Zoals elke schepper kom je als thrillerschrijver daarbij meteen voor een eeuwenoud dilemma te staan: een man of een vrouw? Schijnbaar een aartsmoeilijke keuze, maar niets is minder waar. Alle gelijkberechtiging en andere politiek correcte nonsens ten spijt, heb je maar één mogelijkheid: je hoofdpersonage zal een man zijn. Vrouwen zijn simpelweg te slim om als speurneus op te treden. Zoals elke leugenachtige man, of het nu een verdwaalde kus of een 'toevallig' omgestoten lievelingsbeeld betreft, terdege weet: vrouwen weten direct wanneer je liegt. Ze beschikken over een ingebouwde le...

Zoals elke schepper kom je als thrillerschrijver daarbij meteen voor een eeuwenoud dilemma te staan: een man of een vrouw? Schijnbaar een aartsmoeilijke keuze, maar niets is minder waar. Alle gelijkberechtiging en andere politiek correcte nonsens ten spijt, heb je maar één mogelijkheid: je hoofdpersonage zal een man zijn. Vrouwen zijn simpelweg te slim om als speurneus op te treden. Zoals elke leugenachtige man, of het nu een verdwaalde kus of een 'toevallig' omgestoten lievelingsbeeld betreft, terdege weet: vrouwen weten direct wanneer je liegt. Ze beschikken over een ingebouwde leugendetector en pikken véél sneller sociale anomalieën op. In een thriller ben je daar niks mee. Je zet alle verdachten in een verhoorkamer, laat je vrouwelijk hoofdpersonage wat met die snoodaards keuvelen en na welgeteld zeventien bladzijden heb je je dader. Dan zijn mannen interessanter. Pertinent blind voor alles wat ook maar een beetje voor de hand ligt, blijft het ene raadsel na het andere zich opstapelen tot het enigma zo groot is dat zelfs de lezer voor de goeie afloop begint te vrezen. En toegegeven, er zijn ook praktischer redenen. Je wil in je thriller natuurlijk wel sporadisch een spannende achtervolging en de obligate schietpartij inlassen. Dan zit je met een vrouw op hoge hakken al snel in het slapstickgenre te roeren. En een vrouw met een pistool, dat stáát gewoon niet. Het druist trouwens in tegen alle primaire freudiaanse regels die je bij het schrijven zal moeten respecteren. Je grossiert namelijk in oerinstincten: angst, pijn en lust. Hou het dus lekker ouderwets: de vrouw moet beschermd worden, de man is een jager die alle dreigingen zal afweren. Pistolen, zoals je weet, zijn niets minder dan stalen erecties die dood afvuren. Je man zal een ruime veertiger zijn. Hij moet over rijpheid beschikken en liefst ook over een getormenteerd verleden. Burgerlijke staat: ongehuwd. Dat biedt mogelijkheden. Misschien is hij weduwnaar - aanhoor het ocharme-koor - of gescheiden omdat zijn werk altijd op de eerste plaats komt, misdaad slaapt tenslotte nooit. Een vrijgezel dus. Natuurlijk wordt hij sporadisch verliefd op de verkeerde vrouw; een hoertje, zijn assistente, of beter nog, op een toekomstig slachtoffer. Drama! Een moeilijk karaktertje ook. Een eenzaat, een zwijgende tobber, maar met een onwrikbaar rechtvaardigheidsgevoel. Waarschijnlijk kampt hij ook met een verslaving, dat maakt hem net iets menselijker. Sigaretten liggen voor de hand, alcohol ook. Leuker zijn morfinederivaten. Dan dwaalt je man ongetwijfeld af van het rechte pad en dat kan conflicten in de hand werken. Vestimentair ben je beperkt: een grijze regenjas en vormloze pakken. Geen das evenwel; hij is plichtsgetrouw doch rebels. En zonder vrouw kan geen enkele man een das deftig knopen. En nee, Witse is niet het perfecte thrillerpersonage. Verder denken, ook dat is de boodschap. VOLGENDE WEEK De perfecte misdaad (liefst een moord)RODERIK SIX