Rewind. Vier jaar geleden, in de backstage van Werchter maakt een muziekbons een einde aan een tooggesprek over dEUS en Mintzkov. De hamvraag: waarom heeft de ene wel succes, de andere niet, terwijl ze in wezen even goed zijn. Het antwoord? 'Rock-'n-roll is niet democratisch. Wie de meeste centen kan voorleggen, geraakt het snelst aan de top.'
...

Rewind. Vier jaar geleden, in de backstage van Werchter maakt een muziekbons een einde aan een tooggesprek over dEUS en Mintzkov. De hamvraag: waarom heeft de ene wel succes, de andere niet, terwijl ze in wezen even goed zijn. Het antwoord? 'Rock-'n-roll is niet democratisch. Wie de meeste centen kan voorleggen, geraakt het snelst aan de top.' Straffe quote, maar hij is intussen achterhaald. Mintzkov staat vandaag op de hoogste stek in de Afrekening. Ten koste van The Black Box Revela-tion. Benieuwd hoe lang het zal duren voor The Van Jets het overnemen. Kort na de release van hun jongste single staan les Ostendais al op drie. En dan is er nog Admiral Freebee. En Absynthe Minded. To name but a few. Dat Belgische bands het tegenwoordig zeer goed doen, is geen toeval. Hun succes is de resultante van een geleidelijke professionalisering in de Vlaamse pop en rock. Labels, managers, clubs en bookers hebben samen met het Muziekcentrum (MCV) en Poppunt, twee door de overheid in het leven geroepen steunpunten, een kader ge-creëerd waarin bands met ambitie kunnen gedijen. Het blijft hard werken, en rijk worden ze er niet van, maar toch: rock in Vlaanderen is alive and kicking. De trein is vertrokken, het is zaak om niet stil te vallen. Anders gezegd: keep that wagon rollin'! Een Belgische band kan niet groeien als ze niet op zijn minst op nabije buitenlanden mikt. Daarvoor zijn ze intussen met te veel. Dat kost echter een extra investering, en daarvoor rekent de sector op de overheid. Die heeft de voorbije jaren al een duwtje in de rug gegeven, door subsidies toe te kennen (eerst aan de clubs, dan aan de bands, later aan managementbureaus) of tussen te komen in onkostenvergoedingen voor buitenlandse tournees. Maar optimaal is de wisselwerking nog niet. Sinds twee jaar werkt de pop- en rocksector daarom samen met een tiental andere belangenverenigingen - zoals die voor klassiek, jazz en amateurkunsten - aan een gemeenschappelijk plan. Een primeur: tot dan toe zagen ze elkaar veeleer als concurrenten op de subsidiemarkt of, erger nog, kenden ze elkaar niet. Onder impuls van het Muziekcentrum hebben ze nu ingezien dat ze meer overeenkomsten dan verschillen hebben. Hun 'Muziekplatform' wordt donderdag 18 maart voorgesteld aan de commissie Cultuur van de Vlaamse regering. De titel: 'Music is Life'. Subtitel: 'De schaduw van de Kerktoren'. De boodschap is tweeledig: muziek leeft in de samenleving, en muzikanten leven van muziek. Muziek is niet enkel een zaak van cultuur, maar ook van economie en ondernemingsdrang. De sector zet hoog in en mikt op diversiteit, internationalisering, optimalisering van auteursrechten en meer kansen voor toptalent. En bovenal een specialist op het kabinet Cultuur. Die is er momenteel niet. Scherp gesteld: de sector is geprofessionaliseerd, nu de overheid nog. Karel Degraeve 'Een Belgische band kan niet groeien als ze niet op het buitenland mikt. Daarvoor rekent de muzieksector op de overheid.'