Geoff Andrew
...

Geoff Andrew BFI, 194 blz., paperback a 19,39 en hardback a 103,08 Jonathan Torgovnik Phaidon, 120 blz., a 29,95 Peter Bogdanovich Faber and Faber, verdeeld door Penguin Books Benelux, 528 blz., a 31 Richard Havers DK, verdeeld door Penguin Books Benelux, 360 blz., a35,34 Kerry William Purcell Phaidon, 128 blz., a 24,95 Robert Ingram/Paul Duncan Taschen, 192 blz., a 14,99 Antoine de Baecque/Arnaud Guigue Editions de La Martinière, 432 blz., a 38,70 Carole Le Berre Cahiers du Cinéma, 320 blz., a 50 François Truffaut Cahiers du Cinéma, 382 blz., a 13,5 Alain Bergala Phaidon, 360 blz., a 39,95 Diverse auteurs Phaidon, 520 blz., a 11,95 David Thomson DK, verdeeld door Exhibitions International, 640 blz., a 18 Jim Kitses BFI, 342 blz., paperback a 22,04 en hardback a 103,08 Paul Gravett Harper Design International, verdeeld door Exhibitions International, 176 blz., a 35,90 Rinus Ferdinandusse Thomas Rap, 382 blz., a18,90 Joan Mellen BFI, 88 blz., a 12,33 Edward Buscombe BFI, 96 blz., a 12,33 Joshua Clover BFI, 96 blz., a 12,33 Michel Chion BFI, 96 blz., a 12,33 Wilco Uitgegeven bij Picture Box, verdeeld door Idea Books. 160 blz., a 28 Mick St Michael Omnibus Press, verdeeld door Exhibitions International, 128 blz., a 16,10. Borgerhoff, Vanhee & Pauwels Lannoo, 160 blz., a 35 Door de redactie van Mojo DK Publishing, verdeeld door Penguin Books Benelux. 456 blz., a 32 Paul McCartney Chronicle Books. 208 blz., a 31 Diana Scrimgeour e.a. Orion, verdeeld door Exhibitions International. 312 blz., a40 Door de redactie van Rolling Stone Virgin Books, 224 blz., a 30 Jon Stewart Warner Books, verdeeld door Papyrus Book Agency. 227 blz., a 22 Stephen Davis (Oorspronkelijke titel: Jim Morrison, Life, Death, Legend). Uitgegeven bij Het Spectrum, 455 blz., a 27,50 Bob Dylan Uitgegeven bij Simon & Schuster. 560 blz., a 32 (paperback) en a 56 (hardback) Ondanks de lyrische odes van de Cahiers du Cinéma-generatie van de jaren vijftig en zestig ('Nicholas Ray ís de cinema', orakelde Jean-Luc Godard) blijft Ray een miskend figuur in de Amerikaanse film. Weinig studies zijn in het Engelse taalgebied aan hem gewijd. De Brit Geoff Andrew vulde in 1991 die leemte; van deze baanbrekende monografie verschijnt nu een bijgewerkte editie. De films van Ray, met als bekendste titels In a Lonely Place, Johnny Guitar, Bitter Victory, They Live By Night en vooral Rebel Without a Cause, zijn moeilijk onder één noemer te vatten. Maar Andrew onderzoekt stap voor stap het totale oeuvre van Ray en vindt er heel wat lijnen, motieven en stijlkenmerken in. Voor hem is Ray het prototype van de maverick-auteur en ligt de kracht van zijn films in hun rauwe emotionele authenticiteit, visueel expressionisme en ontluisterende kijk op de American Dream. (P.D.) De foto's op groot formaat en in spetterende kleuren vatten de passie van de Indische natie waar cinema een vrijwel religieuze ervaring is en voor veel van de dagelijks veertien miljoen Indische kijkers de enige vorm van vermaak. Jonathan Torgovnik neemt ons mee in de coulissen van de nationale kitschfestijnen, toont hoe het dagelijkse leven doordrongen is van het filmspektakel, fotografeert de rondreizende bioscopen, de sets van hindoemusicals, de supersterren en karakterspelers, het massaal aanschuiven aan de kassa's en de gigantische met de hand geschilderde billboards. (P.D.) De nieuwe dikke turf van de in ongenade gevallen filmregisseur en klassiek Hollywoodfanaat Peter Bogdanovich bundelt essays over meestal oude, vaak dode Amerikaanse filmsterren. De 26 portretten (voornamelijk geplukt uit Esquire) zijn allemaal