1929-1946 DE DOCUMENTAIRE BEWEGING

De Schot John Grierson vond de term 'documentaire' uit. Zijn Drifters (1929), over het harde bestaan van de Noordzeevissers, is het startschot van de documentary film movement. Hij moedigt een hele generatie regisseurs aan het volk inzicht te geven in een democratische samenleving. Humphrey Jennings steekt erboven uit.
...

De Schot John Grierson vond de term 'documentaire' uit. Zijn Drifters (1929), over het harde bestaan van de Noordzeevissers, is het startschot van de documentary film movement. Hij moedigt een hele generatie regisseurs aan het volk inzicht te geven in een democratische samenleving. Humphrey Jennings steekt erboven uit.Een beweging hoeft het niet lang te rekken om grote invloed uit te oefenen. Een scherp manifest doet ook wonderen. An attitude means a style, a style means an attitude. Vier regisseurs (Lindsay Anderson, Karel Reisz, Tony Richardson en Lorenza Mazzetti) pleiten vurig voor persoonlijke, onafhankelijke, visueel sterke docu's en zetten de (werk)mens en het dagelijkse leven centraal.De nieuwlichters van de Free Cinema smijten zich ook op de speelfilm. Naar analogie met de nouvelle vague heeft men het over de Britse new wave. Hun energieke, boze films tonen de grimmige realiteit van de arbeidersklasse, vooral van mannen in Noord-Engeland. De grote figuren zijn Tony Richardson met Look Back in Anger (1959) en The Loneliness of the Long Distance Runner (1962), Lindsay Anderson met This Sporting Life (1963) en If... (1968) en Karel Reisz met Saturday Night and Sunday Morning (1960).De bekendste new-wavefilms zijn allen gebaseerd op de romans en toneelstukken van de angry young men (John Osborne, Alan Sillitoe). Theater, beeldende kunst, televisie, literatuur: overal is aandacht voor de slachtoffers van de meedogenloze klassenmaatschappij. Vanwege de vele huiselijke taferelen heeft men het schamper over kitchen sink realism.Enkele jonge wolven zorgen voor een kleine revolutie bij de BBC. Ken Loach en producer Tony Garnett buigen de saaie, burgerlijke tv-films in Oxford-Engels om tot geëngageerd drama dat de kijkers confronteert met sociaal onrecht. Cathy Come Home (1966), een docudrama over een jong dakloos gezin, slaat in als een bom en leidt zelfs tot een wetswijziging. Ook de jonge Mike Leigh, Stephen Frears en Alan Clarke leren zo het metier en dragen jarenlang bij tot de faam van The Wednesday Play en Play for Today.Rooie Ken wordt met Kes (1969), zijn prachtige doorbraakfilm over een mijnwerkerszoon die zich niet zomaar een hopeloze toekomst laat aansmeren, nog tot de British new wave gerekend maar is de daaropvolgende halve eeuw (!) zo productief, invloedrijk en succesvol dat hij in elk overzicht van de sociaal-realistische traditie een apart hoofdstuk verdient. Hij had het in het vreselijk Thatchertijdperk even moeilijk om de juiste films te vinden maar is onvermoeibaar en feilloos blijven tonen hoe je fervent politiek engagement kunt combineren met de regels van de film- en vertelkunst. Parels zijn onder meer Raining Stones (1993), Ladybird Ladybird (1994) en Sweet Sixteen (2002).Net niet zo invloedrijk waar het kitchen sink betreft, maar daarom nog niet zijn mindere zijn deze drie generatiegenoten van Loach. Mike Leigh, een kind van Noord-Engeland, verstaat als geen ander de kunst om het drama, de tragiek en het komische van het alledaagse leven in de verf te zetten. Beweert dat comedy, vaudeville en circus een even grote inspiratie zijn als een harde sociale kijk op de wereld. Check Life Is Sweet (1990), Naked (1993) en Secrets & Lies (1996). Stephen Frears begon als assistent van Free Cinema-boegbeelden Anderson en Reisz. Past met films als My Beautiful Laundrette (1985) en The Snapper (1993) in de sociaal-realistische traditie maar wijkt daar ook van af, want beduidend meer geïnteresseerd in goede, amusante verhalen dan in politiek. Alan Clarke is de minst bekende van dit drietal, onder andere omdat hij in 1990 overleed en vooral voor televisie werkte, maar hij mag hier niet ontbreken. Hij stootte conservatieven voor het hoofd met meerdere maatschappijkritische, taboedoorbrekende (tv-)films. Scum (1977, over wantoestanden in jeugdgevangenissen) bracht hij in de bioscoop uit toen de BBC weigerde de film uit te zenden. Clarke had een grote invloed op onder anderen Tim Roth, Shane Meadows en Andrea Arnold.Pas eind jaren negentig krijgt de generatie Loach nieuw gezelschap. Vooral Shane Meadows (Twenty Four Seven, This Is England) heeft het talent en de spirit. Verder vallen twee eenmalige films op van bekende acteurs die hun eerste stappen zetten in de tv-films van Leigh, Clarke en co.: The War Zone (1999) van Tim Roth en Nil by Mouth (1997) van Gary Oldman. Peter Mullan (The Magdalene Sisters) en Paddy Considine (Tyrannosaur) drukken de sporen van hun regisseurs (Loach, Meadows). Opmerkelijk is ook een serie films (Brassed Off, The Full Monty, Billy Elliot) die sociale thema's gebruiken als achtergrond maar politiek en maatschappijkritiek minimaliseren ten voordele van komedie en feelgoodeffecten.Twee vrouwen zetten de traditie van sociaal-realisme verder maar niet zonder er hun stempel op te drukken. Zowel bij Andrea Arnold (Red Road, Fish Tank) als Clio Barnard (The Selfish Giant) houdt dat een grote cinematografische gevoeligheid in. De festivals drukken hen dan ook aan de borst. Gegeneerd als voor de honderdste keer naar hun verwantschap met Loach (of kitchen sink) gepolst wordt, verwijzen ze ook naar het Italiaanse neorealisme en de broers Dardenne. DOOR NIELS RUËLL