In een andere eeuw zien we Archy Marshall, de rosse van King Krule, naast Arthur Rimbaud. Sjofel jasje, scherp gelaat, vette vingers rond een glas absint. Notitieboekje...

In een andere eeuw zien we Archy Marshall, de rosse van King Krule, naast Arthur Rimbaud. Sjofel jasje, scherp gelaat, vette vingers rond een glas absint. Notitieboekje vol existentiële grieven: 'Plagued by our brains, the internal sinking pain/ I wish I was equal, if only that simple/ I wish I was people/ I wish!' Santé, en doe ze nog eens vol! Maar Marshall is een kind van zijn tijd, wauwelt zijn versregels over doffe, verkreukte hiphopbeats, nonchalante pseudojazz, nijdige postpunk en indigo bloedende gitaarballades. Een ratjetoe, maar wel een heel eigen ratjetoe, waarmee de Londenaar - een romanticus met scheermesjes onder de tong - op The Ooz zijn gelittekende hart blootlegt in een schaaltje vol millennial angst. Stem van een generatie? Het zit erin.