geïnspireerd op ontmoetingen van de auteur met zijn idolen. Soms sprak hij ze geregeld over een periode van jaren. In het geval van Jerry Lewis levert dat een diepgaand profile op, met zijn vijfenzeventig pagina's meteen het langste in de verzameling en een must voor wie de frenetieke komiek wil doorgronden die verstoten door Hollywood, door de Fransen tot genie werd gepromoveerd. Van andere sterren, zoals de tragische pillenslikkers Montgomery Clift en Marilyn Monroe, ving Bogdanovich alleen maar een glimp op, maar meer heeft hij niet nodig om zichzelf ten tonele te voeren in zijn lyrische hommage aan hun vroegtijdig afgesprongen carrière. Bogdanovich blijft ook in Who the Hell's in it? een onverbeterlijke name dropper en egotripper. Hij laat zich gaarne uitgebreid complimenteren door de beroemdheden bij wie hij in het gevlei komt. Maar zijn door grote kennis onderbouwde liefde voor een vergeten en vervlogen Hollywood werkt ook aanstekelijk. In de oud-Hollywoodstijl die hij dermate vereert, zijn de portretten vaak even opgesmukt als de geretoucheerde glamourfoto's die destijds de fanmagazines sierden. Toen zijn geliefde, de ex- Playmate Dorothy Stratten, in 1980 door haar geschifte echtgenoot werd vermoord, werd Bogdanovich zelf het mikpunt van de roddeljournalistiek. Misschien verklaart dit waarom hij meteen de rangen sluit en zich achter de officiële versie schaart zodra het privé-leven van zijn favoriete sterren in opspraak komt of troebele kantjes vertoont. Vandaar zijn nogal geforceerde ode aan het volmaakte echtelijk geluk van notoire biseksuelen als Anthony Perkins en Sal Mineo. Maar als het erop aankomt de essentie van oud-Hollywoodgrootheden te beschrijven, hoeft Bogdanovich van niemand lessen te leren. Zo schrijft hij over Montgomery Clift nadat die halverwege de opname van Raintree Country een auto-ongeval heeft, waarbij zijn gezicht door de voorruit wordt verbrijzeld: 'Plastische chirurgie deed wat mogelijk was, maar die ontroerende ogen keken nu vanuit een masker dat slechts een benadering kon zijn van wat zijn gezicht ooit was geweest. Hij maakte nog een aantal films. Nimmer gaf hij een vertolking zonder dezelfde verbijsterende intensiteit, maar er was met het mysterie geknoeid en de magische perfectie van zijn spel was verdwenen. Hij was een zanger van balladen die de schoonheid van zijn stem was kwijtgeraakt.' (P.D.) Sinatra, de man met veel talenten, was in film meestal tevreden met routine. Het moest allemaal zo snel gaan dat iemand zei: 'Hij acteert alsof hij dubbel geparkeerd staat'. Humphrey Bogart vatte het zo samen: ' If he could only stay away from the broads and devote some time to developing himself as an actor, he'd be one of the best in the business.'Wat zingen betreft was Francis Albert Sinatra natuurlijk de beste ter wereld, al was hij ook hier een 'one-take' man. Dit waarlijk schitterende boek dat simpel zijn achternaam als titel heeft, behandelt uitvoerig de dubbele carrière van 'The Voice'. Aan de hand ook van meer dan duizend foto's (vele nooit eerder afgedrukt), affiches, albumcovers en in een pastelkleurige lay-out die zo uit de fifties komt, vertelt Richard Havers het levensverhaal van Sinatra, van zijn Italiaanse immigrantenachtergrond in Hoboken, New Jersey tot zijn laatste dagen in Palm Springs. De grote etappes, symbolen en iconen van zijn onvoorstelbaar lange periode aan de top volgen elkaar op (de Paramount Theatre in New York, de Capitol Tower in Los Angeles, de Sands in Las Vegas). Veel aandacht ook voor zijn huwelijken, zijn Rat Pack-fratsen en zijn vele liefdes en vriendschappen met 'the great, the