FILM: * EXTRA'S:0 (A-Film)
...

FILM: * EXTRA'S:0 (A-Film) Zoals veel legendarische films hebben we ook Les enfants du paradis te danken aan een toevalstreffer. Regisseur Marcel Carné en scenarist Jacques Prévert hadden net Les visiteurs du soir achter de rug en wisten niet wat hun volgende film zou worden. In Nice liepen ze toneelspeler Jean-Louis Barrault tegen het lijf, die hen overstelpte met anekdotes uit het toneelwereldje. Het pathetische, waar gebeurde verhaal van een mimespeler die in een passioneel drama verstrikt raakte, bleef door hun geest spoken en vormde de aanzet van dit monument uit de Franse cinema. Les enfants du paradis speelt in het kleurrijke Parijse toneelwereldje van de jaren 1840, een milieu waar de aristocratie, de burgerij en het canaille elkaar vinden. De 'kinderen van het paradijs' slaat op de lagere stand die vanop het hoogste balkon vol overgave toneelopvoeringen bijwoont waarin hun alledaagse liefde en leed tot klucht, tragedie of melodrama wordt getransformeerd. 'Hun wereld is klein, maar hun dromen zijn groot', zo beschrijft een steracteur zijn overenthousiaste publiek. De protagonisten uit dit fresco vol romaneske verwikkelingen zijn archetypes die we zowel terugvinden in de commedia dell'arte als in de naturalistische verhalen van Balzac, Victor Hugo of Eugene Sue. Zo zijn er onder meer de clown, de courtisane, de aristocraat, de nihilist, de noodlotsbode en de gentleman-dief. Rode draad door het verhaal met talloze nevenpersonages is de voortdurend door het lot gedwarsboomde liefde tussen de 'demi mondaine' Garance (Arletty), voor wie liefde terriblement simple is, en de Pierrot-achtige figuur (Barrault), een mimespeler die op het podium door zijn stilzwijgen de harten beroert. Het gaat van kwaad tot erger in hun onfortuinlijke liefde die uitmondt in een bloedige moord op de graaf (de derde man die rond Arletty dwarrelt) in een Turks bad. De definitieve scheiding tussen de twee geliefden is een ware anthologiescène, waarin Jean-Louis Barrault zijn verloren geliefde achternaholt in een verstikkende massa van in het wit geklede feestvierders en clowns. Aan de hand van een meesterlijk opgebouwd scenario van Prévert weeft Carné werkelijkheid en theater, tragedie en pantomime, verfijnde ironie en bittere romantiek prachtig door elkaar. Zelden of nooit was er in één Franse film een sterker en onvergetelijker acteursensemble te bewonderen. Les enfants du paradis kende een fel bewogen productiegeschiedenis. De film werd opgenomen tijdens de Duitse bezetting en de draaiperiode sleepte eindeloos aan. In de studio La Victorine in Nice verrezen de gevels van de vierhonderd meter lange Boulevard du Crime (in feite Boulevard du Temple waar de meeste schouwburgen gevestigd waren). De Italiaanse coproducenten trokken zich terug nadat Italië had gecapituleerd. Transport, bouwmaterialen, kostuums en pellicule waren schaars. Op zeker ogenblik stortten uitgehongerde figuranten zich op de rijkelijke filmbanketten en kreeg de camera alleen maar leeggeplunderde tafels in het vizier. Omdat ze jood waren, moesten componist Joseph Kosma en decorbouwer Alexandre Trauner in de clandestiniteit werken; pas toen de film vlak na de bevrijding in de bioscoop kwam, mocht hun naam op de generiek prijken. Deze en nog vele andere verhalen maken het des te jammerder dat deze dvd het zonder enig achtergrondmateriaal moet stellen. Patrick Duynslaegher