Illustrator Klaas Verplancke kreeg onlangs de Orde van de Vossenstaart van het Reynaertgenootschap in Bazel, voor zijn tekeningen bij Henri Van Daeles Reynaertbewerking ' De felle met de rode baard'. Dat boek zal in 2009 ook in China uitkomen. Ondertussen werkt Verplancke aan een nieuwe uitgave van 'Tijl Uilenspiegel'. Zelf zou hij iedereen Nefast voor het konijn van Hugo Matthysen aanraden.
...

Illustrator Klaas Verplancke kreeg onlangs de Orde van de Vossenstaart van het Reynaertgenootschap in Bazel, voor zijn tekeningen bij Henri Van Daeles Reynaertbewerking ' De felle met de rode baard'. Dat boek zal in 2009 ook in China uitkomen. Ondertussen werkt Verplancke aan een nieuwe uitgave van 'Tijl Uilenspiegel'. Zelf zou hij iedereen Nefast voor het konijn van Hugo Matthysen aanraden. 'Ik ben een ongelooflijke fan van Hugo Matthysen. Niet alleen van zijn boeken, maar ook van zijn scenario's voor Kulderzipken en Het Peulengaleis. Hij brengt alles samen. Zijn verzinsels zijn even absurd als filosofisch en grappig.' ' Nefast voor het konijn heb ik op de trein van Parijs naar Brussel gelezen, en ik heb zelden zo gelachen! Neem nu het verhaal over de man die een IKEA-kastje in elkaar wil timmeren. Al weken zit hij eraan te sukkelen, tot zijn vrouw het in vijf minuten klaarspeelt als hij even naar het toilet gaat. Hun doe-het-zelven ontaardt in een fikse ruzie. Hij beschuldigt haar ervan achter zijn rug haar vader gebeld te hebben om hem belachelijk te maken. Hoe surreëel de situatie ook is, ergens is ze ook wel herkenbaar. Dat is net de kracht van Matthysen: in Yvonne en Yvette kon er zich ook een hele conversatie ontplooien rond iets banaals als een wc-ontstopper. Of nog: een hilarische column over twee Antwerps pratende pistolets. En toch slaagt hij erin het nooit platvloers of al te vrijblijvend te maken. Ik hou ervan hoe hij universele en soms zelfs maatschappelijk relevante thema's op een aangename manier weet te verpakken.' 'Nu ik Matthysens schrijven heb leren kennen, hóóp ik dat het mij beïnvloedt. Columns zijn een vak apart en ik bewonder mensen die op een A4'tje een betoog kunnen opzetten én afronden. Je merkt dat Matthysen een goede observator is. Ik probeer mezelf ook de reflex aan te meten het niet te ver te gaan zoeken, maar het herkenbaar te houden. Al schrijf ik zelf nog wat filosofischer. Om los te komen van die etherische sfeer moet ik grappen in mijn verhalen durven te steken, zoals Matthysen wel humor en ernst weet te verbinden. Eigenlijk doet hij in woorden wat ik in beelden wil doen. En ja, ik zou me er wel eens aan willen wagen om zijn verhalen te illustreren. Al heb ik de indruk dat ze al zo goed zijn dat mijn illustratie weinig zou toevoegen.' (B.D.C.)