good and the not-so-good', zoals de flaptekst het zo eufemistisch verwoord. Sinatra had de gewoonte zijn latere concerten te besluiten met: 'Ladies and gentlemen, may you all live to be 102 years old and the last voice you hear be mine.'Misschien vind je dit wat zelfgenoegzaam klinken. Tot je natuurlijk zijn discografie bekijkt, die hier uitvoerig uit de doeken wordt gedaan, met aparte stukjes over al zijn belangrijkste albums en portretten van de diverse arrangeurs en orkestleiders (Harry James, Tommy Dorsey, Axel Stordahl, Nelson Riddle, Billy May, Gordon Jenkins, Don Costa) die er mede voor zorgden dat Sinatra de grootste zanger van de voorbije eeuw werd - en niemand die zelfs maar in de buurt komt. Om het met een van Franks favoriete hippe uitdrukkingen (en de titel van zijn eerste elpee voor zijn eigen label Reprise) te zeggen: Sinatra is een 'Ring-a-ding ding!' van een koffietafelboek. (P.D.) Met zijn flitslamp reet hij de wonden open van een schaars verlichte New Yorkse onderwereld die hij met zijn foto's transformeerde tot bezoedelde tabloidpoëzie. Weegee (1899-1968) was de James Ellroy van de rioolfotografie. Van de jaren dertig tot het einde van de jaren veertig legde deze hard-boiled nieuwsfotograaf voor de tabloids het rauwe leven vast in de moderne metropool. De vreugdevolle momenten, maar vooral ook, zoals uit deze collectie blijkt, de schokkende en dramatische momenten: arrestaties van tienermisdadigers, lijken in de goot, slachtoffers van auto-ongevallen, een moeder die haar dochter in een brand ziet omkomen, een cop killer van wie een mug shot genomen wordt, lieden die uit hun brandend pand worden gejaagd. Genadeloos treft Weegee het beslissende moment in een grotesk, banaal, goedkoop, kapot, bloedstollend New York. Er spreekt 'realiteit' uit zijn onbarmhartige beelden, maar er wordt ook een diepere waarheid ontmaskerd. (P.D.) Twintig jaar na zijn dood zijn bijna alle films van François Truffaut gedigitaliseerd (de meeste op het Franse import label MK2) en verschijnen er ook enkele boeken die het plezier van het (her)bekijken van zijn films prachtig aanvullen en uitdiepen. Het François Truffaut-boek in de regisseursreeks van Taschen is best een aardige introductie tot het werk van de meest geliefde nouvelle vague-filmer. De tekst van Robert Ingram en Paul Duncan graaft niet diep, maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door de - zoals het de Duitse uitgever betaamt - rijkelijke iconografie. De beelden (fotogrammen, werkopnamen, stills, affiches) illustreren niet zomaar de grondtekst, ze vertellen ook vaak hun eigen verhaal, bijvoorbeeld met een dubbele fotopagina van leidmotieven in het werk van de cineast ( le feu, les caresses, les gifles, les fenêtres, le cinéma).Le Dictionnaire Truffaut is een alfabetisch geordend overzicht van films, thema's, acteurs, medewerkers, personages, dialogen en belangrijkste sequenties. Maar ook van de obsessies, troebele zones en clandestiene motieven in leven en werk van Truffaut, dat gezien de sterk autobiografische inslag van zijn films één onlosmakelijk geheel vormt. Dit catalogiseren van zijn universum (in meer dan 300 lemma's) past wonderwel bij de persoonlijkheid van Truffaut, in de inleiding door de auteurs beschreven als 'un grand maniaque, un compulsif de l'anecdote, un homme qui a voulu tout garder de sa vie pour mieux la filmer, s' y perdre et s' y retrouver'. Grasduinend in dit speelse naslagwerk tuimel je van grondige analyses in pittige details, indiscrete weetjes en onthullende interpretaties. Andersoortige onthullingen vind je in François Truffaut au travail: