LUC & JEAN-PIERRE DARDENNE
...

LUC & JEAN-PIERRE DARDENNE Met Jérémie Renier, Déborah François, Fabrizio Rongione en Olivier Gourmet Het vader-zoonmotief, het onkreukbare humanisme, de uitstekende jonge cast, het verpauperde decor, de spaarzame vertelstijl, de symbolische subtext, het neorealistische camerawerk, de Bressoniaanse invloeden én - een mens wordt het stilaan gewoon - de Gouden Palm: er zijn een hoop redenen waarom je L'Enfant, de vijfde langspeler van ex-documentairemakers Luc en Jean-Pierre Dardenne, kan beschouwen als, wel ja, 'vintage-Dardenne'. Toch hoeft dat in het geval van de getalenteerde broertjes uit Seraing geen muf déja-vu gevoel op te roepen, zelfs niet voor wie met hun humanistische en alom bejubelde werk is vertrouwd. Ook achter L'Enfant schuilt, net als bij hun vorige socio-drama's, geen kille mechaniek of sociaal voyeurisme. Wel een doorleefd en doordacht ethos en een rigoureuze visie op film en maatschappij, die zich telkens weer vertaalt in ontroerende, uitgepuurde en vooral essentiële cinema vérité. Daarvoor richten de Dardennes hun sociaal bewogen camera dit keer op een jong, marginaal koppeltje dat zopas een eerste kind op de wereld heeft gezet. Veel joie de vivre vloeit daar evenwel niet uit voort. Bruno (Jérémie Renier, die precies 10 jaar geleden debuteerde in La Promesse), de 23-jarige vader, voelt zich nog lang niet rijp genoeg om nu al de verantwoordelijkheid van het vaderschap op zijn nonchalante schouders te torsen - de titel L'Enfant kan dus evengoed op de vader als op de baby slaan. Bruno houdt zich liever bezig met bedelen, gokken en stelen dan met het zoeken naar een voltijdse baan. Voor zover die tenminste in de postindustriële ruïnes van Seraing te vinden is. Wanneer hij in acute geldnood komt en door zijn 17-jarige vriendinnetje Sonia (de angelieke debutante Déborah François) wordt aangepord om zich eindelijk als een volwassene te gedragen, besluit hij in een vlaag van onwetendheid en onverschilligheid zijn eigen baby op de zwarte markt te verkopen. Geen slimme zet, zo blijkt. Op begrip van Sonia hoeft hij alvast niet te rekenen, en zijn knagende geweten benauwt hem steeds meer. Wanneer hij eindelijk moreel wakker schiet, probeert Bruno daarom alsnog zijn baby terug te vinden en het gebroken moederhart van zijn piepjonge liefje weer voor zich te winnen. Net zoals in La Promesse, Rosetta of Le Fils drukken de Dardennes hun personages - Chaplineske outcasts bijna - aan de borst, zonder daarbij echter ook maar één seconde in de sentimentele val te trappen en je een prekerige tearjerker door de strot te rammen. Bovendien gaat er van L'Enfant, ondanks de zware thematiek van schuld en boete en het troebele sociale decor, een koppig optimisme en zelfs de nodige spanning uit. Dat maakt deze perfect geritmeerde film alvast een stuk toegankelijker en minder claustrofobisch dan zijn voorgangers. Zo worden niet alle existentiële vragen naar het einde toe uitgeklaard, valt er af en toe een portie bitterzoete tienerromatiek te noteren, én is er zowaar een spannende achtervolgingsscène - door cameraman Alain Marcoen secuur in beeld gezet - waarin Bruno en zijn jattende maatje langs de Maas aan de politie trachten te ontkomen. Een veelgelaagd coming-of-age drama dat schittert in zijn grauwe eenvoud en een fier fonkelende Gouden Palm meer dan verdient. Dave Mestdach