AERIAL
...

AERIAL (EMI) Twaalf jaar lang hebben we het moeten stellen met Tori Amos, Fiona Apple en An Pierlé. Geen kwaad woord over die meisjes, maar als je ze naast the true original die Kate Bush is plaatst, kan je niet anders dan ze als tweederangs klasseren. Aerial, het dubbele comebackalbum van Bush, herinnert er ons fijntjes aan dat niemand anders het presteert om in één en hetzelfde lied ( Mrs. Bartolozzi) te beschrijven hoe vuile kleren in een wasmachine rondzwieren en even later uit te weiden over ' little fishes swimming between my legs'. En kent u nog een andere artiest die het getal Pi als onderwerp neemt voor een liedje en daarin cijfers in de mond neemt als was het pure poëzie? Aerial is een tweeluik - het minste wat je mag verwachten na twaalf jaar afwezigheid. Op cd 1, A Sea Of Honey, kan je grosso modo twee soorten songs onderscheiden: kwieke popnummers en sierlijke pianoballades. Op de eerste slaagt ze erin om - zoals Peter Gabriel op z'n recentste album Up - met behulp van elektronische middelen een sound te ontwikkelen die niet overdreven modern, maar toch bij de tijd is. Etherische, galmende geluidseffecten dansen op speelse ritmes, terwijl funky bassen als een aards tegengewicht voor al die vreemde schoonheid fungeren. Sommige van de nummers (eerste single King Of The Mountain, How To Be Invisible) hebben een reggaeslag, maar wat vooral opvalt, is de gedetailleerde noise die zich op de achtergrond aftekent. Soms weet je niet wát je hoort, bijvoorbeeld wanneer op het einde van Joanni, een song over Jeanne d'Arc, rare, schorre stemmen opduiken. ( Joanni is overigens gelardeerd met een van de laatste arrangementen van Michael Kamen, de man die Bush al sinds Hounds Of Love terzijde stond en nauwelijks enkele weken na deze opnames in 2003 het leven liet.) De pianoliedjes zijn vintage Bush, al klinkt haar elastische stem een pak rijper dan de Lolita die ze ooit was - getuige A Coral Room, gericht aan haar overleden moeder. Volledig buiten de twee genoemde categorieën valt Bertie, een ode aan haar zevenjarige zoon, gegoten in een middeleeuws volksdeuntje dat zich langzaam ontspint tot een jig. Het leven zien door de ogen van Bertie heeft Bush gestimuleerd om haar kinderlijke fantasie weer te koesteren, iets wat zich vooral op cd 2 A Sky Of Honey manifesteert. Na de typische Kate Bush-songs van deel één kan je deze songcyclus als een bonus zien. Het is een evocatie of een hoorspel, zo je wil, doorspekt met vogelgezang en met een mannelijke bijrol voor Rolf Harris, die destijds op The Dreaming didgeridoo speelde. A Sky Of Honey bezingt de kleuren van de natuur, laat donder en regen passeren en zet met Prologue aan tot lachen en dansen. Dat mag allemaal wat naïef en new agey klinken; ook hier bots je op enkele liedjes die je zonder pardon van je sokken blazen. Zo is er Sunset, dat met contrabas en piano wat jazzy van start gaat, tot na vier minuten Spaanse gitaren plots een flamenco-fiësta bouwen en de song in al zijn rijkdom openklapt. Of wat gezegd van Nocturn, dat een dromerige indruk maakt. Bijna ongemerkt drijven de drums de kracht op en neemt de euforie toe, met een gospelfinale als zinderend orgelpunt. Waterige ogen. Tonnen kippenvel. Wonderlijke, magische muziek: een ander etiket kunnen we er niet op kleven. Aerial breit een symbolisch einde aan het gelijknamige dubbelalbum: rockgitaren en mandolines krijgen het gezelschap van een ongewoon instrument genaamd de lach. 'Ha ha ha', dat zijn letterlijk de laatste woorden van een uniek artiest die een zware depressie en een al even hardnekkige writer's block te boven is gekomen. En hoe! Peter Van Dyck