GUIDO HENDERICKX
...

GUIDO HENDERICKX MET KEVIN JANSSENS, JAN DECLEIR, KOEN DE BOUW, JOSSE DE PAUW, FRANK VERCUYSSEN Een film van 120 minuten distilleren uit een bijna vijf uur durende tv-serie: het blijft een bijna onmogelijke opdracht. Het hoeft dus niet te verwonderen dat deze Koning van de wereld - vijf episodes van 55 minuten volgen later op VTM - aanvoelt alsof hij volledig murw werd gemept. Twee uur lang lijk je naar een langgerekte trailer te kijken die je wel een idee geeft van hoe meeslepend the rise and fall van fiftiesbokskampioen Stan Vandewalle (rijzende ster Kevin Janssens) wel had kunnen zijn, ware het niet dat nog enkel het skelet overblijft. De sympathieke en schuldbewuste Stan die de ring instormt ter ere van zijn verongelukte broertje, zijn knipperlichtrelatie met de sexy Julie (Natali Broods), de haat-liefdeverhouding met zijn corrupte, gladgebrillantineerde broer annex manager Romain (Koen de Bouw), de kleine tragedie rond vader Vandewalle (Cary Goossens) die de doffe zekerheid van zijn echtgenote inruilt voor de schoot van zijn favoriete hoer: geen enkele plotlijn weet finaal ook maar een halve rimpel in het veel te strak gespannen canvas te trekken. Tussen de onhandig weggemoffelde cliffhangers en Cubaanse retrodecors (de serie werd grotendeels op Cuba geschoten) schieten enkel de narratief-causale verbanden over, terwijl je van de dialogen vol hardgekookte kitsch en faux realisme alleen maar kan vermoeden dat ze nooit een dichtersalmanak zullen halen, zelfs niet één van geregeld groggy geslagen halfzwaargewichten. Wat dit kleine, op een dieet van gymzalenpathetiek en soapclichés levend boksers- Verdriet van België vooral een frustrerende zit maakt, zijn de nooit ingeloste beloftes: bij vlagen etaleert regisseur Guido Henderickx nochtans een dartel gevoel voor ritme en ruimte en trakteert hij je op fraaie, in nostalgie en cinefilie badende shots. Hij koos er ook wijselijk voor om de film, pardon, prestigieuze tv-serie niet in de échte Vlaamse achterkeukens, bordelen en sportarena's van weleer te situeren, maar in een lichtjes uitvergroot, door Hollywoodvoorbeelden beïnvloed verleden waarin het licht van straatlantaarns steeds perfect op de ogen van de personages valt en telefooncellen langs verlaten landwegen staan. En waarin de Studio Teirlinckmaniertjes van Flanders' finest - de onvermijdelijke Jan Decleir en Josse de Pauw voorop, als respectievelijk de stugge bokstrainer en de maffioze promotor - voor één keer geen voortdurende bron van ergernis zijn. Net als de bokscarrière van het hoofdpersonage: een gemiste kans. Dave Mestdach