Münchner Kammerspiele
...

Münchner Kammerspiele Nog op 31/3, 17, 21 en 26/4 in München. Muenchner-kammerspiele.de Omdat de jongste, zijn lievelingsdochter, geen stroop aan zijn baard kan smeren, wat haar zusters wel lukt, krijgt ze niets, want 'uit niets kan niets ontstaan'. Vanaf dat moment begint de storm. Vloeken en tieren die uitmonden in marteling, moord, zelfmoord en waanzin. De herenboer sterft aan een hartinfarct, kort nadat zijn jongste dochter is opgehangen, net als zijn nar. En zonder nevenintrige, die naadloos opgaat in het hoofdverhaal, geen Shakespeare. De beste vriend van de herenboer heeft twee zonen: Edgar uit de huwelijkssponde en Edmond uit een vreemd bed gevallen. De tweede zet de eerste een hak om de gunst van de vader te winnen, ten bate van de erfenis. Is Koning Lear een stuk van twee van de drie dochters die hun vader verstoten, het is tevens dat van een vader die de verkeerde zoon vertrouwt. Voor Johan Simons was de transformatie van het hof naar het erf de meest logische zaak. Hij trekt die lijn zo sterk door dat de herenboer en zijn nar, eenmaal op de dool, midden in een storm moeten schuilen in een stal, waar de razernij van de herenboer in waanzin omslaat, tussen de varkens. Die ook werkelijk opdraven. Het lijkt wel of Simons daarmee wil zeggen dat alle mensen varkens zijn. Al bij een stormpje van niks, een gemiste carrièresprong bijvoorbeeld, wordt de mens een dier dat vecht en doodt voor zijn spek en plek. De enscenering volgt die lijn: een draaitoneel dat met de hand wordt bediend, bekleed met graszoden, daarachter wat ruwe planken en latten, voor het op- en afdraven. Want er wordt nogal wat over en weer gerend: van het erf naar de stal, van de stal naar een akker, de boerderij, een veld en hup, weer naar de eetkamer op de boerderij. En elke scène overbevolkt met woedebuien. Van het mooie grasveld blijft aan het eind dan ook niet veel meer over. In een drie uur durende actie, waarin het tijdsverloop nauwelijks een rol speelt, zoals in alle tragedies van Shakespeare, wordt er aan een verschrikkelijk hoog tempo maar met een prachtige inleving geacteerd. Dat hebben de acteurs ook te danken aan Bert Neumann, die voor de enscenering instond, en enkele Vlamingen, zoals dramaturg Koen Tachelet en Willy Courteaux, de geestelijke vader van deze productie. Het is te hopen dat deze voorstelling onze landerijen passeert. Want opnieuw blijkt hoe Simons van iets ouds iets nieuws smeedt en het bevattelijk maakt voor grote boer en kleine tuinier. En al zit de voorstelling vol ellende, een tragedie kun je het niet noemen. De regisseur stak er om die indruk te vermijden heel wat lol in, in de trant van Grand-Guignol. GUIDO LAUWAERT