wat zijn de fabricagegeheimen van zijn films? Truffaut was een fervente brievenschrijver, hij nam voortdurend notities, schreef zijn gedachten in heldere taal neer, zette voortdurend kanttekeningen bij de verschillende scriptversies. En hij bewaarde alles. Carole Le Berre ontdekte dan ook een schat aan achtergrondinformatie toen ze toegang kreeg tot het Truffaut-archief en de dozen opende waarin de productieperikelen film per film lagen opgeslagen. Uit haar geduldige research groeit een doorwrocht boek over de werkmethodes van Truffaut, vol onuitgegeven materiaal en schitterende foto's. Daaruit komt een Truffaut te voorschijn die twijfelt, worstelt, zoekt en zwoegt om de beste creatieve oplossing te vinden. Een Truffaut die voortdurend aan het scenario van Jules et Jim zit te sleutelen, er details aan toevoegt, scènes herschikt met als enig doel 'faire un film subversif avec une douceur totale'. Die de dialogen van Le Sirène du Mississippi schrijft de avond voor de opnames, die het einde van Le Dernier métro bedenkt halfweg de opnamen. En van de hoogglanzende pagina's knalt natuurlijk ook het talent van Truffaut om zijn parti-pris inzake mise-en-scène en montage kernachtig te verwoorden. Het snelle ritme van Vivement Dimanche typeert hij als volgt: 'Imaginez que vous êtes dans un film américain doublé et qu'il n'y a pas assez de temps et de place pour tous les mots.'Truffauts retorisch talent en gevoel voor sterke formulering blijkt ten slotte uit de verzameling van zijn geschriften in Le plaisir des yeux, een pocket in de reeks Petite bibliothèque van de Cahiers du Cinéma. Deze bundeling bevat dan ook zijn hommages aan favoriete acteurs en regisseurs en voorwoorden bij boeken van vrienden. Maar het zijn vooral de polemieken en virulente kritieken uit zijn Cahiers-periode die eruit springen. In het bijzonder zijn beruchte opstel Une certaine tendance du cinéma français, waarin de toekomstige regisseur frontaal ten aanval trekt tegen de 'qualité française'en de limieten van het psychologisch realisme. Hij vindt de tijd aangebroken voor een cinema 'plus personnel encore q'un roman, individuel et autobiographique comme une confession ou comme un journal intime'. Met zijn eigen films, Les quatre cents coups, Tirez sur le pianiste en Jules et Jim, zou hij weldra de daad bij het woord voegen. (P.D.) Robert Capa, een van de oprichters van het fotoagentschap Magnum, had nogal wat vrienden in de filmbizz, wat hem en andere Magnumfotografen onbelemmerde toegang verschafte tot het Hollywoodwereldje. Over de jaren groeide de band met filmmakers van over de hele aardbol. Magnum Cinema geeft een overzicht van vijftig jaar filmverslaggeving met de camera, een parade van het werk van topfotografen op de set, achter de schermen en in de privé-sfeer. Geen enkele filmset kreeg zoveel sterfotografen over de vloer als deze van The Misfits in de woestijn van Nevada. De opnamen waren een hel: Clark Gable stond op instorten en stierf enkele weken na het voltooien van de opnamen. Ook het huwelijk van Marilyn Monroe en Arthur Miller stond op springen. Montgomery Clift was ook aan het eind van zijn Latijn en regisseur John Huston vergokte zijn gage nog voor de film was ingeblikt. Het draaien in de zinderende woestijn maakte het er niet makkelijker op, maar zorgt wel voor de majestueuze achtergrond bij de prachtige, ontroerende foto's van Eve Arnold. (P.D.) Beide boeken zijn dikke vierkante pocketedities van luxueuze koffietafeledities die u tegen een schappelijke prijs in sneltreinvaart door de filmgeschiedenis loodsen. The Movie Book belicht 500 figuren die hun