Ergens in een studentenpeda op een berg, ergens in de grimmige jaren negentig. Een verloren interbellum, zo zou later blijken: de Koude Oorlog was met een sisser afgelopen, de WTC-torens stonden nog recht; iedereen voelde zich oud en verveeld. The Downward Spiral stond zo lang op repeat dat we onze vingers aan het schijfje brandden wanneer we het uit de cd-speler wipten. Om dan In Utero op te leggen, of een snerpend cassetje van The God Machine. Betalen deden we nog in frank, sommigen hadden een Nokia-gsm, maar niemand kon zich belwaarde veroorloven - we waren arm maar bereikbaar.
...

Ergens in een studentenpeda op een berg, ergens in de grimmige jaren negentig. Een verloren interbellum, zo zou later blijken: de Koude Oorlog was met een sisser afgelopen, de WTC-torens stonden nog recht; iedereen voelde zich oud en verveeld. The Downward Spiral stond zo lang op repeat dat we onze vingers aan het schijfje brandden wanneer we het uit de cd-speler wipten. Om dan In Utero op te leggen, of een snerpend cassetje van The God Machine. Betalen deden we nog in frank, sommigen hadden een Nokia-gsm, maar niemand kon zich belwaarde veroorloven - we waren arm maar bereikbaar. Bioscopen waren toen al duur en cinematografisch entertainment lag nog niet binnen handbereik. Computers besloegen een halve bureau, torrent betekende nog gewoon 'fikse regenbui' en televisies bestonden uit joekels van beeldbuizen die een kwartier moesten opwarmen voor er een flinter kleur te bespeuren viel. Een filmavondje organiseren vergde fysieke inspanning: naar de videotheek slenteren, een moviebox (een mini-tv met ingebouwde videorecorder) en een stapel VHS-cassettes huren om terug op kot vast te stellen dat je dat loodzware technologische wonder niet aan de praat kreeg. Want zulke dingen werkten nooit. Moest je terug. Om een andere moviebox. Uren later zaten we dan toch klaar met een zak Croky-chips, joints volgestouwd met restjes weed die we geduldig uit de plooien van de sofa hadden gepulkt en geïmproviseerde cocktails, meestal een walgelijk mengsel van bodempjes sterke drank, aangelengd met voldoende Schweppes om de smaak te verdoezelen. Vaste prik op de affiche: Killers van Mike Mendez. Een bizarre B-film vol groteske plotwendingen en gratuit geweld die een hypnotiserende aantrekkingskracht had. Het verhaal is aanvankelijk banaal: twee moordbroers, Kyle en Odessa James, ontsnappen uit San Quentin en vallen in suburbia een doorsneewoning binnen waar ze een standaard Amerikaans gezin gijzelen. Gaandeweg vallen de maskers: de dochters des huizes geilen op moordenaars en de brave huisvader blijkt een uiterst dodelijke oorlogsveteraan. Buiten, in de gietende regen, heeft de politie het huis omsingeld, maar ook daar is niet alles wat het lijkt. Killers komt ondanks zijn belabberde IMDb-score van 5 op 10 best intelligent voor de dag: psychologische terreur wordt afgewisseld met slasherscènes en Mendez speelde slim leentjebuur bij The People under the Stairs en Natural Born Killers, referenties die hij verpakt in een groezelig beeldgebruik en de hele film is doordrenkt met het ranzige cynisme dat de jaren negentig zo groots maakte. Nadien is het nooit nog wat geworden met Mendez. Enkele CSI-afleveringen, veel horrorfilms en iets dat Bimbo Movie Bash heet. Coscenarist Dave Larsen, die in Killers ook Odessa James speelt, is niet verder geraakt dan Vampire Centerfolds, iets over lesbische bloedzuigers waar best een publiek voor bestaat - natuurlijk: lesbische vampieren! - maar dat je niet meteen een Oscar oplevert. Toch, die ene keer, met Killers, zat de constellatie goed. Of het kan ook aan ons gelegen hebben; sofagruis oproken - 'is dit hasj of een rozijn? Who cares?' - kan al eens iemands oordeel beïnvloeden.RODERIK SIX