Nu ben je bij het moeilijkste onderdeel van je thriller aanbeland, het stuk waar je lezer nagelbijtend op zit te wachten: wie heeft het in godsnaam gedaan? Ongetwijfeld heb je al een aantal valse verdachten naar voren geschoven en heb je je speurneus een paar rode haringen (plotwendingen die verwarring zaaien) voor de voeten geworpen, maar uiteindelijk zul je met de dader op de proppen moeten komen. Alhoewel: niets zo interessant als een open einde. Je omzeilt netjes een ontgoocheling en doet je lezer verlangen naar je volgende boek. Het afwezigheidskonijn kun je echter maar één keer uit je ho...

Nu ben je bij het moeilijkste onderdeel van je thriller aanbeland, het stuk waar je lezer nagelbijtend op zit te wachten: wie heeft het in godsnaam gedaan? Ongetwijfeld heb je al een aantal valse verdachten naar voren geschoven en heb je je speurneus een paar rode haringen (plotwendingen die verwarring zaaien) voor de voeten geworpen, maar uiteindelijk zul je met de dader op de proppen moeten komen. Alhoewel: niets zo interessant als een open einde. Je omzeilt netjes een ontgoocheling en doet je lezer verlangen naar je volgende boek. Het afwezigheidskonijn kun je echter maar één keer uit je hoed toveren - je publiek zal niet blijven betalen voor een eeuwigdurende jacht op een ongrijpbare moordenaar. Dus zul je de eindjes op een bepaald moment toch tot een galgje moeten knopen. Tenzij je voor de klassieker gaat - de butler heeft het gedaan - zijn er in de geschiedenis van de misdaadroman een aantal originele ontknopingen te vinden. De godfather van het detectiveverhaal, Edgar Allan Poe, kwam in zijn Moorden in de rue Morgue wel met een heel slimme vondst aanzetten. Niemand heeft ooit beweerd dat je moordenaar menselijk moet zijn, dus liet Poe een uit de kluiten gewassen aap het vuile werk opknappen. Idem bij Sherlock Holmes: in De hond van de Baskervilles zaaide een met fosfor ingesmeerde hellehond paniek onder de lokale adel. Maar als je wilt dat je lezer zich kan identificeren met de moordenaar, dan laat je viervoeters beter links liggen. Knap is de techniek die Ira Levin hanteert in Een kus voor je sterft. Een geldzuchtige jongeman heeft zijn zinnen gezet op het fortuin van een oude industrieel en verleidt daartoe een van zijn dochters. Helaas wordt ze zwanger en de minnaar fingeert haar zelfmoord. Geen nood, er zijn nog twee knappe zussen, die ook telkens onder zijn handen sterven. Nou en? Wel, het ingenieuze is dat de anonieme verteller van het verhaal en de moordenaar een en dezelfde persoon zijn, iets wat de lezer pas op drie kwart van het boek ontdekt. Je kunt eindeloos variëren met samenvallende karakters: je rechercheur ís de seriemoordenaar of een vroeg slachtoffer blijkt bij nader inzien gereïncarneerd. Straffer kan altijd. Waarom zou de schrijver van het boek niet de dader zijn? Er zijn weinig precedenten van dergelijke schuldbekentenissen maar over dezelfde Poe gaat een heel gewaagde theorie. Poe baseerde zich voor zijn detectiveverhaal The Mystery of Marie Rogêt op een waargebeurde zaak in New York. Zijn speurneus Dupin is wel zéér goed op de hoogte van een aantal bloederige details, wijst een 'donkerharige zeeman' aan als dader en de even donkerharige Poe zou de echte Mary zeker gekend hebben. Een laatste optie werd uitgedokterd door Harry Mulisch, die ooit hoopte een 'hermeneutische thriller' te schrijven waarin de lezer als enige mogelijke dader naar voren zou komen. Die zou dan op dit eigenste moment de Focus Knack lezen, meer bepaald het laatste woord van de artikelenreeks 'Thrillers schrijven voor dummies'. Scary... RODERIK SIX