De toekomst is vrouwelijk, klinkt het ergens in dit langspeeldebuut van Bertrand Mandico. Een feminiene wereld is een pak vredelievender, meent een Nederlandse kapitein (Sam Louwyck) die opgetrommeld is om een stel rotverwende pubers aan boord manieren te leren. Tijdens een doorzop...

De toekomst is vrouwelijk, klinkt het ergens in dit langspeeldebuut van Bertrand Mandico. Een feminiene wereld is een pak vredelievender, meent een Nederlandse kapitein (Sam Louwyck) die opgetrommeld is om een stel rotverwende pubers aan boord manieren te leren. Tijdens een doorzopen leesclub hadden die nieuwbakken matrozen de pedalen verloren en in een waas van verlangen en vernielzucht hadden ze hun literatuurdocent aan een paard vastgebonden en verkracht. Dat de Franse cineast in die scène het vijftal als een stelletje razende Jackson Pollocks opvoert die gewapend met hun snikkels de abstracte kunst van drip painting tot een pornografisch hoogtepunt brengen, is slechts een voorsmaakje van Mandico's fixatie op piemels en experiment. Dat trekt hij niet enkel door in een wilde genderbenderfantasie, die constant tussen castratieangst en -fantasie schippert, maar ook in zijn ambigue vorm. De ene keer verrast hij met een dromerige, zelfs exotische zwart-witfotografie die aan Alain Resnais' Hiroshima mon amour (1959) doet denken, dan weer duikt zijn film in een kleurbad om er als een experimentele Stan Brakhage-film uit te komen. Deze sensuele, bevreemdende fantasie krijgt zo iets van visuele dronkemanspraat. Dichter bij een correcte interpretatie van William Burroughs' novelle The Wild Boys kom je niet.