stempel drukten op de film, voornamelijk acteurs en regisseurs, maar ook make-uplieden, animatoren, producenten en kostuumontwerpers. Ze krijgen allemaal een raak gekozen foto uit een film (occasioneel een hele sequentie); de teksten met essentiële biografische informatie zijn niet meer dan bijschriften. De alfabetische ordening (van Abbott & Costello tot de fotografieleider Vilmos Zsigmond) zorgt voor intrigerende juxtaposities. Nog een bladerboekje dat de beelden laat spreken is Hollywood. De reis is hier chronologisch en de foto's werden geplukt uit The Kobal Collection, het grootste private filmarchief ter wereld. Vooral tijdens de eerste decennia spat de glamour van de pagina's. (P.D.) De western is de Amerikaanse film bij uitstek en als zodanig zijn de verschillende aspecten van dit genre in tal van boeken behandeld, maar zelden zo boeiend, stimulerend en gedegen als in Horizons West dat voor het eerst in 1969 verscheen en waar Jim Kitses nu een herwerkte versie van schreef. De updated-editie bestaat uit een algemene inleiding (waarin de auteur ingaat op hoe de western werd uitgedaagd door de revisionistische geschiedschrijving en later door diverse bewegingen als het feminisme, het structuralisme, de psychoanalyse en het postmodernisme), gevolgd door studies van zes regisseurs die in het genre hun beste werk presteerden: Anthony Mann, Budd Boetticher, Sam Peckinpah, John Ford, Sergio Leone en Clint Eastwood. Zijn analyse van Mann blijft de beste studie ooit over deze immense regisseur en zelfs over de kapot geanalyseerde Ford (wiens visie op de Amerikaanse geschiedenis sterker en echter is dan deze uit de geschiedenisboeken) weet Kitses nog altijd nieuwe inzichten te formuleren. Dit herziene standaardwerk hoort thuis op het plankje van elke serieuze liefhebber van de western, een genre dat ondanks sporadische oprispingen zijn beste tijd heeft gehad. (P.D.) Opgedragen aan 'my Mum and Dad who never threw out my comics collection', schrijft Paul Gravett. Kennelijk had de jongen ruimdenkende ouders, want met hun orgieën van sadistisch geweld en expliciete seks, zijn Japanse comics waarschijnlijk de eerste strips die uit de kinderkamer gebannen worden. Gravetts grote verdienste is dat hij in dit rijkelijk geïllustreerde overzicht de veelzijdigheid van het genre demonstreert en komaf maakt met de vele vooroordelen die over het fenomeen de ronde doen. Bijvoorbeeld dat het altijd over tieten en tentakels gaat. Alle grote talenten, stijlen en tendensen worden belicht en er gaat ook aandacht naar de globale invloed van de manga-esthetiek op reclame, games en design. (P.D.) Rinus Ferdinandusse komt niet met verschrikkelijke onthullingen of nieuwe inzichten aanzetten in zijn verzameling filmsterportretten uit Vrij Nederland, maar resumeert met vlotte pen de carrières van actrices met wie hij soms een sentimentele band heeft. Zijn lofzangen zijn vaak ingegeven door een flink stuk jeugdsentiment (zijn stille liefde kreeg vorm vlak na de Tweede Wereldoorlog), maar de nodige dosis ironie houdt de dweepzucht altijd op afstand. En zijn vergelijkingen van elkaar tegensprekende biografieën relativeren ook de geschiedschrijving over de filmgodinnen uit de gloriedagen van Hollywoods droomfabriek. In smakelijke bewoordingen portretteert Ferdinandusse Gloria Grahame als de favoriete del van de jaren vijftig. Ava Gardner is blootsvoets het mooiste menselijke wezen op aarde, Audrey Hepburn is de cinematografische ree-incarnatie van Bambi, en Marilyn Monroe de zoete engel van de seks: het spek op de buik en de kont uit de jurk. De schrijver beseft dat al deze mythische verschijningen voor de toeschouwer ook wezens van vlees en bloed waren. Veel aandacht gaat dan ook naar de door God gegeven attributen waar ze zo genereus mee pronkten. 