1928
...

1928Film: **** Extra's:**** Carlotta (Franse import; Franse tussentitels) Film. Een bankier aan de rand van de afgrond spaart niets of niemand in zijn wanhopige pogingen de financiële catastrofe een halt toe te roepen. Een rivaal dwarsboomt een kapitaalverhoging en maakt zo het faillissement onafwendbaar. Woedende aandeelhouders bestormen het beurs-gebouw... Neen, deze situaties komen niet uit een snel ingeblikt vluggertje over de huidige financiële crisis, maar wel uit een monument van de stille Franse film. Toen hij meer dan tachtig jaar geleden L'Argent draaide, had Marcel L'Herbier niet kunnen bevroeden hoe tijdloos zijn groots opgezet fresco over intriges en manipulaties in de haute finance zou blijken. Behalve brandend actueel is L'Argent ook een manifest van het modernisme in de avant-gardecinema van de late jaren 20. Als geen andere film openbaart deze vrije Emile Zolabewerking de ongelofelijke mobiliteit van de camera tijdens de hoogdagen van de stille film. Toen de geluidsfilm zijn intrede deed, maakte die met zijn zwaardere opnameapparatuur immers een einde aan de dolle experimenten met vloeiende bewegingen. De hyper-dynamische wijze waarop L'Herbier met zijn camera de ruimte verkent, door de geldtempels zweeft of over de wriemelende menigte van duizenden figuranten in de beurs scheert is bijwijlen hallucinant. Het gaat hier trouwens om de échte Parijse beurs: hij had ze enkele feestdagen afgehuurd. Even buitensporig als de ostentatieve mise-en-scène van de koortsachtige activiteit in het beurswereldje is de robuuste vertolking van Pierre Alcover als frenetieke bankier. De man is een en al vraatzuchtige passie, niet enkel voor de afgod van het geld, maar ook voor andermans vrouw. Extra's. Dit meesterwerk van Marcel L'Herbier krijgt een fraaie cinefiele editie om u tegen te zeggen, gaande van de luxueuze verpakking met een dubbele kaft in reliëf en een boekje met hoogglanzende zwart-witfoto's tot de schitterende extra's. U vindt onder meer een doorwrocht portret van L'Herbier, maar vooral ook een fenomenale making of uit 1928. De toen 20-jarige Jean Dréville (later zelf een gerenommeerde regisseur) lapt alle regels aan zijn laars om een esthetiserend eerbetoon te brengen aan de ingenieuze manier waarop de duizelingwekkende beweeglijkheid van deze prent gerealiseerd werd. Zo ontdekken we in deze reportage dat L'Herbier de camera op zwevende plateaus liet monteren en die als trapezes over de gigantische studio-decors deed zwieren, dat hij de camera rondjes in cilindervormige constructies liet draaien én dat hij onbemande camera's aan kabels vastmaakte om die in duikvlucht de marmeren bastions in te sturen. Patrick Duynslaegher