La Comunidad (2000)/ El Dia de la Bestia (1995)

FILMS: **** EXTRA'S: *(A-FILM)
...

FILMS: **** EXTRA'S: *(A-FILM) Met zijn absurdistische humor, uitzinnige personages van elke seksuele voorkeur en flamboyante melodrama's in felle, primaire kleuren heeft Pedro Almodóvar een universum geschapen dat zo uniek, herkenbaar en overweldigend is dat hij meteen ook de prestaties van alle andere Spaanse filmers overschaduwt. Ten onrechte, want de moderne Spaanse cinema telt nog een aantal andere verbazende talenten die zeker het (her)ontdekken overwaard zijn. Wie dacht dat Almodóvar met zijn prettig geobsedeerde en uitbundig ondeugende films als enige de grenzen van de Iberische cinema radicaal heeft verlegd, moet dringend ook eens kennismaken met het werk van Álex de la Iglesia, best bekend van Perdita Durango, een soort vervolg op David Lynch' Wild at Heart. Een dubbel-dvd van twee van zijn opmerkelijkste films, La Comunidad en El Dia de la Bestia, toont ons een kleinmeester aan het werk die schaamteloos gitzwarte humor, duivelse spot en klassieke suspense door elkaar slaat. Qua gekte moeten de personages van De la Iglesia zeker niet onderdoen voor de kierewieten in het vroegere werk van de Madrileense Kitschkoning. In El Dia de la Bestia voert hij een zwartrok op die om de apocalyps te verhinderen als een krankzinnige op zoek gaat naar de antichrist en zich daarbij als een heuse psychopaat gedraagt. Bijgestaan door twee al even knettergekke kompanen (een ziener uit het tv-programma The Dark Side en een deathmetalfreak) bewerkt hij bewakers met een strijkijzer, smijt hij moeders van trappen en ontvoert hij maagden om hun bloed in een satanisch ritueel te gebruiken. De beproefde heldin uit La Comunidad is een makelaarster (gespeeld door Almodóvars muze Carmen Maura) op de rand van een zenuwinzinking die in het appartement van een dode in ontbinding 300 miljoen peseta's vindt. Deze berg geld het pand uit krijgen, blijkt geen lachertje: de huurders hebben samen gezworen om haar de buit te ontfutselen. Hun nietsontziende hebzucht kent waarlijk geen grenzen en leidt tot groteske complotten die tegelijk doen gruwen en schateren. De la Iglesia maait ons het gras van onder de voeten door binnen eenzelfde film (of scène zelfs) lustig van toon en genre te switchen. Hij stuwt zijn grillige films naar letterlijk duizelingwekkende climaxen: in La Comunidad een achtervolging op de daken van Madrid, in El Dia de la Bestia een klimpartij langs gevels en billboards. Scènes waarin hij met brio een Latijnse mix brengt van Harold Lloyd-achtige slapstick en neurotische hoogtevrees à la Hitchcock. Lang voor Almodóvar en co was er Luis Buñ uel, zowat de uitvinder van de subversieve cinema. Zijn hele carrière lang wist deze Catalaanse surrealist de goegemeente met schokkende beelden door elkaar te schudden. Van het met een scheermes in tweeën gesneden oog in Un Chien Andalou (1928) tot het blasfemische toneel in Viridiana (1961) waarin obscene daklozen en gehandicapten het Laatste Avondmaal dunnetjes overdoen. Patrick Duynslaegher