'Oké, tijd om eraan te beginnen. Hebt u graag dat ik handschoenen aantrek?' Gitaartechnicus Edwin Wilson vraagt het zonder een zweem van ironie in zijn stem. Voor hem op tafel ligt 'Number 1', de Gibson Les Paul die van Jimmy Page een gitaarheld en van Led Zeppelin de peetvaders van de gilrock maakte. Wilson, die als hoofd van Gibsons Historic Program een reeks kopieën van de legendarische gitaar wil maken en ze daarom een technisch touché wil zetten, maakt geen grapje. Hij wéét hoe eigenaars van een Les Paul van het bouwjaar 1958-1960 zijn. Rocksterren. Japanse collectioneurs. Fetisjisten. In alle gevallen: rijken.
...

'Oké, tijd om eraan te beginnen. Hebt u graag dat ik handschoenen aantrek?' Gitaartechnicus Edwin Wilson vraagt het zonder een zweem van ironie in zijn stem. Voor hem op tafel ligt 'Number 1', de Gibson Les Paul die van Jimmy Page een gitaarheld en van Led Zeppelin de peetvaders van de gilrock maakte. Wilson, die als hoofd van Gibsons Historic Program een reeks kopieën van de legendarische gitaar wil maken en ze daarom een technisch touché wil zetten, maakt geen grapje. Hij wéét hoe eigenaars van een Les Paul van het bouwjaar 1958-1960 zijn. Rocksterren. Japanse collectioneurs. Fetisjisten. In alle gevallen: rijken. En dat terwijl die combinatie van mahonie, esdoorn, palissander, plastic en metaal 50 jaar geleden ocharme 247,50 dollar kostte. Dat is in het beste geval 0,1 procent van de huidige prijs. Dames en heren, kam uw borsthaar, zet een buishoed op, neurie de intro van Sweet Child o' Mine en buig voor de duurste Les Paul ter wereld: de Burst. Een mens kan het zich vandaag nauwelijks voorstellen, maar de Gibson Les Paul, die samen met de Fender Telecaster en Stratocaster de Heilige Drievuldigheid van de rockgitaren vormt, leek een kort leven beschoren. In 1951 sloeg Gibson, marktleider in akoestische jazzgitaren en mandolines, de handen in elkaar met Lester 'Les Paul' Poltus, een gevierde country- en jazzgitarist én elektronicabricoleur, die met de hoorn van een telefoon en de radio van zijn ma de eerste p.a. had uitgevonden en in navolging van concurrent Fender zo zijn eigen ideeën had voor een elektrische solidbody-gitaar - een plank dus, niet een hol instrument. Hun eerste worp, in 1952, was de Les Paul Goldtop. 'Goud, want goud staat voor rijk, duur, superbe', aldus Paul. Al snel kreeg dat verrukkelijke stuk kitsch een sidekick in smoking: de Les Paul Custom, een zwarte luxeversie met gouden pick-ups. Het succes - ach, die imbeciele vijftigers - was bescheiden. Tegen het eind van het decennium kreeg de Goldtop, die intussen enkele transformaties had ondergaan, een facelift. Het goud werd geschrapt, eigenlijk letterlijk weg geschraapt. Wat onder die verflaag zat, zou het publiek met verstomming slaan: in veel gevallen een prachtige gevlamde variant van esdoorn, waarvan de horizontale strepen reliëf kregen als een hologram wanneer je de gitaar tegen het licht draaide. De nieuwe generatie Les Pauls kreeg een nieuw soort lak: cherry sunburst, een techniek waarbij de body van geel overging in dieprood, en nieuwe, warme pick-ups (de 'microfoons' die de snaartrillingen omzetten). Aangezien dit het nieuwe basismodel werd, kreeg het domweg de naam Standard. De legende was geboren. Of toch niet. Gibson geloofde toen al niet meer in de Les Paul, het nieuwe model werd niet eens gepromoot. Tussen eind 1958 en 1960 werden er ongeveer 1450 van gemaakt (de productielijsten zijn verdwenen), daarna was het uit. Gibson hertekende het model volledig en lanceerde in 1962 de Gibson SG/Les Paul (dat puntige ding waar Angus Young van AC/DC op speelt; de man draagt niet voor niets een schooluniform). Exit de Burst. 