatste brief aan het thuisfront neerpent (diens 'Picture Letters from Commander in Chief' vormen de narratieve rode draad), bijvoorbeeld. Die waarin soldaat Saigo (uitstekend vertolkt door de Japanse popster Kazurani Ninomiya) luidop maar tevergeefs droomt om ooit terug te keren naar zijn zwangere vrouw. Of die waarin enkele van zijn verslagen strijdmakkers de hand aan zichzelf slaan met een granaat, door Eastwood kurkdroog, snoeihard en zonder een greintje sensatiezucht in beeld gestanst. Eastwood mag dan al geen uitgesproken politiek filmmaker zijn: zijn fatalistische portret van mannen die een verloren strijd leveren is zowel tijdloos universeel als verschroeiend actueel - waarbij de zandheuvels van Iwo Jima één worden met die van Irak. Dave Mestdach