'Marilyns billen knipogen naar de kijker' en 'als al die foto's van de borsten van Jane Russell op een rij achter elkaar zouden worden gelegd, zou je meteen de absolute zekerheid hebben dat ook de wereld rond was'. (P.D.) De formule van de BFI (British Film Institute) pocketreeksen Film Classics en Modern Classics is dezelfde: een analyse/essay van net geen honderd pagina's van een oude(re) of hedendaagse klassieker, geschreven door een gedreven kenner van de film in kwestie en het geheel overgoten met een veelheid aan foto's. In vier nieuwe titels komt u alles te weten over het taboedoorbrekende In the Realm of the Senses (1976) van Nagasi Oshima; de western Unforgiven (1992) die een hoogtepunt betekent in een genre waarvan Clint Eastwood al meer dan veertig jaar een icoon is, de grensverleggende einde-van-het-millennium SF-blockbuster The Matrix (1999) van de Wachowski broers, en het quasi experimentele WOII-epos The Thin Red Line (1998) van Terrence Malick. (P.D.) Sinds Yankee Hotel Foxtrot is de groep Wilco een fenomeen geworden, vooral in de VS. Toen hun platenmaatschappij Reprise het album niet wou uitbrengen wegens niet commercieel genoeg, kochten de leden de mastertape af en trokken ze op tournee. Die was zo succesvol dat de platenbonzen al vlug opnieuw aan hun deur stonden, en uiteindelijk tekende Wilco een contract bij een zustermaatschappij van Reprise. Het donkere en experimentele Yankee Hotel Foxtrot werd een verrassende hit, en sindsdien is Wilco hét voorbeeld voor alles wat alternatief is in de VS (men spreekt er zelfs al van 'doing a Wilco', oftewel groot worden zonder toegevingen te doen). The Wilco Book is een soort sfeerbeeld van de opnames van hun meest recente album A Ghost is Born en bevat foto's uit de studio en essays van de verschillende bandleden én van fan Rick Moody, auteur van The Ice Storm. Bij het boek komt ook een bonus-cd met daarop twaalf onuitgegeven songs, alternatieve versies van Ghost-tracks en enkele meer experimentele soundscapes. Niet meteen de ideale instap in de Wilco-wereld maar heel leuk voor de fans. (S.W.) 'Kruisbeelden zijn sexy, want er hangt een naakte man aan vast.' 'The Material Girl' citeren is gelukkig niet meteen het doel van Madonna, de jongste uitgave in de bestsellerserie " Talking", want met de verzamelde citaten kan je hoogstens een feestje op het aartsbisschoppelijk paleis opvrolijken. Madonna " Talking"breit honderden chronologisch en thematisch gerangschikte quotes van en over het popicoon aan elkaar. Zo krijg je inderdaad een beeld van haar persoonlijkheid, zoals auteur Mick St Michael beweert, zij het dan wel een wassen beeld - eigenlijk leer je er vooral uit dat Madonna nog het best via haar muziek communiceert. Maar goed, de auteur kan zich verstoppen achter een treffende quote van ene Robert M. Hamilton: ' A book of quotations can never be complete.' Madonna "Talking" is een boek voor diehard-fans alleen. (K.D.) Intimistisch (een 'gezond jaloerse' Joost Zweegers over Chris Martin van Coldplay), grappig ('Vossieboy' Luc De Vos over 'goede' James Hetfield van Metallica), typerend (de lullentheorie van Arno) of kinderlijk naïef (Patrick Riguelle over Neil Young): in Heroes schetsen Vlaamse rockers een portret van de muzikanten die hen hebben geïnspireerd. Letterlijk, want ze beperken zich zelden tot taal alleen, maar voegen er ook beelden aan toe: tekeningen, scans en andere grafische opsmuk. Rockfotograaf