'Verder! Verder zeg ik!' Het is april 1966, en in de Decca Studios in West Hampstead probeert Eric Clapton (21) de technicus duidelijk te maken waar hij de microfoon voor zijn versterker wil hebben. De knopjesschuiver is een man van zijn tijd: een fysicus in een witte stofjas die vooral bedreven is in de opname van bigbands en klassieke orkesten. Claptons gitaarsound bij de bluesband John Mayall & The Bluesbreakers (te horen op het album Bluesbreakers with Eric Clapton uit 1966) drijft op volume. Een Les Paulgitaar door een Marshall, beide op 10, controleren met vibrato en laten opwellen tot feedback, zo doet een echte man dat - tenminste, met zo'n gitaar doet EC's bluesheld Freddie King het. 'Verder, tot tegen de muur!' Cla pton zet All Your Love in. De engineer knipt de tapemachine uit met de woorden: 'Deze gitarist valt niet op te nemen.' Niet dat Eric Clapton de scheurende gitaar had uitgevonden (denk dan liever aan Link Wray, die voor Rumble uit 1958 zijn speakers kapot had gesneden). Maar met de combinatie van een opengedraaide, hevig overstuurde versterker en een 1958 Les Paul startte hij een muzikale revolutie én de mythevorming rond de Burst. Niet alleen werd het originele model van de Les Paul tegen 1966 zoals gezegd niet meer gemaakt, van 1951 tot 1959 mochten in het Verenigd Koninkrijk geen Amerikaanse instrumenten worden ingevoerd. Clapton, geïnspireerd door de hoesfoto van Freddie Kings elpee Let's Hide Away & Dance Away, werd een wegbereider. Of God, zoals graffiti op de muren van Londen pretendeerde. Het virus verspreidde zich snel. Binnen de kortste keren doken een '58-'60 Les Paul op in de handen van Keith Richards, Jimmy Page en Jeff Beck. Het verdwijnen van het klassieke Les Paul-model, gecombineerd met de status van Guitar of the Greats, dreef de prijzen stelselmatig de hoogte in. Met de jaren doken steeds meer imitaties, vervalsingen en omgebouwde en herspoten Les Pauls op, die al dan niet als the real deal werden verkocht. Zelfs lang nadat het de productie van het originele model (dus niet de SG) had hervat, zag Gibson niet in dat er een geweldige markt openlag voor heruitgaven van de Burst. Eén man, verstopt onder een belachelijke hoge hoed, debuteerde op een Burst en redde Gibson van de ondergang. Tenminste, Slash van Guns n' Roses speelde Appetite for Destruction vol op een... vervalsing, mét het Gibsonlogo op de kop van de gitaar maar gemaakt door meester-imitator Peter 'Max' Baranet. Dat Slash sinds jaren niets memorabels heeft gepresteerd (hebt u écht Snakepit of Velvet Revolver in huis?) blijkt niets aan zijn populariteit onder het gitaarkopende publiek af te doen. De man heeft niet voor niets eigen Les Paul-modellen bij Gibson en het goedkopere submerk Epiphone. 'Gaan pissen en op maandag in New York gitaar gaan spelen, dat zijn de twee dingen waar ik nog keer op keer naar uitkijk', aldus Les Paul, 93 intussen. Lenny Kravitz, wat priller nog, raakt iets meer opgewonden bij de gedachte aan zijn gitaarcollectie. 'Af en toe zet ik mijn vintage Les Pauls op een rijtje, and then I whack off in front of them. ' Met handschoenen aan, dat spreekt. Million Dollar Les Paul - In Search of the Most Valuable Guitar in the World Tony Bacon, Jawbone, Londen, 288 blz., 19,95 euro.Door Bart Cornand