Even herhalen. Tot dusver heb je de volgende scène: een norse, net uit bed gebelde hoofdinspecteur staat kromgebogen over een vermangeld hoopje menselijk vlees, gevonden op een quasi onbereikbare plaats terwijl gutsende regen alle mogelijke sporen uitwist. Slachtoffer voorbij herkenning verminkt, voet- noch vingerafdrukken en naar een motief is het in het duister tasten - nacht is het ook al. Tijd om je dader te introduceren.
...

Even herhalen. Tot dusver heb je de volgende scène: een norse, net uit bed gebelde hoofdinspecteur staat kromgebogen over een vermangeld hoopje menselijk vlees, gevonden op een quasi onbereikbare plaats terwijl gutsende regen alle mogelijke sporen uitwist. Slachtoffer voorbij herkenning verminkt, voet- noch vingerafdrukken en naar een motief is het in het duister tasten - nacht is het ook al. Tijd om je dader te introduceren. Dat kan op twee manieren: of héél subtiel verborgen tussen de regels, of open en bloot. In het eerste geval ben je een klassieke whodunit aan het neerpennen, in het tweede geval concentreer je je op de motieven, waarbij de psyche van je dader belangrijker is dan zijn daad, of althans zijn misdaad kan rechtvaardigen. Het eerste genre, waarin Agatha Christie zo uitblonk, is op sterven na dood. Bas Heijne noemde het in zijn essay Echt zien terecht 'de meest gesloten vorm van literatuur'. Dat is nog ruimhartig geformuleerd - velen zouden Hercule Poirot niet meteen tot de literaire canon rekenen - maar Heijne doelt op de vergrendelde leeservaring: de lezer berust in het feit dat het voorgelegde raadsel enkel opgelost kan worden door de superieur intelligente detective, die schijnbaar onbenullige sporen verzamelt tot een briljante legpuzzel. Van de lezer wordt niks verwacht, die zal zich hoogstens identificeren met de sidekick: de dommige assistent die optreedt als verteller en hoogstens door zijn toevallige opmerkingen bijdraagt tot het oplossen van de zaak. Omdat je je lezer niet als een willoos kuddedier wenst te behandelen, opteer je beter voor de psychologische thriller. Daarin staan de drijfveren van de dader centraal. Ruwweg heb je daarin opnieuw twee categorieën: de gewone moordenaar, type 'het kon uw buurman zijn', en het duivels genie dat moordt uit pure lust. In het eerste geval mik je op herkenning: de lezer vereenzelvigt zich met de dader, begrijpt zijn motieven, beseft dat iedereen ten prooi kan vallen aan het kwade. Zo wekt de dader ondanks zijn vergrijp sympathie op, wat de lezer opzadelt met een dilemma: supporter ik voor de arm der wet, of voor het gebroken hart van mijn medemens? Fascinerender is de seriemoordenaar. Die belichaamt het onmenselijke, leeft voorbij goed en kwaad en streeft naar de ultieme chaos. Andermans lijden raakt hem niet, wat hem noopt tot lugubere creativiteit en wat uiteindelijk uitmondt in een gruwelijk kat-en-muisspelletje met politie en pers. Bij de lezer wisselen afgrijzen en bewondering voor zoveel nietsontziende intelligentie elkaar met elke pagina af. Aangevuld met de hartenklop van een mensenjacht heb je een gouden concept, dat helaas ook eindeloos uitgemolken wordt. Een originele seriemoordenaar is dus een must, en waarom dan niet kiezen voor een vrouw? Knap, hoogopgeleid, boeiende job, paar kids op de achterbank en even verslaafd aan bloed als aan schoenen. Et voilà: de zaak-Louboutin is geboren. VOLGENDE WEEK DE IDEALE ONTKNOPINGRODERIK SIX