Alex Vanhee zet er zijn foto's naast, concertshots (gegarandeerd zijn specialiteit: als concertfotograaf is Vanhee vaak onovertroffen ) of portretten, in kleur of zwart-wit. Hij kan door de keuze van de muzikanten niet altijd met zijn beste werk uitpakken, maar de combinatie werkt wel, ook omdat de uitgave (op groot formaat) kwalitatief zeer verzorgd is: de foto's blijven voor zich spreken, de Vlaamse muzikanten creëren er hun eigen wereld naast. (K.D.) Wie de Engelse muziekpers een beetje volgt, weet: over het Kanaal raken ze nooit meer over de Beatles heen. Vooral het classy magazine Mojo zet nu nog steeds, ruim dertig jaar na de split, regelmatig een van de fab four op de cover - ruwweg één nummer op twee draagt het hoofd van John, Paul, George of Ringo. Maar het moet gezegd: oefening baart kunst, en weinig journalisten kunnen tegelijk zo diepgravend als entertainend over de belangrijkste groep aller tijden schrijven als die van Mojo. Ten Years That Shook The World is de boekuitgave van drie speciale Beatles-nummers van Mojo die in 2002 en 2003 verschenen, waarin het blad telkens enkele jaren uit de carrière van de groep onder de loep nam. Aangevuld met artikels over periodes die niet in de magazines werden behandeld, geeft Ten Years That Shook The World een compleet beeld van de opkomst, het succes en de neergang van de Beatles. Wat dit boek zo anders maakt dan gewone Beatles-biografieën, is dat je hier geen doorlopende tekst krijgt die het hele verhaal vertelt, maar tientallen afzonderlijke artikels die elk één aspect van de groep en de muziek behandelen, waardoor je al zappend een heel afwisselend en caleidoscopisch beeld krijgt. Ten Years That Shook The World is een plezier om in te bladeren en een must voor de fan én voor iedereen die wat meer wil weten over de Beatles-jaren. Nog meer Beatles met Each One Believing, een tourbook over de wereldtournee van Paul McCartney in 2002 en 2003. Via de persoonlijke bedenkingen van de ex-Beatle zelf, zijn vrouw en zijn band, en honderden nooit eerder gepubliceerde foto's krijgen we een blik achter de schermen van de toer, de meest succesvolle voor McCartney sinds het einde van de Beatles. De titel van het boek komt uit het Beatles-nummer Here, There and Everywhere, en dat is natuurlijk een perfecte samenvatting van de tournee: van een benefiet voor de slachtoffers van 9/11 tot een concert op het Rode Plein van Moskou (in het bijzijn van president Poetin), met Each One Believing zit je telkens op de eerste rij. (S.W.) 'Het definitieve en geautoriseerde verhaal over onze tourgeschiedenis', zo omschrijft de band U2 Show zelf. Dit prachtig uitgegeven boek geeft een overzicht van de verschillende tournees van de Ierse wereldgroep van de bescheiden Tick Tock Tour in 1980 tot de (letterlijk en figuurlijk) opgeblazen ZooTV Tour eind jaren negentig en de intimistische Elevation Tour in 2001. Het boek bevat ruim vijfhonderd foto's uit het archief van de groep - waarvan vele nooit eerder zijn gepubliceerd - en uitleg krijgt u onder meer van de bandleden zelf, van Diana Scrimgeour (officiële fotograaf van U2) en andere mensen uit de entourage. Als U2 volgende zomer naar België afzakt, dan hebt u hiermee meteen de perfecte opwarmer vast. (S.W.) Op een van de foto's in Cash, de rijk geïllustreerde hommage van het wereldberoemde maandblad Rolling Stone aan Johnny Cash, zit het jonge icoon op een barkruk in een studio. Zijn pose straalt grandeur uit, op dat ene detail na: hij speelt zijn songs op zijn sokken. Het beeld is illustratief voor de uitgave aan de hand van oude interviews, nieuwe journalistieke