Donderdag 5/4, 20.35 - France. 3. Robert Guédiguian, FR 2009.
...

Donderdag 5/4, 20.35 - France. 3. Robert Guédiguian, FR 2009. De Franse cineast Robert Guédiguian ( Marius et Jeannette, Les neiges du Kilimandjaro) is een politiek en geëngageerd dier. Om het in slogantaal te zeggen: in geen enkele Franse film wordt met zo veel plezier de Internationale gezongen als in die van deze warme humanist. Ook in L'Armée du crime komt het communisme aan bod. Guédiguian verlaat voor dit politiek-historische drama zijn typische habitat van het volkse Marseille, en verhuist naar het Parijs van de Tweede Wereldoorlog. De focus ligt op het ontstaan van de verzetsgroep tegen de nazi's rond de Armeense dichter en vluchteling Missak - misschien niet verwonderlijk als je weet dat ook Guédiguian Armeens bloed heeft. Militant Manouchian kreeg van de communistische partij de opdracht om een hiërarchische structuur, coördinatie en discipline te brengen in de acties van de FTP-MOI, een partizanengroep die vooral bestond uit Poolse, Roemeense, Hongaarse, Italiaanse en Spaanse immigranten uit de arbeidersklasse. Guédiguian stelt in zijn fresco niet alleen scherp op Manouchian (Simon Abkarian), een martelaar die net als Che Guevara of Spartacus mee gevormd is door zijn gedachtegoed en handelingen. Hij concentreert zich ook op twee andere verzetshelden die geen tijd gehad hebben om oud te worden: de roekeloze zwemkampioen Marcel Rayman (Robinson Stévenin) en de marxistische student Thomas Elek (Grégoire Leprince-Ringuet). Toch krijg je geen spectaculair in beeld gebrachte verzetsfilm, maar meer een romaneske milieuschets opgevat als een eerbetoon aan de gepassioneerde idealen en het heroïsme van deze jeugdige guerrillabrigade. Deze realistische kroniek trekt evenveel tijd uit voor de sabotageacties en aanslagen op prominente SS'ers als voor het collectieve leven op de binnenkoeren van de Parijse arbeiderswijken. De spanning gaat daarbij niet altijd even intens omhoog, ook al toont Guédiguian hoe de Gestapo en de collaborerende Franse politie van het Vichyregime het netwerk proberen op te rollen. Daardoor heeft L'Armée du crime meer waarde als een geïnspireerde les geschiedenis over de onderbelichte rol van deze terechtgestelde groep dan als meeslepend drama. Beschouw deze met respect vertelde film ook als complementair aan L'Armée des ombres van Jean-Pierre Melville, nog altijd de beste Franse film over het verzet. Het is veelbetekenend dat Guédiguian deze hulde aan de humanistische idealen van die jonge mannen ziet als 'les années lumière' van die donkere periode. (L.J.)