bijdragen, persoonlijke verhalen van intimi en honderden foto's, schetst het boek het volledige beeld van de rocklegende. Wellicht één van de definitieve publicaties over het fenomeen. (K.D.) Een paar maanden voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen kwam een onderzoek uit waaruit bleek dat veel van de Amerikanen voor hun politieke berichtgeving vooral vertrouwen op de laatavondtalkshows op televisie. Zie je wel, zo denkt de zelfbewuste Europeaan dan meteen, niet verwonderlijk dat ze Bush voor een tweede keer tot president verkiezen. Zo eenvoudig is het echter niet. Een van de populairste talkshows van de laatste jaren is namelijk The Daily Show, een uiterst intelligent en scherp programma waarin presentator Jon Stewart de Amerikaanse samenleving op de korrel neemt. The Daily Show is half talkshow, half nagespeeld nieuwsprogramma, waarin via valse reportages de politiek en vooral de media in hun blootje worden gezet. Het resultaat is satire van hoog niveau, van een soort die we bijvoorbeeld in België al lang niet meer gezien hebben. Jon Stewart en zijn team hebben vlak voor de verkiezingen America (The Book) uitgebracht, waarin ze in de stijl van een typisch Amerikaans schoolboek de politieke instellingen van het land ontleden. America (The Book) - dat een grote bestseller werd in de VS - is niet alleen het meest hilarische boek dat de voorbije maanden over het land is verschenen, maar misschien ook wel het meest scherpzinnige. (S.W.) The Doors hebben in totaal ongeveer vijftig miljoen albums verkocht. Ruim een vierde daarvan is in de laatste tien jaar over de toonbank gegaan. Het is het beste bewijs van de blijvende aantrekkingskracht van de muziek van The Doors en vooral van de voormalige frontman, Jim Morrison. Het icoon van de late sixties spreekt nu nog steeds tot de verbeelding dankzij zijn non-conformisme, zijn bijna dierlijke uitstraling, zijn psychedelische uitspattingen en natuurlijk ook 'dankzij' zijn vroegtijdige overlijden in 1971, op 27-jarige leeftijd. Stephen Davis schetst in Jim Morrison Leven, Dood, Legende aan de hand van tientallen interviews, oude opnames en Morrisons ongepubliceerde dagboeken een portret van de man, van zijn pijlsnelle opgang tot de pijnlijke neergang, toen zijn drank- en drugsmisbruik steeds krankzinniger proporties aannamen. Natuurlijk gaat Davis uitgebreid in op Morrisons dood, en op basis van nieuw bewijsmateriaal probeert hij de omstandigheden duidelijker te schetsen. Jim Morrison Leven, Dood, Legende is een pil van 455 pagina's en werd meteen ontvangen als dé Morrison-biografie. 'Er zijn tientallen boeken over Morrison verschenen', zo schreef The Daily Telegraph, 'maar Stephen Davis' biografie lijkt me de meest definitieve; definitiever dan dit zullen we het wel nooit krijgen.' (S.W.) Ieder jaar als er in Zweden weer keuzes moeten worden gemaakt, is er wel iemand die oppert dat Bob Dylan eigenlijk de Nobelprijs literatuur verdient. Vanaf nu hebben die Dylan-aficionado's een boek om hun argumenten kracht bij te zetten. Samen met Chronicles Vol 1, het eerste deel van Bob Dylans autobiografie dat ongetwijfeld onder heel wat kerstbomen een plaatsje zal vinden, zijn ook de songteksten van de grote bard op de markt gebracht: Lyrics 1962 û 2001 verzamelt de teksten van 28 Dylan-albums, van Bob Dylan uit 1962 tot Love and Theft uit 2001, samen met een aantal onuitgegeven nummers. Verwacht geen uitgebreide tekstexegese of essays over de symboliek in Dylan-songs, dit boek zet gewoon sec de songteksten van Bob Dylan op een rij, zonder verklaringen of voetnoten. Net als een poëziebundel. (S.W.)